Grootschalige CO₂-afvang in de Belgische cementindustrie
Industriële gasleverancier Air Liquide en bouwmaterialenproducent Holcim hebben een strategische overeenkomst getekend om de bestaande cementfabriek van Holcim in Obourg te voorzien van een ultramoderne infrastructuur voor koolstofafvang. Daardoor kan deze locatie transformeren tot een 'near-zero'-productiefaciliteit.
Dit technologische initiatief vormt een fundamenteel onderdeel van het GO4ZERO-investeringsprogramma van Holcim. Met deze investeringsstrategie streeft de cementproducent ernaar om tegen het einde van dit decennium volledige koolstofneutraliteit te bereiken voor al zijn activiteiten in België. De nieuwe installatie is ontworpen om jaarlijks 1,1 miljoen ton CO₂ af te vangen. Door deze enorme hoeveelheid broeikasgassen structureel uit de atmosfeer te houden, beoogt het project een substantiële bijdrage te leveren aan de wettelijk vastgelegde doelstelling van de Europese Unie om tegen 2050 netto-nul emissies te realiseren. Het project krijgt financiële en institutionele ruggensteun vanuit Europa; het wordt medegefinancierd door de Europese Unie via het Emissiehandelssysteem en het Innovatiefonds.
Uitgebreid logistiek traject
Op technologisch vlak steunt de geplande infrastructuur op geavanceerde innovaties in de Carbon Capture and Storage (CCS) sector. Binnen de voorwaarden van de overeenkomst neemt Air Liquide de verantwoordelijkheid op zich voor het leveren van de industriële zuurstof voor de nieuwe, 'oxyfuel-ready' klinkerproductielijn van de cementfabriek. Daarbovenop zal het bedrijf zijn gepatenteerde Cryocap OXY-technologie implementeren. Deze specifieke technologie is ontwikkeld om CO₂-emissies met een bijzonder hoge mate van efficiëntie direct bij de industriële bron af te vangen.
Zodra het koolstofdioxide succesvol is afgevangen, begint een uitgebreid logistiek traject. Het broeikasgas zal via een speciaal netwerk van pijpleidingen worden getransporteerd naar een gespecialiseerde CO₂ Export Hub, waarbij het Belgische Antwerp@C als belangrijke optie wordt genoemd. Vanaf dit knooppunt zal de vloeibaar gemaakte CO₂ per schip worden geëxporteerd naar de Noordzee, waar het gas permanent en veilig ondergronds zal worden opgeslagen in offshore faciliteiten.
Structurele hindernissen
Hoewel de formele ondertekening van de overeenkomst een belangrijke projectmijlpaal is, moeten er nog diverse structurele hindernissen worden genomen. De definitieve investeringsbeslissing (FID) is namelijk nog afhankelijk van een aantal externe factoren. Zo hangt de uiteindelijke realisatie van het project af van aanvullende samenwerkingsverbanden over de gehele logistieke en industriële waardeketen. Bovendien benadrukken de betrokken partijen dat de rol van de overheid onmisbaar is. Er is actieve ondersteuning vanuit de publieke sector vereist, specifiek gericht op de regulering van de noodzakelijke transportinfrastructuur en het inrichten van financiële mechanismen om projectrisico's te beperken.
Émilie Mouren-Renouard, lid van het Executive Committee van Air Liquide, benadrukt de complexiteit van dit soort projecten door te stellen dat de transitie naar een koolstofarme industrie een inspanning van lange adem is. Ze stelt duidelijk dat stapsgewijze samenwerking en publieke steun, vooral in de beginfase, cruciaal zijn voor het slagen van dergelijke baanbrekende initiatieven.
Voor Air Liquide, een wereldwijde onderneming met ongeveer 65.000 werknemers en een jaaromzet in 2025 van bijna 27 miljard euro, past deze samenwerking binnen een veel bredere langetermijnvisie. Het bedrijf positioneert zichzelf nadrukkelijk als een essentiële schakel in de wereldwijde decarbonisatie.