Interview | Verozo: “Zonwering is geen luxe, maar een noodzaak”
De klimaatverandering drukt de bouwwereld met de neus op diverse feiten. Een van de zaken waarmee steeds meer rekening moet worden gehouden, is het toenemende belang van zonwering. De stelselmatige opwarming van de planeet schuift zonwering steeds hoger op de prioriteitenlijst, en dat zowel in de residentiële sector als op de projectmarkt.
We vragen ons vooral af hoe het staat met de evolutie op de projectmarkt. Hoe verloopt de aanpassing aan de veranderende omstandigheden en waar is er nog werk aan de winkel? Om een antwoord te vinden op deze en tal van bijkomende vragen gaan we te rade bij iemand die al vele jaren gepokt en gemazeld is in de wereld van buiten- en binnenzonwering: secretaris-generaal Ann Van Eycken van de Belgische beroepsvereniging Verozo voor de zonwerings- en rolluikensector. Verozo fungeert als het centrale informatiepunt voor particulieren, professionals en overheden over de voordelen, mogelijkheden en werking van zonwering en rolluiken.
Laten we het eerst algemeen bekijken: hoe evolueert de rol van zonwering in grote bouwprojecten? Dan hebben we het over kantoren, zorggebouwen, onderwijsinstellingen, gemengde ontwikkelingen, enzovoort.
Ann Van Eycken: “Hierbij kan ik onomwonden stellen dat de evolutie gunstig tot zeer gunstig is. We merken dat meer en meer projecten standaard voorzien worden van zonwering en dat is uiteraard een goede zaak. Bouwprofessionals schatten dit ook zo in en dat wordt bevestigd door objectieve feiten. Ik denk dan aan bijvoorbeeld een recente studie, waarbij vastgesteld wordt dat er een stijging met 60% is in de toepassing van zonwering bij projecten.” “Er is evenwel ook een maar… Wat we helaas nog te vaak zien, is dat zonwering als een van de eerste zaken geschrapt wordt wanneer er bespaard moet worden, al geldt dat niet in gelijke mate voor alle sectoren. Zo is het duidelijk dat zonwering meer als een wettelijke verplichting wordt gezien.” “Wat ik merk, is dat zonwering in de algemene bouw ook essentieel wordt. Hierbij denk ik aan de Energy Performance Buildings Directive, die wordt geïmplementeerd in de lidstaten van de EU. In België geldt deze dus voor de drie gewesten, met voor elk een specifiek EPB. Zeker is dat er Europees niet alleen veel meer aandacht besteed wordt aan efficiëntie, maar ook aan klimaatadaptatie, de bouwwereld moét duurzamer worden. Daarbij moet er meer zijn dan de traditionele aandacht voor warmte in wintersituaties, maar moet ook het aspect koeling steeds beter van naderbij gevolgd worden. Hierbij grijp je eerst naar passieve maatregelen, voor er wordt overgegaan naar actieve maatregelen.” “Concreet voor gebouwen ga je daarbij eerst na hoe je de omgeving koeler kunt krijgen. De volgende maatregel is dan hoe je de zoninstraling kunt verminderen door de buitenzonwering. Dit betekent dat ontwerpers hier rekening moeten mee houden. Zonwering wordt een essentieel onderdeel van de bouw, vooral dan de buitenzonwering. Ramen blijven immers een zwakke schakel. Je kunt dan wel gevels isoleren, maar je moet ook naar de g-waarde kijken. Deze g-waarde (Red: de zontoetredingsfactor, ook al eens aangeduid als ZTA) geeft aan hoeveel zonnewarmte door glas en/of zonwering wordt doorgelaten, uitgedrukt als een getal tussen 0 en 1. Hoe lager de waarde, hoe minder warmte er binnenkomt. Het doel is uiteraard dat je een zo laag mogelijk getal bereikt.”
Dat brengt ons onrechtstreeks bij de vraag in hoeverre zonwering vandaag al in de ontwerpfase wordt geïntegreerd. Waar loopt dat (nog) mis?
“Hierbij moet ik wijzen op de rol van de architect. Die is heel belangrijk bij het ontwerp, maar dan moet hij of zij wel alles begrijpen. Dikwijls is dat geen probleem bij ingenieur-architecten, maar anderen zien het nog altijd enkel als een verplichting … Het voorzien in het ontwerp zou een standaard onderdeel moeten worden, in plaats van een ‘noodzaak’, iets wat je meeneemt enkel omdat het moet. Het beste is gewoon dat zonwering vanaf het prille begin geïntegreerd wordt in zowat elk gebouw.”
Wanneer we het hebben over de keuze voor systemen, welke normen en prestatie-eisen zijn daarbij momenteel doorslaggevend?
