Is er echt CO2-neutraal beton op komst? Holcim rolt ambitieus plan uit… voornamelijk in België
Met het grootste drijvende PV-park in Europa haalde Holcim alle krantenkoppen. Dat deze investering maar een onderdeel van een breed duurzaamheidsplan is, kwam hierbij weinig of niet aan bod. Terwijl juist de mix van verschillende gedurfde en ambitieuze investeringen het spectaculaire nieuws is. Met een complex kluwen van maatregelen wil Holcim de ecologische voetafdruk van beton drastisch reduceren… met de doelstelling om echt CO2-neutrale producten op de markt te brengen.
Voor Holcim is ‘zichzelf heruitvinden’ het motto om zijn positie te consolideren. Het bedrijf doet dit enerzijds door een diversifiëring van het aanbod. Met een intensief acquisitiebeleid evolueert de groep van ‘betonproducten’ sinds enkele jaren richting totaalaanbieder van duurzame bouwmaterialen en innovatieve bouwoplossingen. Anderzijds zet Holcim sterk in op duurzaamheid en durft daarbij totaal nieuwe paden te bewandelen. Het ‘Go4Zero’-project is het canvas waarop de krijtlijnen worden uitgetekend, krijtlijnen die de beton- en cementindustrie in het algemeen wel eens drastisch zouden kunnen veranderen. De aanpak is holistisch en benadert duurzaamheid vanuit vier invalshoeken: maatregelen tegen de klimaatwijziging, de evolutie naar een circulaire economie, respect voor de natuur en het verschil maken op maatschappelijk/sociaal vlak. De plannen zijn ambitieus en het is ons land dat op meerdere vlakken als testcase fungeert. De organisatie besliste immers om in België de cementfabriek van de toekomst te bouwen…
Van natte naar droge grondstof
Dat er in Obourg een nieuwe cementfabriek wordt gebouwd, is al lang geen heet-van-de-naaldnieuws meer. Toch valt er wel wat over te vertellen dat niet algemeen is geweten. Zo is de keuze van de locatie (naast de oude fabriek) minder logisch dan het lijkt. Het ‘natte’ krijt uit de nabijgelegen groeve is immers niet langer de grondstof, wel de droge kalk uit de groeves van Doornik. In dit kader lag het voor de hand om de nieuwe fabriek in deze contreien te bouwen. Helaas staken plaatsgebrek en beslommeringen met openbare ruimte stokken in de wielen. Dus werd het toch Obourg en wordt de aanvoer van grondstof per spoor geregeld: ook een unicum. Holcim sloot immers een akkoord met de Belgische spoorwegen om dagelijks vier treinen over en weer te sturen. Het in- en uitladen zal volautomatisch gebeuren. Enkel voor het besturen van de trein is nog personeel nodig omdat de wetgever momenteel nog geen onbemande ritten toelaat.
Waar Holcim voor het verhittingsproces nu nog 30% fossiele brandstoffen gebruikt, zal dat tot nul worden herleid. Onder meer door 95% afval als energiebron te gebruiken.
Drie grote ambities
De keuze om van nat krijt naar droge kalksteen over te stappen, kadert in de doelstellingen die Holcim met de nieuwe fabriek beoogt. “We willen minder natuurlijke grondstoffen en meer recyclaat gebruiken, het aandeel fossiele brandstoffen in onze productie drastisch reduceren en evolueren naar echt CO2-neutraal cement en beton,” verduidelijkt director sustainability Stany Vaes. Vandaag vereist het productieproces dat de kalksteen tot 1.450°C wordt opgewarmd om klinker (het hoofdbestanddeel van cement) te bekomen. Natte grondstof gebruiken vereist nog extra energie omdat die eerst moet worden gedroogd. “We zijn de enige producent die dat nog doet. Om competitief te blijven, moesten we altijd creatief nadenken over ons energieverbruik. Hierdoor zijn we onze concullega’s een stapje voor qua kennis en kunnen we vandaag een fabriek bouwen die echt energiezuinig is.”
