Als abonnee heb je toegang tot alle artikels op BOUWKRONIEK.be

Bouwprojecten

Nieuwe gevangenis de Kade in Antwerpen kiest voor campusmodel, groen en mensgerichte architectuur

Op de Blue Gate-site in Antwerpen is de nieuwe gevangenis de Kade officieel in gebruik genomen. Het complex biedt in basis plaats aan 440 gedetineerden en is opgevat als een compacte campus met afzonderlijke gebouwen, straten, pleinen en veel groen. De nieuwe inrichting breekt daarmee bewust met het klassieke gevangenismodel. Kleinschalige leefeenheden, autonomie binnen een beveiligde omgeving en een sterke landschappelijke inpassing moeten bijdragen aan een menselijker leef- en werkklimaat.

kade

De nieuwe gevangenis werd op 2 september officieel ingehuldigd. De werken gingen in 2023 van start op een terrein van ongeveer 7 hectare op Blue Gate Antwerp, vlak bij de Schelde.

Met de ingebruikname krijgt Antwerpen naast de bestaande gevangenis in de Begijnenstraat een tweede penitentiaire instelling. Om beide locaties duidelijk van elkaar te onderscheiden, kregen ze ook een eigen naam. De historische gevangenis uit 1855 wordt voortaan de Vest genoemd, als verwijzing naar haar gesloten en burchtachtige karakter. De nieuwe gevangenis kreeg de naam de Kade, een verwijzing naar haar ligging bij de Schelde.

Gevangenis als stedelijke campus

Architecturaal wijkt de Kade sterk af van het traditionele beeld van een gevangenis als één groot gesloten volume. Het ontwerp neemt veeleer de schaal en structuur van een kleine stad aan.

Verspreid over de site liggen verschillende gebouwen die met elkaar verbonden zijn door straten, pleinen en buitenruimtes. Die campusopbouw maakt het mogelijk om de verschillende functies van elkaar te onderscheiden en tegelijk een duidelijke ruimtelijke structuur te creëren.

De gevangenis is verdeeld in kleinschalige leefeenheden van telkens 22 personen. Dat schaalniveau moet het dagelijkse samenleven overzichtelijker maken en meer ruimte geven voor begeleiding en individueel contact.

Ook de interne circulatie sluit bij dat concept aan. Gedetineerden kunnen zich met behulp van een badge zelfstandig tussen bepaalde zones bewegen, uiteraard binnen de beveiligingsvoorwaarden van de instelling. Daarmee wil het ontwerp een zekere mate van autonomie creëren en het dagelijkse leven buiten de gevangenis zo veel mogelijk benaderen.

Naast cellulaire gebouwen omvat het complex onder meer gemeenschappelijke ruimtes, sportvoorzieningen, werkruimtes en een medisch centrum.

Verhoogd maaiveld bepaalt landschap

Het landschap vormt een belangrijk onderdeel van het beveiligings- én architectuurconcept.

De cellulaire gebouwen zijn aangelegd op een verhoogd maaiveld, ongeveer vier meter boven het straatniveau. Voor die ophoging werd circa 70.000 m³ grond aangevoerd.

Rond de gebouwen werden meer dan 200 populieren aangeplant. De bomen en andere vegetatie zorgen ervoor dat de ommuring minder nadrukkelijk aanwezig is in het landschap. Tussen de verschillende gebouwen en langs de circulatieassen zijn bijkomende groenzones aangelegd.

De landschapsarchitectuur vervult daarmee meerdere functies. Ze draagt bij aan de beleving van de buitenruimte, ondersteunt de ecologische ambities van het project en verzacht tegelijkertijd de visuele aanwezigheid van de veiligheidsinfrastructuur.

Capaciteit verdeeld over kleinschalige eenheden

De Kade beschikt over een basiscapaciteit van 440 plaatsen. Daarvan zijn 396 plaatsen voorzien voor mannen.

Een afzonderlijke entiteit biedt plaats aan 44 personen en omvat onder meer het medisch centrum en een afdeling voor zorgbehoevenden en geïnterneerden.

Elke entiteit is verder opgesplitst in leefeenheden met een basiscapaciteit van 22 gedetineerden. Daarnaast beschikt het complex over een reservecapaciteit van 66 plaatsen.

Die opdeling ondersteunt het uitgangspunt van differentiatie binnen de gevangenis. Door kleinere groepen te creëren kunnen infrastructuur, begeleiding en dagelijkse werking beter worden afgestemd op verschillende profielen en behoeften.

Ruimte voor werk en opleiding

Naast huisvesting en beveiliging krijgt ook de voorbereiding op re-integratie een duidelijke plaats binnen het project.

Via Cellmade krijgen gedetineerden de mogelijkheid om tijdens hun detentie te werken en opleidingen te volgen. Daarvoor zijn binnen het complex aangepaste werk- en opleidingsruimtes voorzien.

Het achterliggende idee is dat werkervaring, verantwoordelijkheid en bijkomende vaardigheden de overstap naar de arbeidsmarkt na detentie kunnen vergemakkelijken.