“De vraag is of architecten wel alle normen en prestatie-eisen kennen. Er zijn immers nogal wat Euro-normen, namelijk de productnormen voor buitenzonwering, binnenzonwering en rolluiken, de normen voor thermische en visuele prestaties van zonwering, enzovoort. Dit kan gelinkt worden aan de CE-markering, die een onderdeel is van de Europese Bouwproducten Verordening, waarvan de laatste herziening dateert van vorig jaar. Wat nu gebeurt, is dat al die normen herzien worden. Daarin staan de essentiële kenmerken van de bouwproducten, ook voor zonwering. Zoals de g-waarde waar we het eerder over hadden, die bepaalt hoeveel de zonwering de zoninstraling doorheen de beglazing kan weren. Ook het milieuaspect en de circulariteit van materialen worden steeds belangrijker. De herziene normen zouden er tegen 2030 moeten zijn. Specifiek voor zonwering blijft ook de g-waarde essentieel: hoeveel zonnewarmte mag er in totaal nog binnenvallen, rekening houdend met maximale duurzaamheid en circulariteit?”
“Waar ik moet op wijzen, is hoe parameters als g-waarde, daglichttoetreding en oververhittingsrisico niet altijd tot uiting komen in de bestekken of dat dit gebeurt op de verkeerde manier. Wat je merkt, is hoe bestekken voortdurend geknipt en geplakt worden, wat ertoe leidt dat fouten herhaald blijven worden en dat sommige voorgeschreven zaken technisch simpelweg niet haalbaar zijn. Wij bij Verozo hebben ook onze technische fiches, maar die worden helaas niet altijd overgenomen en dat kan voor problemen zorgen. Het zou alleszins geen kwaad kunnen dat er meer vakkennis komt over zonwering. Een voorbeeldje in dit verband: dikwijls wordt als g-waarde voor de zonwering 0,8 aangegeven, terwijl men het eigenlijk heeft over 0,08. Het illustreert hoe niet iedereen de g-waarde ten volle begrijpt…”
We hebben het over buiten- en binnenzonwering, maar als we het goed begrijpen moet je in de allereerste plaats naar buitenzonwering kijken?
“De warmte weren, doe je idealiter inderdaad van buitenaf. Buitenzonwering is de ideale keuze, maar als er in het ontwerp geen rekening gehouden is met zonwering kan dat soms niet. Soms word je, zoals bijvoorbeeld bij glas-op-glasverbindingen, gedwongen om binnenzonwering te gebruiken, die meer dient voor het visuele comfort. Buitenzonwering draait meer om thermisch comfort en zou al in de ontwerpfase moeten worden geïntegreerd.”
“Belangrijk is dat zonwering een onderdeel vormt van het totale ontwerp en dat die goed doordacht is. Doe je dat niet, dan riskeer je een slecht eindresultaat en worden oplossingen moeilijker. Het spreekt vanzelf dat dit ook niet goed is voor het onderhoud achteraf.”
Wanneer we het hebben over labels, zien we tal van zaken terugkomen. Denk daarbij aan duurzaamheidslabels zoals BREEAM of LEED. In hoeverre zijn die zinvol bij zonwering? “Voor BREEAM en LEED moet je vooral kijken waar die vandaag komen. BREEAM is eigenlijk afkomstig uit het Verenigd Koninkrijk, terwijl LEED een label is van buiten Europa. Je voelt me al komen: erg relevant zijn die niet. BREEAM heeft eigenlijk onvoldoende aandacht voor buitenzonwering. Het kijkt wel naar visueel comfort, maar de bepaling van thermisch comfort is heel wat minder. Hetzelfde geldt min of meer voor LEED.” “Interessanter is de GRO-tool voor publieke gebouwen in België. Deze GRO-tool, die in zorginstellingen trouwens verplicht is, is een duurzaamheidstool die voor publieke gebouwen wordt aanbevolen voor de drie gewesten. De tool is gratis en VIPA gebruikt ze als norm in de gebouwen voor de zorgsector. In deze tool wordt ook zonwering toegepast, het kan een maatstaf worden voor vele gebouwen. Op het vlak van het inschatten van het oververhittingsrisico scoort het in elk geval beter dan de huidige EPB tool, wij raden zelfs aan om deze GRO-tool toe te passen in de EPB-herziening. Concreet gaat het in dit geval over de ruimte, waarbij je g-waarde koppelt aan een oppervlakte, de tool toont aan wat je waar moet voorzien. Meer informatie vind je op de specifieke, vrij toegankelijke website (https://gro-tool.be/).”
Over naar de grote werven. Wat zijn daar de belangrijkste aandachtspunten tijdens de uitvoering en plaatsing? Zijn er hier ook interessante innovaties op het vlak van materialen, systemen of digitalisering?
“Het allerbelangrijkste is dat er goede afspraken worden gemaakt tussen alle stakeholders. Er moeten ook snelle beslissingen kunnen worden genomen en van essentieel belang is de goedkeuring van technische fiches en tekeningen. Er mag daarbij zeker niet vergeten worden dat je ook na de oplevering bereikbaar moet blijven.”
