Europese primeur in Gent: industriële hennep als wapen tegen PFAS in de bodem
In de Gentse haven loopt een opmerkelijk experiment dat mogelijk een nieuwe richting kan geven aan bodemsanering in Europa. OVMB, dochteronderneming van Eiffage Construction BeLux, bundelt er de krachten met C-biotech en C-ground, twee takken van de Cordeel Group, voor een innovatief proefproject rond fytoremediatie. In een volledig afgesloten en gecontroleerde serre onderzoeken de partners hoe industriële hennep, gecombineerd met specifieke bodemadditieven, PFAS versneld uit vervuilde grond kan halen.
Het project is een Europese primeur en kan, als de resultaten positief zijn, uitgroeien tot een duurzame en betaalbare oplossing voor de wijdverspreide verontreiniging door deze zogenaamde “forever chemicals”.
België als PFAS-hotspot
PFAS (per- en polyfluoralkylstoffen) vormen een van de grootste milieuproblemen van deze tijd. De chemische stoffen worden al decennialang gebruikt in uiteenlopende toepassingen, zoals waterafstotende coatings, brandblusschuim en industriële processen. Hun unieke eigenschap – een extreem sterke chemische binding – maakt ze tegelijk bijzonder problematisch: ze breken nauwelijks af in het milieu.
Die persistentie heeft geleid tot grootschalige vervuiling van bodem en water wereldwijd. PFAS worden bovendien in verband gebracht met verschillende gezondheidsproblemen, waaronder kanker, obesitas en endometriose.
België blijkt daarbij een van de zwaarst getroffen landen in Europa. Volgens een recent rapport dat werd opgesteld in opdracht van de Europese Commissie leeft de volledige Belgische bevolking in een gebied waar PFAS-vervuiling een risico vormt. Ongeveer 20 procent van de inwoners bevindt zich zelfs in een hoogrisicogebied. Daarmee staat België bovenaan de Europese ranglijst. De maatschappelijke impact is navenant. De kosten voor bodemsanering en gezondheidszorg die voortvloeien uit PFAS-vervuiling worden in het meest optimistische scenario geraamd op minstens 330 miljard euro.
Grenzen van klassieke sanering
Voor de bouw- en infrastructuursector vormt PFAS-vervuiling een steeds grotere uitdaging. Bij herontwikkeling van terreinen of infrastructuurprojecten wordt vervuilde grond vaak ontgraven en behandeld via grondwassen of andere fysico-chemische technieken.
Hoewel deze methoden een deel van de vervuiling verwijderen, blijft meestal een aanzienlijke hoeveelheid residuele verontreiniging achter. Daardoor kan een groot volume grond niet opnieuw worden gebruikt en belandt het uiteindelijk op een stortplaats.
Die aanpak wordt door experts vaak omschreven als een typisch end-of-pipe-model: de vervuiling wordt verplaatst, maar niet echt opgelost. Het Gentse proefproject wil aantonen dat het ook anders kan.
Fytoremediatie met industrieel hennep
De kern van het experiment is fytoremediatie, een techniek waarbij planten en micro-organismen worden ingezet om vervuilende stoffen uit de bodem te verwijderen of te immobiliseren. Voor dit project werd gekozen voor industriële hennep. Deze plant is niet psychoactief, groeit zeer snel en ontwikkelt een diep wortelstelsel. Daardoor kan ze een grote hoeveelheid biomassa produceren en potentieel ook verontreinigende stoffen opnemen. De vervuilde bodem wordt in het project ex situ behandeld. Dat betekent dat de grond eerst wordt uitgegraven en vervolgens op een gecontroleerde locatie wordt gesaneerd. In tegenstelling tot klassieke methoden blijft de bodemstructuur daarbij grotendeels intact, met als doel de grond na behandeling volledig te kunnen hergebruiken.
Volgens de projectpartners kan deze aanpak het saneringsproces aanzienlijk versnellen ten opzichte van natuurlijke processen. “PFAS vormt vandaag een van de grootste uitdagingen in bodemsanering, zowel in België als internationaal,” zegt Maarten Taelemans, gedelegeerd bestuurder bij OVMB. “Door onze krachten te bundelen met C-ground en C-biotech verkennen we een duurzaam alternatief dat schaalbaar is en perspectief biedt voor toekomstige projecten.”
Een serre als gecontroleerd testlaboratorium`
Om het experiment zo nauwkeurig mogelijk te kunnen uitvoeren, ontwikkelden de partners een speciaal ontworpen serre van 100 vierkante meter. In deze gesloten en gecontroleerde omgeving worden temperatuur, licht en irrigatie continu gemonitord en bijgestuurd.
