FRANK WECKX OVER PBM’S ALS LAATSTE SCHAKEL IN EEN GEÏNTEGREERD PREVENTIEBELEID
Ondanks de voortdurende inspanningen, blijft de bouwsector een van de meest risicovolle werkomgevingen. Een moment van onoplettendheid of een gebrekkige voorbereiding kan meteen ernstige gevolgen hebben. Hoewel Persoonlijke Beschermingsmiddelen (PBM’s) vaak het meest zichtbare onderdeel van veiligheid zijn, vormen ze slechts het sluitstuk van een complex preventiebeleid. “Veiligheid is een gedeelde verantwoordelijkheid”, zegt Frank Weckx van externe preventiedienst IDEWE en tevens bestuurslid van Febelsafe. “Een mature veiligheidscultuur vertrekt vanuit de bezorgdheid dat iedereen ’s avonds weer fit en gezond thuis zal komen, niet vanuit de schrik voor de arbeidsinspectie.”
“Een gedeelde verantwoordelijkheid houdt concreet in dat je als werkgever proactief risico’s in kaart brengt en beschermende maatregelen neemt om die maximaal uit te schakelen”, legt Frank Weckx uit. “Persoonlijke beschermingsmiddelen, zoals helmen, brillen en handschoenen, zijn slechts de laatste schakel in een totale preventiehiërarchie. De werknemer moet echter ook zijn deel van het werk doen, door zich te houden aan de preventiemaatregelen en veiligheidsinstructies die door de werkgever zijn opgemaakt en op de werkplek gelden. Ik ondersteun zelf als externe preventieadviseur een bedrijf waar bijna permanent bouwwerven aanwezig zijn. Ook al investeert de opdrachtgever heel veel in veiligheidscultuur, ik heb nog nooit meegemaakt dat ik bij een bezoek aan een werf niemand heb moeten aanspreken over het correct dragen van zijn of haar PBM’s. Iedereen heeft altijd wel een reden klaar om zijn of haar deel van de verantwoordelijkheid niet te nemen. Het is te warm, te koud, het is te hinderend bij het uitvoeren van taken, het vergt te veel moeite, er is te weinig tijd, niet aan gedacht, ...”
De cijfers
Nochtans blijkt uit de ongevallencijfers van Fedris 2024 niet meteen dat we het gevaar altijd juist inschatten. De absolute nummer één van afwijkende gebeurtenissen die aan de basis liggen van ernstige arbeidsongevallen in de bouw is niet het vallen vanop hoogte, maar iets dat op het eerste gezicht eerder banaal overkomt: ‘ongecoördineerde, onbeheerste of verkeerde bewegingen’. Dit leidde in 2024 tot maar liefst 1.371 incidenten (11,2%). “Het gaat hierbij vaak om verrekkingen of verstuikingen die, hoewel ze misschien minder spectaculair klinken, voor aanzienlijke uitval zorgen”, zegt Weckx.
Op de tweede plaats vinden we het ‘uitglijden of struikelen’ zonder dat er sprake is van een hoogteverschil. Daarna volgen incidenten ten gevolge van het controleverlies over handgereedschap, al dan niet door een motor aangedreven. Vallen vanop hoogte staat op de zesde plaats. Deze categorie is echter aanleiding voor de meeste dodelijke ongevallen, en wordt meteen gevolgd door de categorie ‘onbekend’.
“Dat we niet weten wat de afwijkende gebeurtenis is die aan de basis ligt van heel wat arbeidsongevallen vind ik problematisch”, zegt Weckx. “Elk arbeidsongeval moet aangegeven worden. Afhankelijk van de aard van het letsel en de afwijkende gebeurtenis die aan de grondslag ligt, kan het dan gecategoriseerd worden als ‘ernstig’. In dat geval moet je als werkgever een omstandig verslag opmaken, of laten opmaken als je zelf geen preventieadviseur van niveau 1 of 2 in dienst hebt. En dat brengt heel wat administratieve last en potentieel extra toezicht door de inspectiediensten van de overheid met zich mee. Wanneer de oorzaak van een ongeval vaag of algemeen wordt geformuleerd, kan dit onbedoeld bijdragen aan een lagere zichtbaarheid voor de arbeidsinspectie. Een minder nauwkeurige registratie of interpretatie van ongevalscodes kan het zicht op onderliggende risico’s vertroebelen, met mogelijke gevolgen voor preventieonderzoek en toezicht.
