Hoost geeft heist kleur en karakter
Op amper 300 meter van de kustlijn verrees Hoost als nieuwe landmark in het centrum van Heist. De kleurrijke toren combineert 97 woningen met publieke functies, een plein en een gasloos energieconcept. Voor aannemer Artes Depret lag de uitdaging in de expressieve gevel, de complexe lastendaling, bouwen in kustklimaat en een werforganisatie met gescheiden binnen- en buitenstromen.
Hoost is geen klassieke woontoren, maar een gestapelde stad – naar een ontwerp van het Franse Jakob + MacFarlane – waarin huisjes, balkons, kruisen, terrassen en kleurvlakken samen een uitgesproken stedelijk beeld vormen. Daarmee breekt het ontwerp met de klassieke kustarchitectuur en geeft Heist een nieuwe herkenningsplek op de voormalige gemeentehuissite. De toren combineert wonen met publieke functies zoals bibliotheek, horeca, kantoren en een multifunctionele ruimte. Ook het omliggende Maes- en Boereboomplein krijgt een nieuwe rol als ontmoetingsplek. Een schaduwstudie bepaalde mee het volume, zodat de impact op de omliggende bebouwing beheerst bleef.
Franse finesse
De voorbereiding van het project startte al in 2019. De architecturale ambitie was groot, maar de vertaling naar de Belgische praktijk vroeg intensief studiewerk. “Het ontwerp was ambitieus, maar kwam sterk uit een Franse denktrant”, duidt Kathy Geiregat, projectmanager bij Artes Depret. “Daardoor moesten we heel wat details herwerken om ze bouwtechnisch en economisch haalbaar te maken. In België zijn koudebruggen veel minder aanvaardbaar dan in het oorspronkelijke concept. We hebben daarom samen met de architect en het studieteam gezocht naar oplossingen die technisch correct waren, maar het beeld niet aantastten. Soms zat de oplossing in iets verrassend eenvoudigs, zoals Heraklith-panelen die speels onder luifels werden aangebracht.”
De beeldbepalende kruisen zijn uiteindelijk in een staalstructuur uitgevoerd om koudebruggen te vermijden.
Maakbare kruisen
Een van de meest bepalende uitvoeringskeuzes zat in de grote gekleurde kruisen die de gevel zijn herkenbare karakter geven. In het ontwerp waren ze aanvankelijk bedacht als elementen in architectonisch beton, maar die piste bleek technisch moeilijk haalbaar. “De kruisen moesten aanzienlijke krachten opnemen en afdragen, terwijl tegelijk koudebruggen moesten worden vermeden. Bovendien moesten ze visueel aansluiten bij de betonnen luifels, gevelvlakken en terrassen. Die combinatie maakte het bijzonder moeilijk om een uitvoering in beton te handhaven. Uiteindelijk zijn we overgestapt naar een staalstructuur. Die staalstructuur hebben we bekleed met GRC-platen, zodat de architecturale uitstraling van beton behouden bleef. Ook de voegen zijn niet toevallig geplaatst: we hebben lang gezocht naar een ritme dat technisch logisch was en tegelijk het gevelbeeld respecteerde. Het uitdokteren van het concept – samen met een gespecialiseerd studiebureau – heeft voor ons het project echt technisch haalbaar gemaakt”, vervolgt Kathy Geiregat.
Luifels en lasten
Ook de betonnen luifels vroegen veel voorbereiding. Ze werden niet als losse, achteraf gemonteerde elementen behandeld, maar mee geïntegreerd in de ruwbouwlogica. Kathy Geiregat daarover: “Daarbij speelde de aansluiting met de aluminium composietplaten een belangrijke rol. Tussen de luifels zitten panelen van 6 tot 8 meter lang, die in één geheel tussen de plooien moesten passen. Dat vroeg een nauwkeurige maatvoering en een goed doordachte volgorde van uitvoering. De luifels werden uiteindelijk prefab voorzien en mee opgetrokken met de ruwbouw. Om de thermische prestaties te verzekeren, was een stevige thermische onderbreking nodig.”
Hoost werd helemaal in de stellingen geplaatst, wat het mogelijk maakte de binnen- en buitenafwerking volledig van elkaar gescheiden uit te voeren.
Een vier verdiepingen hoge wandligger in staal helpt – samen met een balken en rasterstructuur - de lasten van de toren af te dragen over de multifunctionele zaal.
