Als abonnee heb je toegang tot alle artikels op BOUWKRONIEK.be

Omgevingsaanleg

Waterdoorlatende verharding vraagt meer dan de juiste klinker

Waterdoorlatende verhardingen winnen aan belang nu regenwater steeds vaker lokaal moet worden opgevangen en geïnfiltreerd. Voor aannemers en ontwerpers betekent dat meer dan een ander type klinker of tegel voorschrijven. De prestaties van een waterdoorlatende verharding worden bepaald door het volledige systeem, van toplaag en voegen tot fundering, buffering en ondergrond.

FluvioStone_Archicomm_2502-web
©Artstone

De Vlaamse overheid publiceerde een lijst met materialen die als waterdoorlatende verharding kunnen worden beschouwd. Daarop staan onder meer grasbetonproducten, kunststof grasplaten, betonstraatstenen en betontegels met brede voegen of afstandshouders, poreuze betonstraatstenen, kasseien en kleiklinkers met brede voegen en verschillende toepassingen met grind.

De lijst maakt meteen duidelijk hoeveel verschillende technische principes onder de noemer ‘waterdoorlatend’ vallen. Bij een poreuze betonstraatsteen infiltreert het water bijvoorbeeld door de steen zelf. Bij een klassieke massieve klinker met verbrede voeg gebeurt dat via de ruimte tussen de stenen. Grasbetontegels combineren dan weer openingen voor infiltratie met een dragende structuur.

Voor de ontwerper of uitvoerder is vooral van belang dat de keuze van de toplaag slechts één onderdeel van het vraagstuk vormt.

Van materiaal naar systeem

Een waterdoorlatende klinker boven op een weinig doorlatende fundering levert geen volwaardig infiltrerend systeem op. Nadat het regenwater de toplaag is gepasseerd, moet het ook door de onderliggende lagen kunnen bewegen, eventueel tijdelijk worden gebufferd en uiteindelijk in de bodem infiltreren of gecontroleerd worden afgevoerd.

Daarbij moeten verschillende, soms tegenstrijdige eisen met elkaar worden verzoend. De fundering moet voldoende open zijn voor water, maar tegelijk de nodige draagkracht leveren. De korrelopbouw en hoeveelheid fijne bestanddelen zijn daarbij van belang. Een te dichte structuur kan de infiltratie hinderen, terwijl onvoldoende stabiliteit het risico op vervormingen en verzakkingen verhoogt.

Ook de bestaande bodem speelt een rol. De infiltratiecapaciteit van de ondergrond bepaalt mee hoeveel water rechtstreeks ter plaatse kan worden verwerkt en hoeveel tijdelijke buffering noodzakelijk is.

Dat maakt waterdoorlatende verharding in de eerste plaats tot een ontwerpopgave. Verkeersbelasting, bodemgesteldheid, helling, beschikbare ruimte en verwachte neerslag moeten samen worden bekeken.

Fluvio-foto-straat-web
©Artstone
FluvioStone_Archicomm_2502-web
©Artstone

Open voegen of poreuze stenen

De keuze tussen waterpasserende en poreuze systemen heeft ook gevolgen voor uitvoering en onderhoud.

Bij waterpasserende verhardingen stroomt regenwater voornamelijk via de voegen of openingen tussen de elementen. Afstandshouders kunnen daarbij een vooraf bepaalde voegbreedte creëren. Dat principe kan worden toegepast op betonstraatstenen, maar bijvoorbeeld ook op natuursteen en kleiklinkers.

De keuze van het voegmateriaal is vervolgens belangrijk voor zowel de infiltratiecapaciteit als het onderhoud. Split en andere minerale materialen zijn gangbare oplossingen. Er bestaan daarnaast harde voegvullingen die water kunnen blijven doorlaten. Dat kan interessant zijn wanneer men een open structuur wil combineren met een stabielere voeg. Niet iedere harde voeg is echter waterdoorlatend, waardoor productspecificaties en correcte verwerking bepalend blijven.

