Als abonnee heb je toegang tot alle artikels op BOUWKRONIEK.be

Bedrijfsnieuws

Prijsherzieningen overheid brengen aannemers in problemen

Als bouwondernemers een overheidsopdracht aangaan, wordt vrijwel altijd een prijsherzieningsformule meegenomen in het contract. Omdat er tussen het contracteren en het uitvoeren van de opdracht vaak een aanzienlijke tijdspanne zit, wordt op het moment van uitvoeren de afgesproken prijs herzien naargelang de prijsevolutie van de uurlonen en de materialen. Momenteel geldt een negatieve prijsherziening van gemiddeld 3%.

Prijsherzieningen overheid brengen aannemers in problemen
Deze negatieve prijsherzieningen zijn vooral het gevolg van een overdreven sterk gedaalde index I. Deze index moet de prijsevolutie van een korf van bouwmaterialen en -grondstoffen weergeven, maar is erg verouderd en niet meer afgestemd op de realiteit. Er wordt gewerkt aan een modernisering van deze index maar die is nog niet afgerond.
 
Door de viruscrisis hebben bouwbedrijven af te rekenen met een aanzienlijk omzetverlies. Uit een recente rondvraag van Bouwunie blijkt dat meer dan zes op de tien ondernemingen zijn omzet met meer dan de helft zag dalen.
 
“Die omzetdaling zorgt voor snel oplopende rekeningen en zet druk op de liquiditeit. Intussen zijn bijna alle bouwbedrijven terug volledig aan de slag. De nieuwe opgelegde veiligheidsmaatregelen zorgen echter voor een vermindering van de efficiëntie, waardoor ook de rendabiliteit daalt. Als voor eerder aangegane overheidsopdrachten nu ook nog de negatieve prijsherziening wordt toegepast, zullen vele aannemers met verlies werken. Bovenop het geleden omzetverlies betekent dit nog een extra financiële strop”, legt Jean-Pierre Waeytens, gedelegeerd bestuurder van Bouwunie uit.
 
Bouwunie vraagt daarom aan de Vlaamse overheid om ervoor te zorgen dat de diverse opdrachtgevende besturen geen negatieve prijsherzieningen op overheidsopdrachten meer toepassen en dit tot zolang de bouwbedrijven de coronamaatregelen moeten naleven. “De overheid kan er zo voor zorgen dat de betrokken bouwbedrijven deze financieel moeilijke tijd kunnen overbruggen. Bovendien zonder dat het extra geld kost, want de projectbedragen zijn vooraf begroot”, aldus Jean-Pierre Waeytens.
 
De Confederatie Bouw en de Beroepsvereniging van de Vastgoedsector (BVS) zien graag dat de overheid het eventuele verlies zou vergoeden. Ze dringen er wel op aan dat hun leden bij gesprekken hierover met de overheid zich constructief en redelijk opstellen, in het bijzonder in discussies over vertragingsboetes en meerkosten.
 
De index I is tussen oktober 2018 en februari 2020 met zowat 7% gedaald, terwijl bedrijven te maken kregen met stijgende materiaalkosten. Voor maart noteert Bouwunie een bijkomende daling met 2,4%. Als we dat bijvoorbeeld vergelijken met de Nederlandse index van de bouwmateriaalkosten voor gebouwen, zien we dat die in dezelfde periode met 4% gestegen is.
Aannemers vrezen tegen de zomer een nieuwe negatieve herziening op basis van een daling van meer dan 15%, terwijl de materiaalkosten met slechts een paar procenten gedaald zouden zijn, zoals tijdens de financiële crisis van 2008.

Fema

De Fema, de sectorfederatie van de bouwmaterialenhandelaren, vraagt een aanpassing van de prijsherzieningsindex van de bouwmaterialen. Eerder drongen ook al Bouwunie, de Beroepsvereniging van de Vastgoedsector en de Confederatie daarop aan.
Als bouwondernemers een overheidsopdracht aangaan, wordt vrijwel altijd een prijsherzieningsformule meegenomen in het contract. 
 
“Wij hebben deze situatie reeds lang geleden aangekaart. Zowel Bouwunie als de Confederatie merken terecht op dat in die korf van bouwmaterialen producten zitten die niet meer bestaan (bepaalde bakstenen, historische materialen...) en dat andere, nochtans vaak toegepaste producten dan weer niet in de korf zitten (bv. isolatieproducten, samengestelde producten, ...)”, stelt Marnix Van Hoe van de Fema. De huidige korf bevat slechts 29 producten in zes categorieën (beton, kunststoffen en isolatieplaten zitten daar niet bij).
 
“Reeds in 2010 heeft de Fema meegewerkt aan twee adviezen hierover in de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB). De waarde en relevantie van de huidige index is compleet achterhaald, omdat de samenstelling ervan dateert van kort na de Tweede Wereldoorlog en sindsdien bijna onveranderd gebleven is. Recent hebben wij nogmaals met voorbeelden aangetoond dat er soms perverse (dalende index tegenover stijgende prijzen) effecten mogelijk zijn met de huidige, achterhaalde werkwijze”, duidt Van Hoe.
 
“Fema heeft voor de twee adviezen van 2010 de de Confederatie van Producenten van Bouwmaterialen (BMP) en Feproma (ook federatie van producenten van bouwmaterialen). Mede in de optiek van een doorgedreven digitalisatie van onze sector kunnen wij een digitale oplossing bieden om een performante, actuele en realistische Index I-factor 2.0 maandelijks af te leveren”, luidt het bij de Fema.
 
“Met de actualisering van het netwerk van Fedigro zijn wij perfect in staat een actieve rol te spelen in de oprichting van een ‘Mercuriale Bis’ die op een representatieve en valideerbare wijze een bouwmaterialenindex kan publiceren, op maandelijkse basis. Uiteraard moet dit in de juiste juridische context gebeuren. Fema en Fedigro vormen inzake toelevering in de bouw een bijzonder relevant deel hiervan: ruwbouwmaterialen, afwerkingsmaterialen, houtproducten, staal en betonijzer, sanitair, elektro, enz. Wij hebben ook reeds een voorstel ingediend bij de CRB”, besluit Van Hoe.
 
 

 

Nieuwsbrief

Wens je op de hoogte te blijven van inzichten, projecten, trends en evoluties in de bouwsector? Schrijf je nu in blijf up-to-date!

Bouwprojecten