In totaal wordt ongeveer 100 kubieke meter PFAS-verontreinigde bodem behandeld. De industriële hennep wordt aangeplant in combinatie met specifieke bodemadditieven. Deze additieven kunnen PFAS binden of mobiliseren, het bodemleven ondersteunen en de bodemstructuur verbeteren. Een digitaal monitoringsysteem meet onder meer het vochtgehalte en het CO₂-niveau in de bodem. Zo krijgen onderzoekers inzicht in de activiteit van micro-organismen en de algemene gezondheid van de bodem. Om verschillende strategieën te kunnen vergelijken, werd de serre opgedeeld in twee identieke en volledig onafhankelijke compartimenten. Elk compartiment kan onder andere groeiomstandigheden worden getest. De resultaten worden vervolgens rechtstreeks met elkaar vergeleken. “De gesloten serre laat ons toe om de sanering van PFAS gecontroleerd, veilig en versneld te testen,” zegt Herman Backaert, innovation manager bij C-ground. “Ons uiteindelijke doel is volledig hergebruik van de bodem.”
Procesintensificatie in een gesloten systeem
Het gecontroleerde karakter van de serre biedt verschillende voordelen. Doordat temperatuur, vocht en licht optimaal kunnen worden ingesteld, worden zowel de plantengroei als de microbiële activiteit gestimuleerd. Dat leidt tot zogenaamde procesintensificatie: natuurlijke processen verlopen sneller en efficiënter.
Daarnaast kan de installatie het hele jaar door worden gebruikt, onafhankelijk van weersomstandigheden. Dat verhoogt de betrouwbaarheid van de testen. Het systeem is bovendien volledig gesloten. Het irrigatiewater, afkomstig van opgevangen regenwater, wordt continu gerecirculeerd. Zo wordt voorkomen dat verontreinigd water in de omgeving terechtkomt. Alleen de geoogste biomassa – die PFAS bevat – wordt uit het systeem verwijderd en op een veilige manier afgevoerd. Dit gesloten systeem biedt ook een belangrijk voordeel ten opzichte van in situ-fytoremediatie, waarbij planten rechtstreeks op vervuilde terreinen worden ingezet. In een gecontroleerde omgeving kunnen onderzoekers veel preciezer experimenteren met verschillende parameters.
Samenwerking als motor voor innovatie
Het proefproject is het resultaat van een intensieve samenwerking tussen verschillende spelers uit de bouw- en milieutechnologiesector.
OVMB stelt de site in de Gentse haven ter beschikking en staat samen met C-ground in voor de ontwikkeling en productie van de serreconstructie. C-biotech levert de wetenschappelijke expertise rond fytoremediatie en het gebruik van industriële hennep.
De serre werd in augustus 2025 opgebouwd. In januari 2026 werd ze gevuld met PFAS-verontreinigde bodem, waarna de eerste experimenten van start gingen. Volgens Ingmar Nopens, managing director van C-biotech, ligt de kracht van het project net in die multidisciplinaire aanpak. “Er bestaat geen silver bullet-oplossing voor PFAS-remediatie,” zegt hij. “Naast in situ-technieken – bijvoorbeeld fysico-chemische behandelingen voor specifieke hotspots of fytoremediatie voor diffuse verontreiniging – is er ook nood aan een ex situ-techniek voor terreinen waar uitgraven onvermijdelijk is. In plaats van vervuilde grond naar een stortplaats te verplaatsen, willen wij gezonde bodem creëren die opnieuw kan worden gebruikt.”
Potentieel voor grootschalige toepassing
Als de resultaten van het Gentse experiment positief blijken, willen de partners de technologie verder ontwikkelen en opschalen. Het uiteindelijke doel is een methode die op grotere schaal kan worden toegepast bij bouw- en infrastructuurprojecten. Gezien de omvang van de PFAS-problematiek zou een efficiënte en betaalbare saneringstechniek een belangrijke doorbraak betekenen voor de sector. Voorlopig blijft het project echter in de onderzoeksfase. De komende maanden zullen bepalend zijn om te evalueren in welke mate industriële hennep en bodemadditieven daadwerkelijk kunnen bijdragen aan een versnelde PFAS-verwijdering. Wat nu al duidelijk is: in een serre van 100 vierkante meter in de Gentse haven wordt gewerkt aan een mogelijke sleuteltechnologie voor de bodemsanering van morgen.