Diverse factoren openen deur naar veelbelovende toekomst
De aanzet voor dit artikel kwam er naar aanleiding van de jaarlijks door FEBE, de Federatie van de Betonindustrie, georganiseerde Elements Awards. Deze Elements Awards, een wedstrijd vooral gericht op architecten, ontwerpers, aannemers, ingenieursbureaus, studiebureaus, bouwheren en fabrikanten van betonelementen, beloont projecten met prefab betonelementen. Dit leidde ons ertoe om even te kijken hoe een en ander er voorstaat op de markt van het prefab-bouwen.

Prefab bouwen is uiteraard niets nieuws, maar een opvallende vaststelling is wel dat het de voorbije jaren aan populariteit won. Dat dit geen toeval is, wordt duidelijk als we er een heel recente studie bijnemen van het in Nederland (Rotterdam) gevestigde bureau USP Marketing Consultancy. Dit bureau verricht marktonderzoek overal ter wereld en is gespecialiseerd in de bouw- en woningverbetering en de installatie- en vastgoedmarkten. Recent onderzocht het welke prefab-trends er in de bouwsector de bovenhand nemen en welke er zitten aan te komen.
Sneller, goedkoper en beter
Volgens USP zijn de factoren die het prefab bouwen extra in beweging zetten een aantal recente technologische ontwikkelingen, samen met een groeiende vraag naar duurzame en efficiënte bouwmethoden, gekoppeld aan toenemende arbeidstekorten, stijgende materiaalkosten en snel groeiende stedelijke landschappen. Hierdoor wordt er gezocht naar manieren om slimmer en sneller te bouwen, zowel in Nederland als daarbuiten. Of om het gebald samen te vatten: in de bouwsector mikt men op sneller, goedkoper en beter en laat net prefab die drie zaken perfect afdekken.
Het toenemende arbeidstekort alleen al dwingt de markt om bouwen in het algemeen anders te bekijken. Met prefab verminder je de hoeveelheid arbeid op locatie, verhoog je de efficiëntie en gaat de kwaliteit van wat wordt afgeleverd omhoog. Een grote hulp voor prefab is dat de bouwwereld de afgelopen jaar steeds sterker is beginnen inzetten op digitalisering. Een nauwkeurige BIM en nieuwe technologieën leiden naar steeds meer mogelijke upgrades in de standaard manier van bouwen. Een extra pluspunt is dat vooraf maken inspeelt op milieuvriendelijke en groene praktijken.
USP merkt bij dit alles significante evoluties in het materiaalgebruik. Zo nemen houtgebaseerde oplossingen duidelijk toe. Cijfers leren daarbij dat architecten een overweldigende voorkeur vertonen voor hout in volledig afgewerkte gevels (40%), binnenmuren (43%) en zadeldaken (55%). Bij de aannemers ziet men dat beton domineert als het gaat om geprefabriceerde onbewerkte elementen. Bij de architecten volgt beton met respectievelijk 29%, 19% en 11%.
Een toekomstvoorspelling
Wat mogen we verwachten voor de nabije en niet zo nabije toekomst? Hierbij stelt men dat er op korte termijn geen sterke toename mag verwacht worden voor prefab. Anno 2024 ziet men een beperkte groei, vergelijkbaar met de lichte toename van 28% in 2019 naar 29% in 2023.
Belangrijke redenen voor een langzamer tempo op korte termijn zijn de (Europese) trends naar minder nieuwbouw en meer renovatie, waar ook nog eens hogere rentetarieven aan worden toegevoegd. De groei in de bouwwereld zien we momenteel ook vooral bij urbanisatie en hoogbouw, waarbij dat laatste een hinderpaal is voor prefab, dat tot dusver meestal gericht is op laag- tot middenbouw. Helemaal anders ziet men het op middellange of lange termijn. Daarbij wijzen heel wat factoren op een aanzienlijke versnelling van de adoptie van prefab, tot 33% in 2025 en 39% in 2030 in heel Europa.
In haar conclusies stelt USP nog dat de introductie van prefab langzaam verloopt omdat de industrie van aannemers er traditioneel een is van langzame adaptatie. Het wijst er daarnaast wel op dat het steeds eenvoudiger is geworden om geprefabriceerde elementen te maken voor een gebouw van 0 tot 5 verdiepingen. Alles daarboven ligt wat moeilijker door regelgevende beperkingen, prefab-normen, hogere toegangsbarrières of andere administratieve obstakels die de ontwerpmogelijkheden beperken en de kosten verhogen.
