Die goede cijfers zijn er ondanks de problemen die de coronapandemie aan het werkplekleren stelt. Volgend schooljaar verwacht de Vlaamse Confederatie Bouw (VCB) een verdere stijging. Bovenop de huidige 25 trajecten komen er dan nog eens 17 bij.
Volgens de VCB is een opwaardering van het duaal leren echter belangrijk om de leerformule helemaal succsvol te maken. Ondanks de gerealiseerde vooruitgang kampt het duaal leren immers nog altijd met een aantal knelpunten.
Het voltijdse bouwonderwijs blijft nog altijd veruit de hoofdstroom in vergelijking met het duaal bouwonderwijs. Dat ligt niet aan de bouwbedrijven. In 2021 werden opnieuw meer dan 600 bouwbedrijven voor duale trajecten erkend. Die bedrijven hebben hiervoor ook de nodige mentoren aangesteld.
Maar de instroom aan leerlingen blijft nog steeds bijzonder laag. Van de 25 duale trajecten die de Vlaamse regering intussen voor de bouw heeft goedgekeurd, konden dit schooljaar een tiental niet opstarten, voornamelijk bij gebrek aan leerlingen.
Daarom pleit de VCB voor een opwaardering van het duaal leren. Het mag niet beperkt blijven tot bso-studierichtingen. Ook in tso-studierichtingen voor de bouw moet het duaal leren zich volgens de VCB kunnen ontwikkelen.
Bovendien stelde het Vlaamse regeerakkoord voor om het duaal leren in het volwassenonderwijs en in het hoger onderwijs te introduceren. De invoering in het volwassenonderwijs is intussen een feit.
Het komt er nu op aan tijdens de resterende twee jaar van deze regering werk te maken van de invoering in het hoger onderwijs. Deze uitbreiding moet het imago van het duaal leren ten goede komen.
Intussen bieden reeds vier Vlaamse hogescholen een graduaatsopleiding over werforganisatie aan. Die opleiding bestaat nu al voor een derde van de lesuren uit werkplekleren.