De plaats van PBM’s in de preventiehiërarchie
In een optimaal veiligheidsbeleid komen PBM’s pas als laatste redmiddel in beeld. De preventiehiërarchie stelt dat de risico’s in eerste instantie aan de bron moeten aangepakt worden. “Eerst komt het erop aan om risico’s maximaal te elimineren en te vervangen door veiligere alternatieven. Pas daarna kan je als werkgever de toevlucht nemen tot collectieve en vervolgens tot persoonlijke beschermingsmiddelen. Een concreet voorbeeld is het doorslijpen van stenen. De risico’s die daarbij komen kijken, kan je niet volledig uitsluiten, omdat er nu eenmaal altijd stukken uit stenen zullen moeten gezaagd worden. Nog veel te vaak grijpen arbeiders dan meteen naar de veiligheidsbril en het stofmasker, terwijl de eerste reflex de keuze van het juiste gereedschap moet zijn: een watergekoelde slijpmachine die vermijdt dat er stofwolken ontstaan. Hetzelfde voor werken op hoogte: een steiger, die geplaatst is volgens de regels van de kunst, met een degelijke randbeveiliging geniet als collectieve beschermingsmaatregel altijd de voorkeur. Pas als die maatregel uitgerold is, is een valharnas een bijkomend persoonlijk beschermingsmiddel. PBM’s zijn cruciaal om in laatste instantie de restrisico’s aan te pakken. Bij het verlies van controle over gereedschap (de vierde en vijfde grootste ongevalsoorzaak) zijn snijbestendige handschoenen en veiligheidsbrillen bijvoorbeeld vaak nog de enige barrière tussen een incident en een ernstig letsel.”
PBM’s moeten voortkomen uit een risicoanalyse. Dit voorbeeld toont hoe het niet moet: de arbeider mist oog- en gelaatsbescherming, ademhalings- en gehoorbescherming, en vooral ontbreekt bronafzuiging, terwijl die collectieve maatregel altijd eerst toegepast moet worden.
Van ontkenning tot vooruitdenken
De manier waarop met PBM’s wordt omgegaan, hangt sterk samen met de heersende bedrijfscultuur. Weckx verwijst hierbij naar de vijf niveaus op de cultuurladder, gaande van ontkennend en reactief over berekend tot proactief en vooruitstrevend.
“Grote bouwbedrijven kunnen het zich niet meer permitteren om geen geïntegreerd 360 graden-veiligheidsbeleid op te zetten. Ze opereren daardoor doorgaans op een berekend tot proactief niveau en beschikken over teams die, nog voor de eerste metselaar arriveert, al een steiger en randbeveiliging plaatsen. Het zijn de kleinere spelers, waar de werkgever nog zelf de rol van preventieadviseur opneemt, die soms te weinig tijd en middelen kunnen investeren in een degelijke aanpak en daardoor vaker onderaan de veiligheidscultuurladder bengelen, in de ontkennende of reactieve fase. De redenering is dan meestal pragmatisch: aangezien een werf tijdelijk is en uitgebreide collectieve voorzieningen duur en tijdrovend, worden PBM’s gezien als de ultieme manier om risico’s in te dijken. Dit kan echter problematisch worden aangezien het louter verstrekken van PBM’s onvoldoende is. Een klassieke bouwhandschoen kan dan wel mechanische bescherming bieden of voorkomen dat instrumenten uit je handen glippen, maar is nutteloos en zelfs gevaarlijk bij het werken met chemische stoffen of lijmen, die door de handschoen kunnen dringen. PBM’s zijn geen universele oplossing die men blindelings over elk probleem kan gooien, maar precisie-instrumenten die hun nut bewijzen wanneer ze ingebed zijn in een doordachte strategie van opleiding, toezicht en voorbereiding.”