Potentiële groei bij renovatie
Een van de opvallendste besluiten is hoe heel wat potentiële groei gespot wordt bij de renovatieprojecten, waarbij de uitdaging is bestaande structuren optimaal te laten integreren met prefab structuren. USP merkt tevens op dat de prefab-productie verder wordt geïndustrialiseerd voor het boeken van serieuze productiviteitswinsten. Dit betekent tevens kijken naar technologische vernieuwingen in robotica en automatisering.
Nog interessant om mee te geven, is dat USP een fraaie toekomst ziet voor de volumetrische constructie (of het modulaire bouwen). Dit betekent dus dat hele modules worden geprefabriceerd, inclusief afgewerkte elementen zoals muren, plafonds, vloeren, ramen, deuren, schilderwerk, coating of volledige elektrische systemen. Men wijst in één en dezelfde adem ook nog op de toenemende, maar weliswaar trage opkomst van 3D-printing, waardoor steeds meer off-site kan worden afgehandeld.
Bron: Dirk Hoogenboom, USP Marketing Consultancy: ‘Prefab Trends in de Bouwsector om in 2024 in de gaten te houden’
In de studie werd al gesteld dat vooral het zogenaamde volumetrische of modulaire bouwen een mooie toekomst lijkt te hebben. Op de markt zelf zien we dit bevestigd worden bij een bedrijf dat je niet meteen met modulair bouwen zou vereenzelvigen: het van oorsprong Japanse Kaneka, een lijmspecialist die ook beschikt over een productiefaciliteit in België. Wat heeft een lijmspecialist te maken met modulair bouwen, willen we graag weten van Jo Indesteege, Business Manager van de EMEA MS Polymer™ Division?
“Als onderneming zijn wij gespecialiseerd in silaanlijmen, en laat net dat een grote troef zijn bij het modulaire bouwen”, legt hij uit. “We merken, zeker in Europa, hoe er te weinig residentiële huizen en appartementen zijn, terwijl beschikbare gronden schaars worden. In dit geval kunnen silaanlijmen (of MS Polymeren) voor op een industriële schaal in de fabriek gefabriceerde ‘modular houses’ de nodige vooruitgang faciliteren. Dit komt er zeker aan, al wordt er momenteel nog heel vaak teruggegrepen naar een heel conventionele opbouw met schroeven en bouten.”
Jo Indesteege stelt vast hoe de modulaire huizenmarkt nog heel primitief in elkaar steekt. Al kan dat volgens hem heel snel evolueren in de nabije toekomst, waarbij Nederland zoals gewoonlijk iets sneller aanpast dan België.
“Het waarom van het toekomstige succes steekt in de formulering van de lijm zelf. Gebruik je bij de productie van deze ‘modular houses’ een harde, rigide lijm, dan ontstaan er gegarandeerd problemen tijdens het transport naar de eindlocatie. Je moet dus een elastische lijm gebruiken, waarbij wij nieuwe opportuniteiten zien voor de silaanlijmen, die ook nog eens vrij zijn van schadelijke dampen, anders dan bij isocyanaten of epoxy’s. Voor deze nieuwe soort huizen zou er wel eens heel véél silaanlijm nodig kunnen zijn. Er komt volgens ons een mooie toekomst en het lijkt heel erg plausibel om die modulaire huizen binnenkort gewoon op een transportband in de fabriek te maken. Vergelijk het met hoe Henry Ford indertijd de lopende band voor zijn automobielen introduceerde, maar dan nu in de bouwwereld…”
“We werken daarnaast trouwens hard mee aan het verder op punt zetten van de standaardisatie en normen voor onder meer modulaire huizen. We stellen immers vast dat daar nu nog weinig structuur in zit. Zo merken we dat er nog voor heel veel toepassingen geen melding wordt gemaakt van silaangemodificeerde polymeren, zodat projectontwikkelaars en bouwheren het foutief kunnen beschouwen als niet gecertificeerd.”
En de winnaars van de FEBE Elements Awards zijn …

