Biobased isolatie: van de niche naar de norm?
Biobased isoleren is niet langer het exclusieve speelterrein van de idealist. De noodzaak om CO2 te capteren, de schaarste aan grondstoffen en de opmars van houtbouw duwen de bouwsector richting nagroeibare materialen. Toch blijven de drempels hoog leren we uit een gesprek met ir. architect Pieter Vanderhoydonck en bio-ingenieur Koen Van Delsen van architectenbureau Murmuur, en ir. bouwkunde Dries Hubrechts van Eurabo, de groothandel in ecologische bouwmaterialen.
Eerst even iets uitklaren. Een bio-ingenieur in een architectenbureau, dat is toch niet de standaard? “Nee, maar toen ik in 2012 samen met Tinne Verwerft Murmuur oprichtte hebben we Koen er wel meteen bij gehaald”, lacht Pieter. “Zijn kennis was voor ons essentieel om onze ambities waar te maken. We wilden heel graag onze schouders zetten onder sociale en duurzame projecten: scholen, sociale woningen, ... Gebouwen die we breed konden ontwerpen zodat ze ook overeind blijven bij een herbestemming. Duurzaam biobased materiaalgebruik en de technische correctheid daarvan waren daarbij onze steunpilaren. Met die ambitie hebben we ook in Eurabo een vaste sparringpartner gevonden.” “Mensen warm maken voor onder meer biobased isolatie is een constante drijfveer”, zegt Koen Van Delsen. “Niet alleen voor bouwheren en partners, maar ook voor onze eigen medewerkers willen we de vinger aan de pols houden. Het is zaak om continu kennis op te doen en die te proberen implementeren in een wereld die ook op dat vlak razendsnel verandert.”
“Al voelt het evengoed aan alsof we dingen heruitvinden die vroeger standaard waren”, vult Pieter aan. “Er waren tijden dat alle gebouwen biobased en circulair waren. Zodra ze werden afgebroken werd al het materiaal meteen hergebruikt. Die logica, die we als maatschappij ergens onderweg zijn verloren, moeten we terug in de bouw introduceren.” Diezelfde missie klinkt door bij Eurabo. Het bedrijf groeide in 1997 vanuit een pioniersrol in FSC-gecertificeerd hout. “20 jaar geleden kregen we steeds meer vragen naar ecologische isolatiematerialen”, vertelt Dries. “Op de Belgische markt was het nog vruchteloos zoeken. Al van bij de start ging onze missie veel verder dan enkel de commerciële doelstellingen. Door klanten uitgebreid te begeleiden in duurzame keuzes en het aanbieden van concrete systeemoplossingen willen we impact creëren. Soms gaat dat over technisch advies aan een klasse-8-aannemer bij de realisatie van een schoolgebouw maar evenzeer over de particuliere doe-het-zelver die zijn woning renoveert. Verder vinden we het belangrijk om onze kennis door te geven aan studenten via gastcolleges die we geven aan de Hogeschool Gent, Universiteit Gent en de Howest. Dit zijn de bouwprofessionals van de toekomst die we graag klaarstomen op de kanteling van de bouwwereld naar circulaire bouwmethodes met nagroeibare materialen.”
Ringelwikke: de bestaande gebouwen van de herberg worden maximaal gebruikt in hun huidige vorm en afmetingen.
Beter bouwen
Dries: “Grondstoffenschaarste en klimaatopwarming zijn twee stevige argumenten om de vertrouwde PIR- en PUR-isolatie in te ruilen voor houtwol, cellulose, stro en andere nagroeibare isolatiematerialen. Daar is eigenlijk geen idealisme voor nodig. Gewoon gezond verstand en de vaststelling dat petrochemische en minerale basisgrondstoffen op een gegeven moment gewoon op raken, terwijl biobased materialen blijven aangroeien. In de Europese bossen komt er jaarlijks evenveel hout bij als er gekapt wordt. Dat is een mooi evenwicht. Om het een beetje zwart-wit te zeggen: we zijn helemaal niet tegen beton, zolang je dat maar gebruikt voor oplossingen waar geen nagroeibaar alternatief voor bestaat.”
Pieter: “Biobased bouwproducten zijn bovendien middelen om CO2 stockeren. Dat ontlokt soms de opmerking dat het materiaal toch ooit verbrand of gecomposteerd zal worden en CO2 in de atmosfeer zal duwen. Dat uitstel is echter de moeite waard, want tegen die tijd kennen we ongetwijfeld betere manieren om met het vrijkomende koolstofdioxide om te gaan. Het ecologische aspect is bovendien niet de enige drijfveer. Biobased producten passen perfect in een streven naar kwaliteitsverbetering.”
Dries: “De noodzaak om efficiënter te bouwen en wijzigingen in de arbeidsmarkt veroorzaakt een verschuiving naar meer offsite-constructie. Dat stimuleert ook de zoektocht naar slimmer bouwen. In die evolutie zijn lichte constructies op basis van biobased materialen perfect op hun plaats. Ze laten zich eenvoudig verwerken in modules die vlot naar de werf kunnen worden verplaatst.”
