Als abonnee heb je toegang tot alle artikels op BOUWKRONIEK.be

Bouw en afwerking

paywall Atelier Kempe Thill laat Florair-gebouwen weer openbloeien

“De twee gebouwen zijn in de jaren ’50 zorgvuldig en liefdevol ontworpen. Het zou zonde zijn geweest om de verfijning van de betongevels simpelweg weg te pleisteren.” En dus hertaalde architect Andre Kempe de originele lichtheid en belijning tijdens de energetische renovatie met een combinatie van nieuwe producten. Ze verbergen een warme jas die de CO2-uitstoot van de gebouwen met maar liefst 65% reduceert.

BKBC - 2024-04-30T153236.281
Atelier Kempe Thill/Sto

Florair II en Florair III in Jette gelden als goed ontworpen voorbeelden van het modernisme uit de jaren vijftig van vorige eeuw. Beide gebouwen van elf verdiepingen hoog hebben samen 181 sociale woningen onder dak. Naast de appartementen is er ook een crèche, een basisschool en een sporthal in ondergebracht. 

“De gevel was echter dringend aan renovatie toe”, vertelt André Kempe. “Niet alleen omdat de prefab betontegels afbrokkelden maar ook omdat de bewoners zich arm stookten. Het schrijnwerk bestond nog uit de originele stalen L- en T-profielen en waren voorzien van enkel glas. Heel mooi maar de wind woei erdoor en waren ook akoestisch een ramp. Je kon gewoon alles horen wat op straat werd gezegd.”

De Brusselse Gewestelijke Vastgoedmaatschappij (BGHM) en de openbare vastgoedmaatschappij Lojega schreven een Europese wedstrijd uit om de gevel te isoleren en te renoveren. Atelier Kempe Thill won de wedstrijd, met Canevas uit Luik als co-architect, in 2015 maar uiteindelijk werden de gevelwerken pas vorig jaar opgeleverd. 

BKBC - 2024-04-30T153314.370
Atelier Kempe Thill/Sto

“Los van de vele gesprekken over de brandveiligheid, hadden we te maken met de coronacrisis en de energiecrisis die de offertes de hoogte in joeg en het beschikbare budget onder druk zette. Daardoor was het al heel snel duidelijk dat het geen optie meer was om de gevel te renoveren met gelijkaardige betontegels die destijds werden gebruikt. Ze waren zodanig aangebracht dat er een lijnenspel ontstond die beide gebouwen een mooie verfijning gaven. Ze accentueerden bovendien de niveauverschillen die de architect destijds in de gevel had voorzien. De eerste verdieping ligt, net als de bovenste, een beetje inwaarts, terwijl dat in het middengedeelte van de gebouwen en aan de randen net weer anders is. De sokkel op de gelijkvloerse verdieping is afgewerkt met blauwsteen en er werd veel aandacht besteed aan een luifel voor de inkom. Ook ter hoogte van het dak werd een betonluifel voorzien. Kenmerken die vrij typisch zijn voor Brussel.”

“Beide gebouwen zijn bovendien niet identiek. Ook daaruit blijkt dat ze stammen uit een tijd dat architecturaal bandwerk nog niet de norm was. In tegenstelling tot appartementsgebouwen uit de jaren ’60 en ’70, die er vaak uitgeknepen uitzien door bezuinigde budgetten en het gebruik van beton aan de lopende meter. De Florairgebouwen daarentegen zijn zeer zorgvuldig en liefdevol ontworpen en ingepland in een mooie site. Het sprak mij heel erg aan omdat ik nog de schwung van de jaren ’50 voelde. Het was voor mij bijgevolg evident dat ik alle subtiliteiten ook na de renovatie maximaal wou bewaren.”

BKBC - 2024-04-30T153217.217
Atelier Kempe Thill/Sto

Dat was niet meteen de goedkoopste optie.

“Dat zou je inderdaad spontaan denken. De genuanceerde gevelstructuur bewaren brengt sowieso een meerkost met zich mee maar egaliseren was in dit geval niet eens een optie. Het zou betekenen dat je soms ruimtes van 40 cm en meer zou moeten wegwerken en dat zou het project alleen maar ingewikkelder en bijgevolg ook duurder maken. Zeker omdat de appartementen tijdens de werken bewoond bleven en we dus niet zomaar even de woningen konden mee verbouwen. Daardoor was het ook niet mogelijk om het gebouw aan de binnenkant thermisch te isoleren. Het zou betekenen dat we heel wat koudebruggen hadden moeten overwinnen en vloeren hadden moeten doorzagen om isolatie aan te brengen, wat dan weer akoestische en brandveiligheidsissues met zich mee zou brengen. De gebouwen aan de buitenkant in een warme jas van minerale wol wikkelen was de enig haalbare mogelijkheid. Het voordeel is dat minerale wol ook handig is als je met een onregelmatige basis te maken hebt. Bovendien kon ook de brandweer zich daar goed in vinden. Rotswol is een goede keuze om te voorkomen dat een eventuele brand zich via de gevel zou verspreiden. Wat er gebeurt als daar geen rekening mee gehouden wordt hebben we onlangs nog gezien bij de brand in een flatgebouw in Valencia.”

Welke materiaalkeuzes hebben jullie gemaakt voor de gevelafwerking?

“In de regel heb je drie grote keuzemogelijkheden. Ofwel ga je voor de dure optie van minerale afwerking met natuursteen of beton, wat hier dus niet mogelijk was door de budgetbeperkingen. De goedkoopste oplossing is stuc op isolatie, maar dat was voor mij geen optie omdat daarmee alle subtiliteiten zouden verdwijnen.”