“Ik geef ook nog mee dat het duidelijk belangrijker wordt dat aannemers langer verantwoordelijk blijven. Een van de problemen is immers dat de bouwheer in een prijsgedreven omgeving al eens in de kou wordt gezet door, bijvoorbeeld, een niet goed doordachte sturingskeuze. Dergelijke zaken moeten absoluut vermeden worden.” “Op het vlak van innovatie moet ik in de eerste plaats wijzen op solar-sturing in de projectbouw, dit komt meer en meer op. Wat opvalt, is wel dat BIM nog niet altijd goed gebruikt wordt. Als Verozo hebben we een BIM modellentool voor zonwering gemaakt voor architecten, waarbij we tonen hoe ze dit kunnen inbouwen. Het is een feit dat we meer en meer actief moeten denken aan het opleiden van architecten, eventueel ook vanuit de federatie.”
De vraag rest nog wat de belangrijkste aanbevelingen zijn voor architecten en aannemers bij het specificeren van zonwering. Wat is volgens u de top-drie?
“Bovenaan staat voor mij: de vakkennis moet op een hoger niveau worden gekrikt. Denk dan onder meer aan de bestekteksten, er moet absoluut vermeden worden dat er nog interne tegenstrijdigheden worden opgenomen. Daarnaast meen ik dat je zonwering ook moet meenemen als een noodzakelijk onderdeel van een energiezuinig concept, zeker in het kader van de globale opwarming. Verder moet er bij het ontwerp al nagedacht zijn over nazorg en onderhoud, én de toegankelijkheid na de oplevering. Een afsluitend voorbeeld in dit verband: wat heb je aan zonwering als je er na de oplevering niet makkelijk bij kunt met een hoogtewerker?”
Het volledige hitterapport kun je hier gratis downloaden: Hitte rapport Belgische woningen 23122025.pdf
Een interessante studie waar Verozo de opdracht voor gaf, is ‘Hitterapport voor Belgische woningen’, in samenwerking met de KU Leuven en archipelago. Dit rapport, dat illustreert waarom zonwering allang geen overbodige luxe meer is, analyseert de impact van de klimaatopwarming op het risico op oververhitting in Belgische woningen en identificeert de meest effectieve strategieën om het zomercomfort te waarborgen. Door stijgende buitentemperaturen, frequentere hittegolven en het stedelijk hitte-eilandeffect neemt de kans op oververhitting aanzienlijk toe, vooral in slecht georiënteerde of onvoldoende aangepaste gebouwen.
Naar voor wordt geschoven hoe belangrijke risicofactoren onder meer een hoge zoninstraling (vooral via oost- en westgevels), grote onbeschaduwde glaspartijen, beperkte ventilatiemogelijkheden en stedelijke omgevingen met weinig groen en veel verharding zijn. Ook woningen zonder mogelijkheid tot natuurlijke ventilatie of met enkel mechanische ventilatie zijn extra kwetsbaar.
Passieve koelingsstrategieën zijn prioritair
Het rapport benadrukt dat passieve koelingsstrategieën prioritair zijn boven actieve koeling (zoals airconditioning), vanwege hun lagere kost, robuustheid, lagere energieverbruik en beperkte impact op het klimaat. Deze strategieën moeten zo vroeg mogelijk in het ontwerpproces worden geïntegreerd.
De belangrijkste maatregelen volgen de zogenaamde ‘ladder voor koeling’:
- Koele omgeving: het verbeteren van het microklimaat rond gebouwen door groenvoorziening, water, schaduw en beperking van verharding. Stedenbouwkundige keuzes spelen hierbij een cruciale rol.
- Warmte weren: het beperken van zonnewinsten via doordachte oriëntatie, gecontroleerde beglazingsratio en vooral efficiënte buitenzonwering. Dynamische zonwering is hierbij het meest effectief en verdient de voorkeur boven zonwerend glas.
- Passief koelen: het afvoeren of bufferen van warmte via thermische massa en natuurlijke ventilatie. Nachtventilatie (bij voorkeur dwarsventilatie) is essentieel en werkt optimaal in combinatie met voldoende thermische massa in het gebouw.
- Actief koelen: als laatste stap voor zover het nog nodig is, maar met energiezuinige systemen zoals warmtepompen.
De effectiviteit van deze maatregelen neemt toe wanneer ze gecombineerd worden. Het rapport definieert daarom drie pakketten: een basisniveau met zonwering en beperkte ventilatie, een goed passief ontwerp met dynamische zonwering en intensieve ventilatie en een klimaatrobuust ontwerp met maximale inzet op alle passieve strategieën en minimale nood aan mechanische koeling.
Tot slot benadrukt het rapport dat gebouwontwerp, oriëntatie, materiaalkeuze en ventilatiestrategie bepalend zijn voor toekomstbestendig wooncomfort. Een geïntegreerde aanpak op zowel gebouw- als omgevingsniveau is noodzakelijk om oververhitting structureel te beperken in een veranderend klimaat.