Als abonnee heb je toegang tot alle artikels op BOUWKRONIEK.be

Constructie

De complexe realiteit van bouw- en sloopafval Sorteren en lucht transporteren

De bouw- en sloopafvalsector bevindt zich in een ingrijpende transitiefase. “Niet het vinden van afnemers om van het afval secundaire grondstoffen te maken, is vandaag het probleem”, zegt Ralph Hulshof, expert bouw- en sloopafval van Vanheede Environment Group. “Wel de logistiek rond fracties zoals rots-, glaswol en polyurethaan, die licht en volumineus zijn. Het kan niet de bedoeling zijn dat we vrachtwagens vol lucht vervoeren naar verwerkingsinstallaties die te ver weg liggen om rendabel te zijn. Dat doet de portemonnee noch het milieu deugd.”

Om de controle te behouden in dit kluwen van wetgeving, kosten en ecologische doelstellingen, is digitalisering onmisbaar geworden, zegt Marcel Lesage.

Marcel
Vanheede
Circulaire grondstoffenmarkt ondermijnd door goedkope primaire materialen

Renewi profileert zich nadrukkelijk als producent van secundaire grondstoffen en heeft grote ambities voor de bouw- en sloopsector. Waar het bedrijf momenteel al 66% van al zijn materiaalstromen recycleert, ligt het doel voor 2030 op een recyclagepercentage van 75%. 

Om deze doelen te bereiken, investeert Renewi volop in technologische innovaties en hoogwaardige scheidingstechnieken, zoals de upgrade van de sorteerlijn in het Nederlandse Nieuwegein. Dankzij geavanceerde technologieën zoals trommelzeven, optische scheiders en een wervelstroomscheider kan deze installatie jaarlijks ongeveer 2.500 ton extra waardevolle materialen recycleren, waaronder zeefzand, puin en metalen die als secundaire grondstof dienen voor innovatieve eindproducten. Zo wordt in de productie van de innovatieve Basalton-betonzuilen, die worden gebruikt voor dijkversterking, het natuurlijke zand volledig vervangen door gerecycleerd zand uit betonpuin.

Digitalisering en inzicht spelen een cruciale rol in de transitie. Met een recent gelanceerde rapportagetool, gebaseerd op berekeningen van TNO, geeft Renewi klanten direct inzicht in hun CO₂-uitstoot en recyclagepercentages. Deze data maakt de milieu-impact van afvalscheiding concreet.  Het bedrijf ziet de strengere sorteerwetgeving niet als belemmering maar als een katalysator voor groei. Toch zijn er in de praktijk nog aanzienlijke uitdagingen. De verwerking van sloopafval stuit op technische complexiteit door vervuiling, maar vooral op economische hobbels. Bovendien wordt de markt voor circulaire grondstoffen wordt momenteel ondermijnd door de concurrentie van goedkope primaire materialen. Om dit tij te keren, zoekt Renewi nadrukkelijk de samenwerking in de hele keten op. Door architecten en projectontwikkelaars te adviseren, probeert het bedrijf circulaire bouwmaterialen standaard in bestekken te krijgen en brengt het slopers, producenten en ontwerpers samen. Renewi pleit ook voor een actieve rol van de overheid voor het beschermen van de Europese recyclaatmarkt en het stimuleren van de vraag naar secundaire grondstoffen in alle sectoren. Het invoeren van een geharmoniseerd Europees beleid is voor het bedrijf essentieel om de circulaire economie tot een blijvend succes te maken. 

In tegenstelling tot een fabriek waar productieprocessen stabiel en structureel verlopen, is een bouwwerf een tijdelijk en chaotisch ecosysteem. “In een fabriek kun je heel makkelijk je afvalstromen definiëren en je werknemers opleiden om dat op een correcte manier in te zamelen”, legt Ralph Hulshof uit. “Op werven heerst een heel andere dynamiek, met wisselende aannemers en onderaannemers. Daarnaast varieert de aard van het afval voortdurend naargelang de fase van het bouwproces, wat zorgt voor een continue schommeling in zowel de soorten als de hoeveelheid afval en de zuiverheid van de gescheiden fracties. Een goed uitgewerkt afvalplan is dan ook cruciaal.”

“Lang voor de invoering van de verstrengde Vlarema 9-wetgeving, waren we er al van overtuigd dat maximaal scheiden aan de bron de juiste weg was”, zegt commercieel directeur Marcel Lesage. “Zodra je alles in dezelfde container gooit, heb je verlies bij de verwerking. Toch betekent dit niet per se dat elke werf ook op een containerpark moet gaan lijken.  Op de grote, complexe projecten, kunnen we heel mooie resultaten boeken. Voor kleine werven die selectieve inzameling niet toelaten, is het alternatief dat elke aannemer zijn afval na de werkdag mee naar huis neemt om het op het eigen bedrijfsterrein selectief te sorteren. We kunnen klanten voor beide opties maximaal gaan ondersteunen.”

“We merken dat er steeds meer aannemers zijn die inzetten op duurzaamheid en circulariteit om projecten binnen te halen. Zij hebben er alle belang bij om bewust om te gaan met bouw- en sloopafval. Voor hen is het wel interessant om ook de minder evidente fracties, zoals bijvoorbeeld isolatiemateriaal, apart te houden met het oog op recycling.”

