Als abonnee heb je toegang tot alle artikels op BOUWKRONIEK.be

Infrastructuur

paywall Betonopstuiking: als wegen plots horizontaal bewegen

De klimaatverandering, met zijn periodes van extreem weer, heeft een inhaalbeweging op vlak van ontharding ingezet. Ironisch genoeg hebben dezelfde weerfenomenen ook hun gevolgen op de verharding die we wel willen instandhouden. Betonwegen bijvoorbeeld kunnen door opstuiking plots veranderen in een gevaarlijk hindernissenparcours. “Het goede nieuws is dat dit fenomeen zich nog nooit heeft voorgedaan op hoofd- en autosnelwegen die de jongste 25 jaar werden aangelegd”, zegt ingenieur Luc Rens van Febelcem, de beroepsorganisatie van de Belgische cementindustrie.

Opstuiking van de autosnelweg E314 te Aarschot op 22 juni 2017.

BKBC - 2024-06-19T105459.284
FEBELCEM

Betonwegen zijn robuust, slijtvast en onderhoudsarm en blijven vaak decennia onaangeroerd liggen. Tot er tijdens een periode van extreme hitte plots  en dat mag je vrij letterlijk nemen - lokaal dramatische scheuren en opstuwingen ontstaan dwars over de rijweg of het fietspad. “Het omhoog komen van de betonplaten gebeurt bruusk”, aldus Luc Rens. “Het doet zich voor in de lente of zomer op de eerste dagen met zeer hoge temperaturen, gewoonlijk in de namiddag na langdurige opwarming van het wegdek. Dergelijke opstuwing van de betonplaten levert dan ook steeds een acuut gevaar op voor ongevallen. Tot aan een voorlopige of definitieve herstelling zorgt het incident gegarandeerd ook voor problemen inzake de verkeersdoorstroming.”

BKBC - 2024-06-19T105632.034
FEBELCEM

Wat is de oorzaak?

“Verhard beton is onderhevig aan thermische bewegingen: het zet uit als de temperatuur stijgt en krimpt wanneer het kouder wordt. Een betonplaat van 10 m, die werd aangelegd bij een betontemperatuur van 10 °C, kan tijdens een hete zomerdag gemakkelijk 40 °C worden. Dat veroorzaakt al gauw een thermische uitzetting van 3 mm. En dat fenomeen doet zich ook voor in alle aaneengeschakelde platen. De verplaatsing die dat veroorzaakt gebeurt in geval van uitzetting ‘in blok’ maar als de temperatuur vervolgens weer gaat dalen, krimpen de platen afzonderlijk, waardoor het geheel zich niet altijd herstelt naar de oorspronkelijke situatie. Wanneer de voegen dan vervuild geraken, kan er nadien weer een verdere uitzetting plaatsvinden.”

Opstuiking fietspad Lier - Vaak zijn de riooldeksels ingewerkt in de fietspadverharding. Dat zijn zwakke punten tussen de betonplaten, met een hoger risico voor opstuwen.

BKBC - 2024-06-19T105709.525
FEBELCEM

Waarom veroorzaakt dat dan niet steevast scheuren?

“Dat zou sowieso het geval zijn mochten we een ongewapende betonplaat zonder voegen storten. Het beton zou dan onder invloed van de verschillende krimpverschijnselen ongecontroleerd en volgens een grillig patroon beginnen scheuren. Na verloop van tijd zouden de barsten breder worden door de dynamiek van opwarmen en afkoelen. De waterinsijpeling zou er bovendien voor zorgen dat er verzakkingen ontstaan wat tot nog meer schade zal leiden. Onder invloed van de belasting door het verkeer zal de degradatie snel toenemen.”

“Om dat te voorkomen zijn er twee belangrijke concepten ontwikkeld voor de aanleg van betonwegen: platenbeton en doorgaand gewapend beton. Beide oplossingen zorgen ervoor dat de natuurlijke werking van uitzetten en krimpen op een andere manier opgevangen wordt.”

Hoe gebeurt dat bij platenbeton?