Geen fossiele brandstoffen voor klinkerproductie
Net zoals elke cementproducent gebruikt Holcim al vele jaren afval om de benodigde energie op te wekken: verontreinigde aarde en slib, solventen, verf, hout- of kunststofzaagsel, metaalslakken, residu van andere recyclageprocessen… “Het grote voordeel is dat de verbrandingsassen mee in het cement worden verwerkt,” legt Stany Vaes uit. “In onze sector is dit al decennialang een standaardprocedure, maar met de nieuwe fabriek trekken we de toepassing van afval naar ongekende hoogtes. Waar we voor het verhittingsproces nu nog 30% fossiele brandstoffen gebruiken, zal dat tot nul worden herleid. We beogen immers een ratio van 95% afval en 5% biogas. Eenvoudig zal dat niet zijn, want we moeten de juiste mix van afvalstoffen vinden. In termen van zowel energetische capaciteit als kostprijs, want de tijd dat we alles gratis kregen is al lang voorbij. Vandaag moeten we steeds vaker voor deze reststromen betalen.”
De keuze van de locatie (naast de oude fabriek) is minder logisch dan het lijkt.
50% hernieuwbare energie voor andere processen
Ook voor de andere benodigde energie wil Holcim maximaal fossiele brandstoffen weren. “Onze ambitie is om tegen 2030 ongeveer 50% van de energiebehoefte met hernieuwbare bronnen in te vullen,” vertelt Stany Vaes. “Daartoe zetten we in op drie pistes. Eerst en vooral willen we de restwarmte van het koelingsproces van de klinker maximaal hergebruiken. Dit zou jaarlijks zo’n 40 GWh moeten opleveren. Daarnaast hebben we het befaamde PV-park dat TotalEnergies op een van onze gesloten steengroeves heeft gebouwd. Met iets meer dan 55.000 zonnepanelen is dit het grootste drijvende PV-park in Europa. Ook uniek is dat wij de energie voor 100% afnemen en dat deze partij bij de bouw met onze vereisten rekening moest houden. En die waren niet niks, want we wilden dat de biodiversiteit van de heringerichte groeve maximaal werd gerespecteerd. Doorheen de jaren hebben we immers heel wat geïnvesteerd om vogels te laten nesten, de natuurlijke vegetatie te herstellen… Met resultaat, en dat succes wilden we niet in gevaar brengen. Vandaar dat de bouw twee jaar in beslag nam. TotalEnergies mocht niet werken tijdens het broedseizoen, er mochten geen kabels of leidingen in het landschap worden gelegd… Extra moeilijkheid was dat de PV-panelen in de bodem van de groeve moesten worden verankerd in plaats van in de oevers. Deze ondergrond, bedekt met sediment, is echter onstabiel. Hierdoor moest TotalEnergies nieuwe technieken vinden om de verankering toch goed te kunnen uitvoeren. Gelukkig is deze partner volledig in ons verhaal meegegaan, met als resultaat dat we de wereld hebben kunnen aantonen dat zo’n project überhaupt mogelijk is. In die mate dat Holcim nu wereldwijd onderzoekt of de oplossing ook naar andere uitgeputte groeves kan worden uitgerold. Voor Obourg zou het PV-park 30 GWh moeten opleveren. Daarnaast voorzien we nog de bouw van een windmolen die 31 GWh aan energie zal produceren.”
Het is de bedoeling om ook een windmolen te bouwen die 31 GWh aan energie produceert.
CO2-uitstoot blijft probleem
Met droge kalksteen als grondstof, efficiëntere productieprocessen en een betere energiemix wil Holcim zijn CO2-uitstoot met 30% reduceren. “Dat is een hele prestatie, maar onvoldoende om de impact van cement- en betonproductie op de ‘global warming’ te verantwoorden,” aldus Stany Vaes. “Helaas is CO2-uitstoot inherent aan onze activiteit. Kalksteen bevat nu eenmaal een grote hoeveelheid koolstof die tijdens het vormen van de klinker ontsnapt. Daarom moeten we ons ook op het vlak van productsamenstelling heruitvinden. We zijn daar al geruime tijd mee bezig en intussen hebben we cement waarbij een deel van de klinker is vervangen door andere grondstoffen, zoals metaalslakken en vliegassen. Toch zullen we met de nieuwe fabriek nog steeds 1,1 miljoen ton CO2 produceren. Dus hebben we nagedacht over manieren om dit op te lossen, want het is onze belangrijkste doelstelling om op relatief korte termijn volledig CO2-neutraal cement en beton op de markt te brengen.”