Op donderdag 28 november werden in het Vestar congrescentrum in Antwerpen de jaarlijkse FEBE Elements Awards uitgereikt. Bij deze 12de editie werden 60 projecten beoordeeld, verdeeld over vijf categorieën. Een kort overzicht van de diverse laureaten en hun bekroonde projecten:
Precast in Buildings (gebouwen gekenmerkt door het gebruik van prefab beton): met het project Prinses Irene 59 – Amsterdam vond de jury de winnaar in deze categorie bij onze noorderburen. Dit project van architect V8 Architects BV gebruikte prefab beton van Decomo nv en ligt op de Zuidas in Amsterdam. Hier werd een gebouw uit de jaren 70 gerenoveerd tot een kantoor van wereldklasse. De oorspronkelijke gevel van ruw beton werd vervangen door een nieuwe gevel die het tegenovergestelde is: een open raster, gebogen en transparante ramen, bronzen ornamenten en gepolijst beton met natuursteenaggregaten. De nominaties in deze categorie waren voor sporthal Spinhal in Dessel en de herbestemming van de Weylerkazerne in Brugge.

Precast in Structures (prefab structuren waarvan de conceptuele en functionele aspecten overheersen): in deze categorie trekken we naar de Oostkantons. Winnaar werd Passerelles in Eupen, een project van de hand van architect SEA+partners srl, met prefab beton van Ets E. Ronveaux sa. In dit geval gaf de stad Eupen het architectenbureau de opdracht om 7 kunstwerken te restaureren die beschadigd waren door de overstromingen van 2021, waaronder 4 nieuwe prefab betonnen voetgangersbruggen. Deze structuren, ontworpen als bogen die in het landschap zijn geïntegreerd, maken gebruik van een unieke stalen bekisting om slanke en helixvormige liggers van verschillende lengtes te realiseren, wat de productie optimaliseert. De genomineerden in deze categorie: de Kloosterstraatbrug over de E40 in Drongen en een nieuwe vleugel voor het VTI van Oostende.

Precast in Landscape (projecten waarbij het prefab beton wordt aangewend om de (publieke) ruimte aan te kleden): als laureaat kwam in deze categorie de pontonbrug Terhills in Maasmechelen uit de bus. Dit ontwerp van Burolandschap bv met prefab beton van Betca nv omvat een drijvende voetgangersbrug van 400 meter lang in S-vorm, samengesteld uit 28 geprefabriceerde gebogen betonelementen. Elk element is 13 meter lang, 3,3 meter breed en weegt 40 ton. De pontons, met polystyreenblokken voor drijfvermogen, zijn door middel van scharnieren met elkaar verbonden en vastgezet met onderwaterpalen. Dit project, een voorbeeld van duurzaamheid, vereiste nauwkeurige engineering, met name om het materiaalgebruik te optimaliseren en hoge toleranties te respecteren. Prefabricatie was cruciaal om de kwaliteit en uitvoerbaarheid van het geheel te garanderen. De genomineerden: de aanleg van een moderne voortuin Ingelmunster en het tramproject van Luik.

Precast in Infrastructure (ondergrondse realisaties dankzij prefab beton): deze winnaar brengt ons naar de Franse hoofdstad Parijs, waar het project UrbanRoots de hoofdvogel afschiet. Dit project van aannemer Lachaux Paysage met prefab beton van Ebema nv integreerde in Seine-Saint-Denis, nabij Parijs, vijf boombunkers in prefab beton, een primeur voor de regio. Deze modulaire systemen bieden optimale ondergrondse ruimte voor de groei van bomen in een stedelijke omgeving, waarbij ze beschermd worden tegen het gewicht van het verkeer dankzij een betonnen constructie die de belasting verdeelt. Het gebruik van prefab beton zorgt voor een snelle installatie, essentieel in uitdagende werfomstandigheden. Het systeem is circulair en kan na verwijdering worden hergebruikt of gerecycleerd. Dit proces bevordert ook een betere boomgroei zonder de stabiliteit van omliggende infrastructuur in gevaar te brengen. De genomineerden: Place Matuvu in Knokke-Heist en de Verapazbrug in Gent.

Outstanding Precast (projecten gericht op innovatie in de sector): volgens de jury stak het project Nonnenstraat in Turnhout in deze categorie boven de anderen uit. Bij Nonnenstraat (aannemer: Gebroeders Van Den Bogerd bv en prefab beton: Lithobeton nv – Artstone (PHB nv)) gaat het om een concept van ‘klimaatrobuuste wegenopbouw’. Dit werd ontwikkeld door Aquafin in samenwerking met experts en stelt een innovatief systeem voor onder het wegdek om regenwater beter te beheren. Dit systeem maakt het mogelijk dat water makkelijker in de bodem infiltreert, waardoor het risico op overstromingen afneemt. In de Nonnenstraat werd een nieuw gescheiden afwateringssysteem geïnstalleerd om regenwater op een lokale en duurzame manier te verwerken. Dit project maakt gebruik van geavanceerde infiltratietechnieken, zoals een combinatie van doorlatende verharding, bufferende fundering en een drainagesysteem, voor een efficiënte infiltratie, zelfs in smalle en dichtbebouwde straten. Het concept integreert een ‘dubbele infiltratie’-systeem met ondergrondse drains en filterputten, waardoor grote hoeveelheden regenwater kunnen worden verwerkt. Zo wordt de druk op de rioolinfrastructuur verminderd en het risico op overstromingen in stedelijke gebieden beperkt. De genomineerden: Abby, een voormalige cisterciënzerabdij uit de 16de eeuw in Kortrijk en het project Hondiuslaan in Duffel, waar de eerste geopolymere buis in België geïnstalleerd werd in een rioleringsproject.