“Wegen aangelegd met betonplaten worden gerealiseerd door stroken ongewapend beton te storten.  Door het zagen van dwarse voegen worden ze ingedeeld in platen van vier of vijf meter lang. Het zagen gebeurt tot minstens een derde van de dikte van de verharding. Door de krimp tijdens de eerste dagen scheurt de betonplaat vervolgens onder de zaagsnede gecontroleerd verder door. De scheurvorming wordt dus beheerst door die in de aangebrachte voegen, en nergens anders, te laten optreden. De voegen kunnen vervolgens gevuld worden. Voor wegen met veel zwaar verkeer worden er deuvels – gladde gecoate metalen staven – aangebracht in de voegen, om de lasten van het verkeer te verdelen over de platen.”

BKBC - 2024-06-19T105651.139
FEBELCEM

Wat is het verschil met doorgaand gewapend beton?

“Het grootste visuele verschil is dat er geen dwarse voegen meer worden aangebracht. De natuurlijke uitzetting en krimp worden immers opgevangen door een wapening die in de langsrichting wordt aangebracht. Het beton wordt in een continue baan gestort op de wapening die eerst werd aangebracht. Dat moet heel secuur gebeuren. Het aanbrengen van de wapening vergt meer tijd dan het aanbrengen van het beton zelf. Vooraleer de aannemer kan beginnen storten, moet de wapening over ten minste de lengte van een aantal dagproducties zijn aangebracht. De enige dwarse voegen in dit type verharding zijn dwarse werkvoegen waar de betonnering wordt onderbroken, meestal bij het einde van een dagproductie.”

“Dat wil niet zeggen dat er geen scheuren meer kunnen ontstaan; integendeel, dit type betonverharding wordt net gekenmerkt door de aanwezigheid van fijne dwarse scheuren. Door de wapening zijn ze verdeeld over heel het wegdek en blijven ze onder controle. Als de werken correct uitgevoerd worden blijft de opening beperkt tot een breedte van ongeveer 0,5 mm. Deze scheuren zijn daardoor niet voelbaar tijdens het overrijden.”

“In België passen we al sinds 2012 het principe van de actieve scheuraanzet toe. Dat betekent dat er korte zaagsneden worden aangebracht aan de rand van de betonplaat, om het verder doorscheuren op die plaatsen te triggeren en op die manier een meer homogene verdeling van de scheuren te bekomen.”

De gewestweg N19 tussen Westerlo en Herselt werd vermoedelijk aangelegd rond 1940. Tijdens een hete periode In april 2007, deed zich een opstuiking voor.

BKBC - 2024-06-19T105546.995
FEBELCEM

Als alles wordt gedaan om het ongecontroleerde barsten te voorkomen, waarom komt opstuiking dan toch nog voor?

“Beton is zeer goed bestand tegen druk, op voorwaarde dat de betonsamenstelling en de dikte van het gestort beton, ter hoogte van eindedagvoegen overal hetzelfde is. Wanneer dit niet het geval is, kunnen er excentrische drukkrachten ontstaan waardoor spanningsconcentraties ontstaan. Ze kunnen het beton verzwakken, wat uiteindelijk tot het uitknikken van de betonplaat kan leiden. Het zijn met andere woorden zwakke plekken in de betonverharding die aan de oorzaak liggen van de schade. Dat kan bijvoorbeeld omdat het eerste of laatste beton dat die dag wordt gestort onvoldoende wordt verdicht. Maar ook putdeksels of andere objecten die in het wegdek moeten ingewerkt worden, kunnen voor een verstoring zorgen.”

“Dat is vooral een aandachtspunt voor fietspaden, die worden aangelegd in platenbeton. Om het comfort voor de fietser te vrijwaren, worden doorgaans slechts fijne voegen zonder vulling voorzien. Bovendien moeten vaak riooldeksels ingewerkt worden, met een hoger risico voor opstuwen. Als dat niet kan vermeden worden, is het sowieso belangrijk om ervoor te zorgen dat ze niet worden voorzien op de plaats van de voeg. Bovendien speelt ook de beperkte dikte van een fietspadverharding een nadelige rol.”

Afzagen en verwijderen van het laatst gestorte gedeelte van een weg in platenbeton.

BKBC - 2024-06-19T105725.283
FEBELCEM
Hoe opstuikingen vermijden?