Pieter: ”Dit vereist ook voor de architect een totaal andere manier van werken. Je moet problemen immers maximaal vooraf tackelen en niet op de werf. Nadenken over ideale oplossingen om te isoleren bijvoorbeeld, en dan gaat het steeds vaker over de warmte ‘s zomers maximaal buiten houden. Hier hebben biobased materialen een streepje voor. Dankzij hun hogere massa en warmteopslagcapaciteit bufferen ze de hitte van de middag om die dan vertraagd af te geven tijdens de nacht, als je kunt ventileren met koele buitenlucht. Het gaat ook over ademende producten die een betere vochtregulatie toelaten en aan de basis liggen van een aangenamer binnenklimaat. Het voortraject wordt met andere woorden nog belangrijker en het vergt nauwe samenwerking met verschillende partners.”
Dries: “Een mooi voorbeeld van dergelijke synergie is het project ‘Natuurboerderij Bos t’ Ename’, waar Murmuur en Eurabo samenwerkten aan een grote luifelconstructie, gemaakt uit plaatselijk gekapt populierhout. Murmuur bedacht de ruwbouwstructuur, liet die berekenen door de stabiliteitsingenieurs. Waarna we het 3D-model ontvingen en het tekenbureau van Eurabo de balkverbindingen uittekende om ons CNC-gestuurd balkbewerkingscentrum aan te sturen. Uiteindelijk konden vrijwilligers al het materiaal als een groot mecanopakket in elkaar zetten. Efficiënt, zonder dubbel werk en voortbouwend op elkaars flow.”
Murmuur gebruikte maximaal biobased toepassingen bij de verbouwing en uitbreiding van een oude herberg tot Steinerschool De Ringelwikke in Ronse.
Prijs en perceptie
Als de voordelen zo duidelijk zijn waarom isoleren we dan nog niet massaal met biobased materialen?
Pieter: “Prijs speelt zeker een rol. Bij particuliere klanten die overtuigd zijn van het duurzame verhaal, is prijs zelden een discussiepunt. Bij openbare aanbestedingen of in de sociale woningbouw wint de goedkoopste oplossing het nog te vaak van de duurzaamste.”
Dries: “Al kun je niet zeggen dat biobased per definitie duurder is. Vaak is het ook gewoon perceptie. Alles hangt ervan af of een materiaal zijn superieure meerwaarde in een toepassing al dan niet kan vervullen. Ik geef graag het voorbeeld van kurk. Dat is een duurder materiaal als je het gebruikt als verborgen isolatie, maar als je het kan inzetten als isolatie én gevelafwerking in één enkele laag, dan wordt het een prijsgunstige systeemoplossing. Bepaalde isolatieproducten zoals ingeblazen cellulose- of houtvlokken vallen bij de meeste projecten, ondanks hun technische meerwaarde, zelfs niet duurder uit dan de plaatsing van klassieke isolatiematerialen.”
Pieter: “Vaak is een gebrek aan kennis en angst voor het onbekende de reden waarom mensen kiezen voor de klassieke optie. We moeten opletten dat daardoor de bouw niet afglijdt naar een banaal proces van domme handelingen. Biobased materialen vragen dat je je verstand gebruikt. Ze zijn gevoeliger voor vocht en lekken, dus je moet gewoon juister en slimmer bouwen.”
Tinne Verwerft, de rug van Koen Van Delsen en Pieter Vanderhoydonck
Dries Hubrechts
Biobased?
Koen: “Wat ons bij de essentie brengt. In de praktijk is biobased isolatie een zeer rekbaar begrip. We zijn met Murmuur partner in het Interreg Casco-project dat werkt aan de ketenopbouw voor 100% biobased bouwmaterialen, zonder enige inmenging van kunststoffen, die opgeschaald kunnen worden. Dat is zowat het meest radicale standpunt dat je kunt innemen.”
Dries: “Al kun je natuurlijk ook een zuiver biobased materiaal hebben dat toch een hoge ecologische impact heeft. Denk aan schapenwol. Afhankelijk van de voeding van de dieren, hun uitstoot en het transport kan de voetafdruk zelfs hoger uitvallen.”
Koen: “Veel vaker gaat het over producten waarin slechts een fractie nagroeibaar materiaal zit. We zijn daar niet per se tegen, het is beter dan niets, al willen we natuurlijk liever producten die je, eenmaal end of life, in de tuin kunt leggen zodat ze composteren. Veel isolatieproducten claimen biobased te zijn maar bevatten een kleine fractie polyestervezels om de mat bij elkaar te houden. De eerste producent die daar een alternatief voor vindt, gaat sterk scoren.”