Met iets meer dan 55.000 zonnepanelen het PV-park op de gesloten groeve in Obourg het grootste drijvende exemplaar in Europa.
Holcim wil ook nog meer inzetten op recyclage van sloop- en bouwafval. Daartoe nam het onder meer het recyclagecentrum Mark Desmedt uit Grimbergen over.
Opslag van CO2 als oplossing
Uiteindelijk lanceerde Holcim een ambitieus plan waarmee het zichzelf in een pionierspositie duwt. De groep wil immers de CO2 opvangen en in de uitgeputte gasvelden van Northern Lights in de Noordzee opslaan. Het transport zou enerzijds via een rechtstreekse pijpleiding van Zeebrugge naar Noorwegen gebeuren, en anderzijds via zeecontainers vanuit Antwerpen. Het theoretische kader staat op punt, maar de praktische verwezenlijking is een ander paar mouwen. “De verschillende partners schuiven momenteel de verantwoordelijkheden naar elkaar,” verduidelijkt Stany Vaes. “Zo moet Fluxys een gigantisch grote investering doen om de pijpleiding aan te leggen, maar er is nog veel onzekerheid of andere cementproducenten eveneens deze oplossing zullen willen gebruiken. En wat gebeurt er als iets verkeerd loopt? Als er CO2 ontsnapt, de pijpleiding niet tijdig klaar is of er gedurende een bepaalde periode geen opslagcapaciteit is? Vandaag is er nog geen antwoord op deze vragen en wordt volop gewerkt aan uitgebalanceerde contracten die voor alle partijen rechtvaardig en interessant zijn. Niettemin geloven we sterk dat deze oplossing de enige manier is om op termijn de kost van de Europese emissierechten te dragen. Andere spelers wachten liever af in hoeverre die tarieven zullen stijgen, maar wij reageren liever proactief. Omdat we ervan overtuigd zijn dat het prijskaartje zo hoog zal worden dat cement en beton onbetaalbaar zullen worden. En ook omdat we geloven dat de ecologische voetafdruk van deze bouwmaterialen lager moet worden om onze planeet leefbaar te houden. Toch is deze stap niet zonder risico, want we hebben becijferd dat aan de opslag van CO2 in de komende vijftien jaar een prijskaartje van enkele miljarden euro zal hangen. Dat is een veelvoud van de kostprijs van onze nieuwe fabriek!”
Recyclage: geen evidentie
Ten slotte wil Holcim ook nog meer inzetten op recyclage van sloop- en bouwafval. Daartoe bouwt en koopt de groep wereldwijd fabrieken die zich in deze materie specialiseren. Zo nam Holcim in 2024 het recyclagecentrum Mark Desmedt uit Grimbergen over. “Al het beton dat we niet van nul moeten produceren, is winst op het vlak van energie en CO2-uitstoot,” verduidelijkt Stany Vaes. “Toch is recyclage niet altijd even evident. De granulaten kunnen relatief gemakkelijk in funderingsmaterialen worden gebruikt, maar dat is een beperkte afzetmarkt. De toepassing als grondstof voor beton is eerder gecompliceerd omdat de granulaten nog cementresten bevatten die tijdens het proces chemische reacties kunnen veroorzaken. Daarnaast laat het Belgische kwaliteitsborgingssysteem Benor het slechts beperkt toe. Recyclage zal pas echt doorbreken als dit verandert. Er zijn dus nog wat barrières om het ‘Go4Zero’-project te realiseren, maar we blijven geloven dat we onze ambities zullen waarmaken. En hiermee hopelijk ook de hele sector stimuleren om de vele extra stappen te zetten die nodig zijn om beton- en cementproductie echt duurzaam te maken.”
“We willen minder natuurlijke grondstoffen en meer recyclaat gebruiken, het aandeel fossiele brandstoffen in onze productie drastisch reduceren en evolueren naar echt CO2-neutraal cement en beton.”