Het ontwerp van de gevangenis ondersteunt daardoor niet alleen de dagelijkse detentiewerking, maar moet ook ruimte bieden aan activiteiten die gericht zijn op opleiding, begeleiding en terugkeer naar de samenleving.

BREEAM Excellent

Ook duurzaamheid speelde een belangrijke rol bij ontwerp en realisatie. Voor het complex werd een BREEAM-certificaat op niveau Excellent behaald.

De gebouwen zijn compact opgevat en zo georiënteerd dat maximaal gebruik kan worden gemaakt van natuurlijk daglicht. Grote raamopeningen moeten daarbij niet alleen de energieprestatie ondersteunen, maar ook de leefkwaliteit binnen de gebouwen verbeteren.

Op de daken werd gekozen voor een combinatie van groendaken en zonnepanelen. Waar geen groendak aanwezig is, zijn fotovoltaïsche panelen geplaatst.

In totaal telt de site meer dan 700 zonnepanelen, samen goed voor een geïnstalleerd vermogen van ongeveer 380 kWp.

Regenwater, grijswater en warmtenet

De waterhuishouding werd eveneens geïntegreerd in het landschapsontwerp.

Regenwater en grijswater worden hergebruikt, terwijl het terrein zelf instaat voor een deel van de buffering en infiltratie. Daarvoor werden onder meer wadi's en een ringgracht aangelegd.

Die combinatie moet piekbelasting op de riolering beperken en regenwater zo veel mogelijk lokaal vasthouden en infiltreren.

Voor de warmtevoorziening sluit de gevangenis aan op het warmtenet van Blue Gate. Daarmee maakt het project gebruik van de collectieve energie-infrastructuur die op de bedrijvensite wordt uitgebouwd.

Ontwerp, bouw en onderhoud in één opdracht

De realisatie gebeurde via een publiek-private DBFM-overeenkomst. DBFM staat voor Design, Build, Finance en Maintain.

Het consortium Hortus Conclusus stond in opdracht van de Regie der Gebouwen en de FOD Justitie in voor ontwerp, bouw en financiering. Na de oplevering blijft het consortium gedurende 25 jaar verantwoordelijk voor het onderhoud van het complex.

Die langetermijnverantwoordelijkheid maakt het mogelijk om beslissingen over ontwerp, materiaalgebruik en technieken niet alleen vanuit de bouwfase te bekijken, maar ook vanuit beheer en onderhoud.

Het consortium bestaat uit TINC, Jan De Nul en EEG. Voor het ontwerp werden Hootsmans architectenbureau, ARCH & TECO Architecture and Planning, Bureau Bas Smets en Ingenium aangesteld. Jan De Nul en EEG stonden in voor de bouw, terwijl Envisan de saneringswerken uitvoerde.

Het onderhoud en de facilitaire diensten worden verzorgd door Jan De Nul, EEG en ISS.

Volgens projectdirecteur Kristien De Vries van Hortus Conclusus lag die levenscyclusbenadering centraal in de opdracht. Het project moest niet alleen een nieuw gebouw opleveren, maar een geïntegreerde infrastructuur die ook op lange termijn beheersbaar en functioneel blijft.

Kunst als onderdeel van de architectuur

Ook kunst werd van bij het begin opgenomen in de DBFM-opdracht.

Daarvoor werd samengewerkt met de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten Antwerpen. Verspreid over het gevangeniscomplex zijn verschillende kunstwerken geïntegreerd.

Kunst is onder meer aanwezig aan het inkomgebouw, in de bezoekersruimte en in de cellenblokken. Voor een groot kunstwerk in de bezoekersruimte werden ook beelden gebruikt die door gedetineerden zelf zijn gemaakt.

Daarmee wordt kunst niet als een losstaand decoratief element toegevoegd, maar opgenomen in de dagelijkse omgeving van bezoekers, medewerkers en gedetineerden.

Van gesloten instituut naar gecontroleerde leefomgeving

Met de Kade krijgt Antwerpen een gevangenis die zowel architecturaal als organisatorisch een ander uitgangspunt kiest dan de historische gevangenis in de Begijnenstraat.

De nadruk verschuift van één dominant gevangenisgebouw naar een campus met kleinere volumes, herkenbare buitenruimtes en afzonderlijke leefgroepen. Tegelijk blijven veiligheid, logistiek en controle bepalende randvoorwaarden voor het ontwerp.

De combinatie van kleinschaligheid, landschapsarchitectuur, duurzame technieken en een langlopende DBFM-overeenkomst maakt de Kade tot een omvangrijk infrastructuurproject waarin bouwkundige keuzes rechtstreeks gekoppeld zijn aan de werking van de instelling.

Waar de Vest nog sterk het negentiende-eeuwse gevangenismodel weerspiegelt, vertaalt de Kade hedendaagse ideeën rond detentie, re-integratie en beheer naar een nieuw type penitentiaire architectuur.

2
3
Nieuwsbrief

Wens je op de hoogte te blijven van inzichten, projecten, trends en evoluties in de bouwsector? Schrijf je nu in blijf up-to-date!

Bouwprojecten