Verbindende communicatie
“Het simpelweg ter beschikking stellen van PBM’s ontslaat de werkgever niet van zijn verantwoordelijkheid”, aldus Frank Weckx. “Zorgen dat mensen opgeleid worden en de juiste instructies krijgen om de PBM’s veilig te gebruiken en dat er toezicht is op het correct gebruik, zijn verplichtingen die even zwaar doorwegen als de aankoop van het materiaal zelf. Dit begint bij het onthaal van nieuwe medewerkers. In een bedrijf dat een vooruitstrevende veiligheidscultuur nastreeft wordt een werknemer voor hij de werf wordt opgestuurd, goed geïnformeerd over specifieke risico’s en het correcte gebruik van zijn uitrusting. De toestroom van werknemers die onze landstalen niet per se machtig zijn, bemoeilijkt deze verplichting. Dat maakt het voor de werkgever bijgevolg extra uitdagend.” “Het handhaven van het veiligheidsbeleid is op zich ook een hele uitdaging. Laat mij duidelijk zijn: sanctioneren is daarbij de allerlaatste oplossing. Los van de effectiviteit van dergelijke aanpak, zorgt het structureel tekort aan arbeidskrachten ervoor dat werkgevers twee keer nadenken vooraleer ze mensen zullen ontslaan. Ik geloof daarom veel meer in verbindende communicatie om veiligheidsdoelen te bereiken. In plaats van te zwaaien met regels en sancties, moeten leidinggevenden het gesprek durven aangaan vanuit de voordelen voor de drager en vanuit een authentieke bezorgdheid. "Ik wil dat jij vanavond gezond naar huis kan gaan en dat je later fit en gezond van je pensioen kunt genieten.” “Dergelijke aanpak kan een troef zijn in het aantrekken en behouden van medewerkers. De bouw is immers een klein wereldje. Als arbeiders in de gaten krijgen dat er in hun bedrijf op veiligheid wordt beknibbeld, staat niets hen in de weg om in tijden van the war for talent over te stappen naar de concurrentie waar veiligheid wel als belangrijk wordt beschouwd.”
Slimme PBM’s
Hoewel de bouw traditioneel een zeer behoudsgezinde sector is, staat de technologie niet stil. Weckx ziet een evolutie richting digitale en slimme toepassingen, al is dit momenteel nog vooral voorbehouden aan kapitaalkrachtige spelers. “Er wordt onder meer geëxperimenteerd met veiligheidsschoenen die voorzien zijn van sensoren om te detecteren of iemand ergonomisch verantwoord tilt of te vaak op zijn tippen loopt. Ook op collectief niveau beweegt er veel. Zo zijn er camera’s die vandaag al gebruikmaken van AI en augmented reality om te detecteren of er op de werkplek gevaarlijke objecten rondslingeren, of medewerkers een helm dragen of een verboden zone betreden. De implementatie is voor de doorsnee bouw-kmo echter nog verre toekomstmuziek. Naast de hoge kostprijs is er het vraagstuk van gegevensverwerking (GDPR) en de nood aan gespecialiseerd personeel dat de data kan analyseren.” Voor het gemiddelde familiebedrijf blijft de focus bijgevolg liggen op de basis: degelijk materiaal, een onderbouwde veiligheidsaanpak en gezond verstand. “We zouden al een flink stuk opschieten mochten we bijvoorbeeld al eens ophouden met het kopiëren van veiligheids- en gezondheidsplannen van de ene werf naar de andere”, zegt Weckx. “Een effectief veiligheidsbeleid vereist een aangepast gedrag en aangepaste maatregelen die specifiek zijn voor een bepaalde situatie. Als elke werkgever vooraf kritisch nadenkt over welke collectieve- en persoonlijke beschermingsmiddelen nodig zijn voor een bepaalde site en de specifieke taken van de dag, kunnen de meeste risico’s ook zonder hightech beheerst worden.”