Water en wind
De ligging aan zee maakte de geveltechniek extra veeleisend. Hoost staat vrij in de wind, op korte afstand van de kustlijn. “Daardoor moest niet alleen rekening worden gehouden met klassieke windbelasting, maar ook met turbulentie, luchtdrukverschillen en slagregen die rond en tegen de toren slaat”, zegt Kathy Geiregat. “Vooral rond de kruisen, terrassen, huisjes, balustrades en aansluitingen tussen materialen was het risico op infiltratie groot. We hebben dan ook van bij de studie veel aandacht besteed aan waterdichting en luchtdichtheid. Omdat de toren helemaal alleen staat heeft de wind vrij spel en draait hij rond het gebouw. Daardoor zou de wind in kieren of spleten kunnen blazen en fluittonen veroorzaken. Dat wilden we absoluut vermijden. Daarom hebben we elk detail zorgvuldig ingepakt en gecontroleerd.
Controle per detail
Daarnaast hebben we nog tijdens de uitvoering ingezet op een doorgedreven kwaliteitscontrole.
Na het inpakken controleerde de werfleiding elk kritisch knooppunt aan de hand van controlelijsten en een digitaal controleprogramma. Per detail werden aandachtspunten vastgelegd, foto’s genomen en de uitvoering geregistreerd. Zo werd de volledige gevel systematisch in kaart gebracht en bleef zichtbaar welke zones al gecontroleerd waren en waar nog bijsturing nodig was. Die aanpak was essentieel omdat latere inspecties en herstellingen bijzonder complex zouden zijn. “We wilden absoluut geen waterproblemen achteraf. Bij een gevel als deze kun je niet vertrouwen op standaardoplossingen of op visuele controle alleen. Zeker rond de terrassen en de kruisen zat de moeilijkheid in de opeenvolging van roofing, bijkomende waterdichting, gevelbekleding en afwerking. Die nauwgezette opvolging was noodzakelijk omdat latere herstellingen bijzonder complex zouden zijn”, duidt Kathy Geiregat.
Anneliesdegrootefotografie 12; De stalen kruisen werden vervolgens met GRC-platen bekleed om de look van beton te imiteren.
Ook logistiek was Hoost geen standaardwerf. De toren heeft een open binnenkern en werd uitgevoerd met een duidelijke scheiding tussen binnen- en buitenzone. “Rond het gebouw stond een stelling die maximaal werd benut voor de buitenafwerking. Ramen, gevels, balustrades, terrasafwerkingen en plafonds van terrassen konden van buitenaf worden uitgevoerd. De binnenafwerking verliep via de binnenzijde, zodat ploegen en materiaalstromen elkaar zo weinig mogelijk kruisten. Die gescheiden afwerkingsflows hebben ons veel schade bespaard. Wie buiten werkte, hoefde niet door afgewerkte appartementen of over parket. Daardoor bleven glas, buitenschrijnwerk en interieurs beter beschermd. Bovendien konden binnen- en buitenploegen in een verschillend ritme werken. Sommige appartementen waren binnen al ver gevorderd terwijl de gevelafwerking nog bezig was”, vertelt Kathy Geiregat.
Die aanpak had ook een keerzijde: de logistiek werd een huzarenstuk. “Niet elk appartement was rechtstreeks bereikbaar met een klassieke bouwlift en elke verdieping had een andere geometrie. Materiaal voor de binnenafwerking moest daarom soms met de torenkraan boven het gebouw worden gebracht, in de open kern worden neergelaten en vervolgens via bouwliften naar de juiste verdieping worden verdeeld. Zelfs keukens werden in aangepaste palletten aangeleverd om ze veilig te kunnen hijsen, eerst tot ongeveer 50 meter hoog en daarna opnieuw naar beneden in de binnenkern. Die werkwijze vroeg veel voorbereiding, maar maakte het mogelijk om de afwerkingsgraad hoog te houden zonder de kwetsbare gevel- en interieurdelen onnodig te belasten.”
Zware onderbouw
De publieke functies in de plint hadden een grote impact op de structuur. “De multifunctionele zaal loopt over niveaus -1 en 0 en vroeg grote overspanningen. Tegelijk moesten de krachten uit de toren op een gecontroleerde manier naar beneden worden gebracht, zonder de openheid van de publieke ruimtes te hypothekeren. Daarvoor hebben we een groot balkenraster toegepast in combinatie met een wandligger die doorloopt tot op de vierde verdieping. Constructief was dat een bijzonder zware oefening”, vervolgt Geiregat. “De wandligger is een staalstructuur die helpt de krachten van de toren af te dragen op de onderliggende structuur. Het staal is later omhuld met beton. De wandligger zit midden in de appartementen en heeft dus ook impact op de afwerking. Het was technisch een huzarenstuk om die structuur correct te positioneren en volwaardig te integreren.”
De betonnen luifels werden mee geïntegreerd in de ruwbouwlogica. Ze werden prefab voorzien en mee opgetrokken met de ruwbouw. Dat vroeg een grondige voorbereiding.
Opdrachtgever: CAAAP
Ontwerpers: Jakob + MacFarlane ism B2Ai
Aannemer: Artes Depret