“We kozen bijgevolg voor de gulden middenweg van metalen golfplaten die vastgemaakt worden aan de gevel. Tot de stabiliteitsingenieurs ontdekten dat dit niet zomaar kon omdat de vloeren van de tussenverdiepingen geen extra gewicht konden dragen. Zeker omdat ook het schrijnwerk zou vervangen worden door zware aluminium kipramen met dubbele beglazing.”

“We hebben het probleem opgelost door tussen de verticale betonnen steunpilaren, die om de zes meter de draagstructuur van het gebouw vormen, een nieuwe metalen draagstructuur te voorzien. Die draagt zowel de bardage als de ramen. Daartussen hebben we de isolatie aangebracht.”

Konden de oorspronkelijke betontegels op de gevel blijven hangen?

“We hebben overwogen om de elementen die nog niet afgebrokkeld waren te behouden maar kozen uiteindelijk toch voor strippen. Al was het maar om de belasting in zijn geheel te verminderen en een marge te creëren voor de draagstructuur en de fundamenten van het gebouw. Destructief onderzoek had ondertussen wel bewezen dat er met de betonstructuur voor de rest niets mis was.”

BKBC - 2024-04-30T153345.641
Atelier Kempe Thill/Sto

Hoe kon je met golfplaten de belijning bewaren die je voor ogen had?

“Als architect vind ik het niet leuk dat ik beperkt word door de grenzen van een product. Ik wil die grenzen liefst zelf kunnen bepalen of er op zijn minst op een boeiende manier gebruik van kunnen maken. In dit geval moesten de producten dienstbaar zijn aan de belijning en de variatie die de oorspronkelijke gebouwen uitstraalden. Het schaduwspel van de golvende platen zorgen vanzelf voor een lijnenstructuur, dat ook toelaat dat de randen van de platen weggewerkt worden.”

“Om verder variatie aan te brengen kozen we om de sokkel en de opgaande betonbalken af te werken met de high-end glasmozaïeken van Sto. Dat is een product waar ik heel graag mee werk. Door het lichtspel ontstaat een zeer interessante diepte in de vlakken die je ermee bekleedt. Het was een mooie troost omdat we eerder hadden moeten beslissen dat de mooie blauwsteen zou verdwijnen achter de isolatielaag. De glasmozaïeken zijn 2,5 op 2,5 cm en laten daarmee een zeer grote vrijheid aan de ontwerper. Precies een slangenhuid. Ik ben er zeer tevreden mee.”

“Tenslotte hebben we voor de inpandige terrassen gekozen voor de witte sierpleister van hetzelfde bedrijf, Sto. Beide konden aangebracht worden op dezelfde dragerplaat. Om te onderstrepen dat beide gebouwen ook oorspronkelijk subtiel van elkaar verschilden, hebben we voor de afwerking twee verschillende bruintinten gekozen.”

Is het wel nog kostenefficiënt om dergelijke gebouwen te renoveren naar de energienormen van vandaag? En vooral: gaat de verbouwing nu opnieuw 70 jaar mee?

“Dat laatste durf ik niet te beloven maar ik weet wel dat zowel de bardage als de glasmozaïeken zeer onderhoudsvriendelijk zijn. Als de witte sierpleister na verloop van jaren slijtage vertoont, kan een laagje verf meteen weer het verschil maken; De vraag naar de kostenefficiëntie moet je genuanceerd beantwoorden. In dergelijke gebouwen zit een boel grijze energie die je niet kan recupereren als je kiest voor sloop. Bovendien vormen de gebouwen de context van een sociaal weefsel die je niet zomaar kan vervangen met een nieuwbouw. Dit zijn argumenten die in een louter boekhoudkundige berekening over het hoofd dreigen gezien te worden maar die wel pleiten voor renovatie en niet meteen aan nieuwbouw te denken. Maar dat het niet evident is om ze naar de huidige energetische of brandveiligheidsnormen te verbouwen, is zeker.”

BKBC - 2024-04-30T153253.694
Atelier Kempe Thill/Sto
Florair in cijfers

  • “Er werden op de Florairgebouwen meer dan 3.000 m2  Sto-producten gebruikt”, zegt productmanager Alexander Rickert van Sto. “Het gaat om de voorgehangen, geventileerde gevelsystemen StoVentec M (1.700 m2 glasmozaïeken) en StoVentec R (1.680 m2 sierpleiser). Ze werden beiden bevestigd op de StoVentec Carrier Board S. De plaat wordt vervaardigd uit epoxy en glasgranulaat. Dat bestaat uit 88% gerecycleerd glas. Een plaat weegt 6 kg/m² waardoor ze zeer makkelijk te hanteren is op stellingen. Daarnaast kan ze bewerkt en op maat gemaakt worden met een eenvoudig breekmes.”
  • “De glasmozaïeken zijn 4 en 8 mm dik en bestaan in een veertigtal kleuren en uiteenlopende formaten. Het glaselement op zich is doorzichtig. De kleur wordt op achterzijde aangebracht en komt door lichtinval tot leven.”
  • De gezamenlijke CO2-uitstoot van Florair II en III ging van 1.200 ton per jaar naar 450 ton per jaar, een reductie van 65%. Beide gebouwen zijn nu ‘lage-energiewoningen’.
  • De totale investering voor deze renovatie bedroeg 13.880.836 euro.

Nieuwsbrief

Wens je op de hoogte te blijven van inzichten, projecten, trends en evoluties in de bouwsector? Schrijf je nu in blijf up-to-date!

Bouwprojecten