Als abonnee heb je toegang tot alle artikels op BOUWKRONIEK.be

Duurzaamheid

Promaz trekt tot 2042 een half miljard euro uit voor saneringen na stookolielekken

“België is op de goede weg om bodemverontreinigingen ten gevolge van stookolielekken uiterlijk in 2042 onder controle te hebben”, zegt Willem Voets, CEO van Promaz. Het bodemsaneringfonds Promaz kreeg sinds 2022 ruim 6.000 aanvragen binnen, waarvan er iets meer dan 2.500 dossiers officieel aanvaard werden. Meer dan 300 dossiers rond terugbetalingen zijn inmiddels succesvol afgerond.

AdobeStock_2006913265web
©Adobe Stock

Het saneren van bodemverontreiniging door stookolielekken is decennialang een zorgenkind geweest. “Voor de sanering van vervuilde sites van tankstations was destijds het Bofas-fonds opgericht maar consumenten die met stookolie verwarmden en vaststelden dat hun tank lekte, stonden er alleen voor”, vertelt Voets. 

“Vanuit de petroleumsector hebben we decennialang gepleit om consumenten te beschermen tegen een financiële strop die daardoor dreigde. Meestal merk je een stookolielek immers pas als het al veel te laat is. Vaak heb je de tank al een paar keer laten bijvullen vooraleer je het in de gaten krijgt en is de vervuiling daardoor ook doorgedrongen naar aangrenzende percelen.”

Uiteindelijk sloegen de sectorfederaties van de vloeibare brandstoffen in 2019 de handen ineen. “Er was eerst een complex samenwerkingsakkoord nodig tussen de federale overheid en de drie gewesten, die elk hun eigen bodemwetgeving hebben. Uiteindelijk vond men de oplossing in een fonds dat tussenkomt als de verontreiniging het gevolg is van tanks die gebruikt worden voor de verwarming van residentiële en niet-residentiële gebouwen. Het fungeert als een uniek vangnet dat eigenaars financieel én operationeel ontzorgt.”

Collectief verzekeringssysteem 

Vanaf 1 april 2022 konden Belgen die in het verleden al een sanering hadden betaald of mensen die op dat moment met een lek kampten, een dossier indienen. “Eigenaars hadden tot 28 februari 2025 de tijd om tijdens deze ‘curatieve fase’ hun schadedossiers in te dienen. En hoewel we flink wat bekendheid aan die mogelijkheid hebben gegeven, duiken ook vandaag nog sporadisch dergelijke historische dossiers op. Zo zijn er mensen die zeggen dat ze het niet wisten of die toegeven dat ze weliswaar een brief van OVAM hadden ontvangen, maar die pas veel te laat hadden ontdekt omdat hij achter de brievenbus was gevallen. De gekste verhalen.”

Intussen zijn we in een nieuwe fase terechtgekomen. Sinds 1 maart 2025 opereert Promaz als een collectief verzekeringssysteem. "In tegenstelling tot in de eerste fase voeren we de sanering van nieuwe lekken in eigen beheer uit via erkende aannemers en studiebureaus, zodat er snel geschakeld kan worden. Het fonds blijft nog bestaan tot eind februari 2042; tegen die tijd moeten álle historische en nieuwe dossiers weggewerkt zijn.”

Solidariteitsbijdrage

Het totale budget tot 2042 wordt geraamd op 450 à 500 miljoen euro. Om dat te bekostigen kon Promaz in de eerste fase rekenen op de erfenis van Bofas. Tegen de tijd dat de plannen voor het Promaz-fonds concreet werden, waren immers alle aangemelde tankstations succesvol gesaneerd. De resterende reserve van ongeveer 110 miljoen euro is gebruikt om de historische bodemverontreiniging door lekkende verwarmingstanks aan te pakken. 

“De rest van het budget wordt aangevuld via een solidariteitsbijdrage”, aldus Willem Voets. “Vandaag bedraagt die 2 euro per 1.000 liter bestelde stookolie, maar Promaz onderhandelt met de federale overheid om dit op te trekken naar 10 euro. Iemand met een verbruik van ongeveer 2.000 à 3.000 liter per jaar, zal op die manier 20 euro per jaar betalen. Stel dat die consument ooit een probleem heeft met een lekkende tank, dan komen wij tussen tot 100.000 euro. Ik denk niet dat er een verzekering bestaat in de reguliere markt die dat soort dekkingen aanbiedt.”

Uitgraven en afvoeren of in-situreiniging

“Niet elk lek leidt tot een sanering. We gaan niet saneren als er 10 liter is weggevloeid. Een verkennend bodemonderzoek moet de ernst van de vervuiling nagaan. Het veldwerk zélf is zelden een sinecure. Lekkende stookolietanks bevinden zich veelal in achtertuinen of in kelders van rijwoningen die je amper kan bereiken met machines. En hoewel de meest gebruikte techniek dan het afvoeren en reinigen van de vervuilde grond is, kan je niet anders dan elders in-situtechnieken gebruiken. Het gaat dan over methodes waarbij chemische stoffen worden geïnjecteerd om de olie om te zetten in onschadelijke componenten, procedures waarbij natuurlijke bodembacteriën worden gestimuleerd om de stookolie biologisch af te breken of waarbij lucht door de grond wordt geblazen om oliedampen los te maken en af te zuigen.”

Een uitdovend probleem 

Er zijn in België nog steeds zo'n 1,5 miljoen stookolie-installaties in gebruik. “Een markt die langzaam krimpt”, zegt Voets. “De wetgeving verplicht eigenaars die overstappen op een andere energiebron om de oude tank binnen de 36 maanden te ledigen, te reinigen en idealiter te verwijderen of op te vullen met zand of schuim. Uit grootschalige proeven is gebleken dat minder dan 1% van de oude tanks daadwerkelijk een dichtingsprobleem vertoont.”

Toch is alertheid aangewezen, zeker bij woningen die van eigenaar wisselen of waarbij bewoners overlijden en de installatie ongebruikt achterblijft.

“Alleen als bij het gebouw een stookolietank van 5.000 liter of meer hoort is de verkoper verplicht om een bodemonderzoek te laten uitvoeren. Als die informatie echter niet gekend is of in het geval van een kleine tank op een terrein dat niet als risicogrond bekend staat, wordt bij overdracht standaard een blanco bodemattest afgeleverd. Een koper kan dus een huis kopen met een blanco attest, om er later bij verbouwingen achter te komen dat een oude, niet-geregistreerde tank toch heeft gelekt. Waakzaamheid is bijgevolg de beste strategie.”

Nieuwsbrief

Wens je op de hoogte te blijven van inzichten, projecten, trends en evoluties in de bouwsector? Schrijf je nu in blijf up-to-date!

Bouwprojecten