“Betonopstuiking heeft zich niet meer voorgedaan op hoofd- en autosnelwegen die de jongste 25 jaar zijn aangelegd, dankzij verbeterde technieken, materialen en onderhoudspraktijken”, zegt Luc Rens. “Helaas, het is niet omdat een betonweg 30 jaar lang onbeweeglijk is blijven liggen, dat er zich geen opstuwing meer kan voordoen. Het komt ook voor bij asfaltwegen, omdat onder de asfaltlaag vaak een betonweg verscholen zit. Dat is bijvoorbeeld het geval op de E314 tussen Leuven en Tielt-Winge. De autosnelweg daar dateert van 1982. De dwarse eindedagvoegen waren daar vaak in slechte staat, waardoor voor de asfaltoverlaging in 2010 al herstellingen werden uitgevoerd. Het zwarte asfaltoppervlak heeft bovendien een hogere warmteopname tot gevolg, wat in 2017 effectief heeft geleid tot een opstuiking.”

Enkele aandachtspunten om het risico op opstuikingen drastisch te beperken of zelfs tot nul te herleiden.

  • Wegen die aangelegd worden in de warmere (zomer)periodes zullen later minder uitzetten en dus minder snel opstuiken. Vanaf een omgevingstemperatuur van 15 °C is het risico beperkt.
  • Voor wegen in ongedeuveld platenbeton, aangelegd bij een omgevingstemperatuur van minder dan 15 °C, is het aanbevolen om op regelmatige afstand een uitzetvoeg te voorzien, zodat de drukopbouw tussen de betonplaten kan opgevangen worden.
  • Dwarse werkvoegen dienen met de uiterste zorg te worden gerealiseerd. Het beton dient van goede kwaliteit te zijn en de verdichting is van cruciaal belang. Voor platenbeton kan je het laatste gebetonneerde deel afzagen en verwijderen om de volgende plaat netjes te laten aansluiten.  
  • Dwarse werkvoegen dienen in principe gedeuveld te zijn. Door zijn gladde oppervlak hecht de deuvel niet aan het beton, waardoor bewegingen ten gevolge van uitzetting en krimp mogelijk blijven in de lengterichting. Opstuwingen en bewegingen in de dwarsrichting worden verhinderd.
  • Voor doorgaand gewapend beton kunnen de zwakkere dwarse werkvoegen vermeden worden door continu 24/7 te werken. 
  • Het weinige onderhoud dat betonwegen vergen moet correct en tijdig worden uitgevoerd. Het gaat dan hoofdzakelijk om het onderhoud van de voegvulling van dwarse en langse voegen (tussen rijstroken bijvoorbeeld).
  • Schade in de vorm van gebroken platen, hoekscheuren, … moet zo snel mogelijk hersteld worden. Voorlopige herstellingen met asfalt vormen zwakke plekken, die meer samendrukbaar zijn dan het naastliggende beton waardoor spanningsconcentraties in het resterende beton ontstaan.

Gedeuvelde dwarse werkvoeg

BKBC - 2024-06-19T105742.217
FEBELCEM
Hoe schade door opstuiking herstellen?

Herstel van de schade door opstuiking van het beton moet altijd over de volledige breedte van de beschadigde betonstrook en over de volledige dikte van de verharding gebeuren. De beschadigde zone moet zuiver afgezaagd worden, zonder het aanliggende beton verder te beschadigen. De herstelling van een opstuiking ter hoogte van een dwarse werkvoeg, moet over minstens één meter aan weerszijden van de voeg te gebeuren. De grenzen van de herstelde zone, die steeds rechthoekig is, liggen ook best op minstens één meter van de volgende dwarse scheur.

Bij een herstelling van doorgaand gewapend beton is het cruciaal om de continuïteit van de wapening opnieuw te realiseren. Ofwel door het inboren en verankeren van nieuwe wapeningsstaven of door het vrijmaken van de bestaande wapening.

Vervolgens moet het oppervlak hersteld worden door het aanbrengen van snelhardend beton. Dat moet ’s morgens gebeuren, vóór 11 uur, zodat het beton voldoende weerstand heeft opgebouwd vóór de afkoeling van de nacht. Zo niet komt de wapening los en zal de nieuwe voeg zich openen. 

Als de herstelling moet plaatsvinden bij temperaturen van meer dan 30°C, is het raadzaam om het aanpalende beton aan beide zijden af te koelen door er over een lengte van 50 m water op te sproeien, te bedekken met een laag nat zand of met een weerkaatsende folie.

Download de brochure ‘Opstuiking van betonwegen’ van Febelcem.

BKBC - 2024-06-19T105606.021
FEBELCEM
Nieuwsbrief

Wens je op de hoogte te blijven van inzichten, projecten, trends en evoluties in de bouwsector? Schrijf je nu in blijf up-to-date!

Bouwprojecten