Certificaten en attesten
Dries: “Er komen niet alleen nieuwe producten, de bestaande slagen er ook steeds beter in om hogere lambdawaarden te bereiken, omdat bijvoorbeeld het productieproces performanter wordt. En hoe meer onderzoek je doet, hoe gedetailleerder het product getest wordt en je kunt aantonen wat de capaciteiten zijn, hoe groter de kans wordt dat het opgepikt wordt. Want dat is momenteel een van de grootste hindernissen voor biobased materialen. Een online rekentool zoals Totem helpt architecten om de milieu-impact van bouwmaterialen te evalueren maar we stellen vast dat dit contraproductief kan zijn voor kleinere, innovatieve producenten van biobased producten. Ze hebben vaak niet de het budget om hun claims hard te maken. Daardoor vallen ze terug op generieke waarden die in de database zijn opgenomen. Terwijl grote industriële spelers die dure certificeringen en testen wel kunnen betalen.”
“Het helpt als er voor bepaalde types producten een geharmoniseerde norm bestaat, zoals voor houtwol bijvoorbeeld. Dan is het ook als kleine speler gemakkelijk om een CE-markering te krijgen. Voor katoenisolatie bijvoorbeeld bestaat die norm niet en moeten producenten dus met een veel grotere inspanning gecertificeerd zien te geraken.”
Koen: “Ik zie wat dat betreft veel potentieel in het standaardiseren van de vezels in plaats van de afzonderlijke planten. Allemaal zijn ze een samenstelling van cellulose en lignine. Als we daar generieke waarden aan kunnen koppelen, maakt het niet meer uit wat je precies in je prefab-cassette blaast. Dan kun je werken met wat er lokaal en in dat seizoen beschikbaar is: stro in de zomer, gras uit bermbeheer in de herfst. Materialen waarvoor je geen extra landbouwgrond nodig hebt, in tegenstelling tot bijvoorbeeld hennep. Bermgras is er in overvloed en wordt nu vaak als afval gezien. Je moet betalen om het te composteren. Als je dat kunt verwerken tot hoogwaardige isolatie, ben je echt circulair bezig.”
Houtbouw ingeblazen met STEICO zell.
Opschalen
Koen: “In België komt daar nog de problematiek van de technische goedkeuring bij. Zonder ATG voor specifieke systeemopbouwen durven veel architecten ze niet voorschrijven, zeker niet in openbare aanbestedingen. Een ATG behalen kost echter al snel 50.000 euro, en vraagt enorm veel tijd en energie. Het is een vicieuze cirkel. Zolang ze geen ATG hebben, kunnen ze niet aan de eisen van een bestek voor een publiek project voldoen, worden ze niet voorgeschreven en zolang ze niet voorgeschreven worden, is er geen markt.”
Pieter: “Tenzij je erin slaagt om er een proefproject van te maken. Zoals ons project voor de Steinerschool in Aalst. De bouwheer is ingegaan op onze vraag om te mogen experimenteren met ingeblazen stro-isolatie. In de hoop dat we erin slagen om een aantal hindernissen weg te nemen zodat de procedure om tot een geharmoniseerde norm of attesteringen te komen versnelt.”
Koen: “Voor particuliere projecten is meer mogelijk. In principe kunnen we alles voorschrijven. Voor houtwolplaten of papiervlokken zijn er voldoende technische gegevens beschikbaar om ze zonder risico’s te kunnen toepassen in particuliere bouwprojecten. Het is nu zaak om te proberen opschalen. Daarom onderzoeken we samen met Durabrik en architectenbureau Bart de Haene in het project de Vissersstraat hoe we een site van 25 wooneenheden van sociale woonmaatschappij Dimensa duurzaam kunnen renoveren en in welke mate we daarbij ecologische materialen kunnen gebruiken die we nu al regelmatig voor particulieren gebruiken. Papiervlokken bijvoorbeeld. Ons doel is aantonen dat je met die materialen ook binnen de financieringsnorm van de sociale woningbouw kunt bouwen.”
Pieter: “Ook brandveiligheid blijft een moeilijk punt. Grote fabrikanten van minerale wol hebben voor elke mogelijke opbouw een brandattest klaarliggen. Biobased fabrikanten kunnen dat doorgaans niet. Terwijl de praktijk uitwijst dat biobased materialen vaak veel beter presteren dan hun reputatie doet vermoeden.”
“We kiezen ervoor om bouwheren stapsgewijs te enthousiasmeren. Ook al zijn veel biobased producten vandaag nog te extreem voor grote projecten, merken we dat veel openbare opdrachtgevers geïnteresseerd zijn. Hetzelfde geldt voor de grote aannemers en ontwikkelaars. Iedereen heeft wel een mannetje die zich daar in stilte over inwerkt. Niet in het minst met het oog op de Europese regelgeving die almaar strenger wordt.”
Dries: “Ondertussen zien we dat grote isolatieproducenten innovatieve bedrijfjes overnemen. Dit schept mogelijkheden tot opschaling en toegankelijker maken van ecologische isolatiematerialen. Dit zijn de bedrijven die de middelen hebben en de weg kennen om in Europa een doorbraak te versnellen.”
Woning ingepakt in kurkfacade.