De paradox van de strenge milieunormen

Uiteindelijk moet al dat sorteren en recycleren resulteren in herbruikbare grondstoffen, liefst zo lokaal mogelijk geproduceerd om onnodige CO2-uitstoot van transport te vermijden. Voor traditionele stromen zoals steenpuin lukt dat zeer goed omdat er voldoende lokale afzetmarkten zijn. Maar zelfs hier loert een uitdaging. “De wetgeving en normeringen om van een afvalstof terug een officieel erkende grondstof te maken (de zogenaamde ‘grondstofverklaring’), worden steeds strenger”, zegt Hulshof. “Voor materialen zoals bijvoorbeeld gerecycleerd cellenbeton is er soms simpelweg te weinig vergunde verwerkingscapaciteit. Die strenge regels zijn noodzakelijk voor het beschermen van ons leefmilieu, maar hebben ook als gevolg dat het heel wat kennis en expertise vraagt om de nodige vergunningen te bekomen. Bitumineuze dakproducten zijn een ander verhaal. Ooit vormden ze een problematische fractie die in de restcontainer werd gekieperd, wat voor de verbrandingsovens voor de nodige uitdagingen zorgde. Ook moet er steeds een onderscheid gemaakt worden tussen teerhoudende roofing en niet-teerhoudende roofing. Dat probleem wordt vandaag vermeden doordat op de werf of recyclageterreinen al PAK-markers worden gebruikt om het onderscheid te maken. Om hoogwaardige recyclage te kunnen garanderen, dienen beide steeds apart ingezameld te worden. Intussen hebben we samen met de roofingproducenten een ophalingsysteem opgezet voor snijresten. De snijresten worden dan bij ons geleverd en gezuiverd, zodat wij een zuivere stroom kunnen leveren aan de roofingproducenten.”
Isolatiemateriaal

Hoe succesvol het verhaal van roofing ook is, zo weerbarstig is de realiteit bij isolatiematerialen. “De combinatie van een enorm volume met een extreem laag gewicht vormt hierbij een moeilijke logistieke horde.  Glaswol, rotswol en polyurethaan kunnen perfect worden verwerkt tot nieuwe producten maar de transportkosten wegen echter zwaar door.  Tenzij we de wol kunnen samenpersen, zodat we minder lucht moeten vervoeren, dan wordt het kostenplaatje al gunstiger. Het persen van glaswol is bovendien niet zo vanzelfsprekend, gezien het abrasief karakter en het vrijkomen van vezels die irritatie kunnen veroorzaken.  We moeten dus bedrijven vinden die zich daarin willen specialiseren, aangezien bronscheiding van minerale wol vanaf 1 januari 2027 sowieso verplicht is. Voor harde isolatiepanelen uit PUR en PIR zien we de grootste uitdagingen. Hier is de beschikbare verwerkingscapaciteit vandaag ontoereikend voor het grote volume dat vrijkomt uit renovaties en sloop. We hebben als eerste in ons land een samenwerking opgezet met een Nederlandse verwerker om te testen of we deze stroom logistiek én financieel haalbaar kunnen organiseren.”

Versnippering op de werf

In de zoektocht naar oplossingen voor deze complexe stromen, nemen producenten van bouwmaterialen steeds vaker zelf het initiatief om terugnamesystemen op te zetten voor hun eigen producten. “Naast het initiatief van de roofingproducenten zijn er ook voor isolatiematerialen verschillende projecten. Het probleem is dat die allemaal een beetje naast elkaar bestaan en op een actieve bouwwerf vaak niet op elkaar zijn afgestemd. Als verschillende fabrikanten elk hun eigen ophaaldienst sturen, rijden er bovendien talloze vrachtwagens op en af voor telkens minimale hoeveelheden. Dit is ecologisch noch economisch te verantwoorden. Bovendien is afvalwetgeving een kluwen van vergunningen, traceerbaarheidssystemen en strenge rapportageplichten. Producenten zijn daar niet per se expert in. Ik denk dat het veel efficiënter is dat iedereen zijn rol opneemt en dat er synergiën ontstaan zodat er zowel op vlak van kosten, logistiek en duurzaamheid efficiënt gewerkt kan worden. Vandaag zijn er al veel van dergelijke samenwerkingen, maar voor sommige afvalstromen zijn we er nog lang niet.”

Digitalisering als reddingsboei

Om de controle te behouden in dit kluwen van wetgeving, kosten en ecologische doelstellingen, is digitalisering onmisbaar geworden, zegt Marcel Lesage. “Ik kom uit de bouw en heb gezien hoe de voorbije decennia inspanningen zijn geleverd om van preventie een prioriteit te maken. Vandaag moet hetzelfde gebeuren op vlak van milieu, want dat aspect loopt achter, zeker op kleinere werven. De wetgeving verstrengen is één ding, controleren of de regels nageleefd worden is echter ook niet onbelangrijk. Samenwerken met een afvalpartner zoals Vanheede kan ook kleinere aannemers daarin ontzorgen. Als wij via onze digitale tool myVanheede prestaties op vlak van afvalbeheer monitoren, dan zien we ook dat bedrijven na verloop van tijd beter presteren. Met één druk op de knop kunnen werfleiders niet alleen een container laten wisselen, maar ook in real-time hun financiële rapportages en CO2-impact opvolgen en nagaan waar er geoptimaliseerd kan worden.  

Ralph Hulshof: “Als verschillende fabrikanten elk hun eigen ophaaldienst sturen, rijden er bovendien talloze vrachtwagens op en af voor telkens minimale hoeveelheden. Dit is ecologisch noch economisch te verantwoorden.”

Ralph-1
Vanheede-Déplacement0042
Vanheede-Déplacement0056
Nieuwsbrief

Wens je op de hoogte te blijven van inzichten, projecten, trends en evoluties in de bouwsector? Schrijf je nu in blijf up-to-date!

Bouwprojecten