Bij poreuze betonstraatstenen verloopt de infiltratie daarentegen over het steenoppervlak zelf. Hierdoor zijn brede voegen niet noodzakelijk om water door de verharding te krijgen. Ook hier blijft een doorlatende onderbouw vereist.

Grasdallen en kunststof rasterelementen vormen nog een andere categorie. Ze creëren grotere open zones die met gras, grind of steenslag kunnen worden gevuld. Vooral voor parkeerplaatsen en zones waar verharding met een groener karakter gewenst is, bieden dergelijke systemen ontwerpvrijheid.

Bufferen onder de verharding

Naast de infiltratie door de toplaag komt ook tijdelijke waterberging onder verhardingen nadrukkelijker in beeld. Zeker wanneer tijdens intense neerslag meer water wordt aangevoerd dan de bodem onmiddellijk kan opnemen, kan buffercapaciteit binnen de opbouw nuttig zijn.

Een voorbeeld van zo'n ondergronds systeem is FluvioStone van ArtStone. Anders dan een waterdoorlatende klinker vormt FluvioStone niet de zichtbare afwerking, maar een infiltratie- en bufferlaag onder de verharding. Regenwater wordt in de ondergrond tijdelijk opgevangen en kan vervolgens verder infiltreren.

Het systeem kan volgens de fabrikant onder verschillende afwerkingen worden geïntegreerd, waaronder klinkers, tegels en vloerplaten. Daardoor staat de keuze van de zichtbare verharding in zekere mate los van de ondergrondse waterbuffering.

Voor ontwerpers is dat onderscheid relevant. De vraag is immers niet alleen hoe snel water door het oppervlak verdwijnt, maar ook wat ermee gebeurt zodra het de fundering bereikt. Een ondergrondse buffer kan onderdeel zijn van een oplossing wanneer infiltratie niet onmiddellijk aan hetzelfde debiet kan plaatsvinden als de aanvoer van regenwater.

De dimensionering blijft daarbij projectspecifiek. Onder meer het aangesloten oppervlak, de bodemdoorlatendheid, de belasting en de gewenste buffercapaciteit bepalen welke opbouw nodig is.

IMG_3855-1152x1536-web
©Artstone

Ook gebruik bepaalt de materiaalkeuze

Niet iedere waterdoorlatende oplossing is geschikt voor iedere buitenruimte. Een terras stelt andere eisen dan een oprit of parking.

Bij opritten en parkeerzones zijn de mechanische belastingen groter. Naast het gewicht van voertuigen zijn vooral draaiende en wringende bewegingen aandachtspunten. De stabiliteit van stenen, voegen en fundering moet daarop zijn afgestemd.

Op terrassen is de verkeersbelasting doorgaans kleiner en krijgen aspecten zoals vlakheid, comfort en aansluiting op gevels meer gewicht. Ook keramische tegels kunnen deel uitmaken van een waterbeheersend concept, bijvoorbeeld wanneer ze op tegeldragers worden geplaatst en water via de open voegen naar een onderliggende laag wordt geleid. De tegel zelf wordt daarmee echter niet waterdoorlatend.

Voor paden, voortuinen en landschappelijke zones zijn combinaties met grind, grasdallen, stapstenen of groen mogelijk. Zulke toepassingen kunnen het verharde oppervlak beperken en infiltratie ruimtelijk integreren in het ontwerp.

Onderhoud blijft noodzakelijk

Waterdoorlatend betekent ten slotte niet onderhoudsvrij. Fijne deeltjes, zand, organisch materiaal en vervuiling kunnen na verloop van tijd poriën of voegen verstoppen en zo de infiltratiecapaciteit verminderen.

Dat onderhoudsaspect moet daarom al tijdens het ontwerp worden meegenomen. De keuze van voegmateriaal, detaillering en bereikbaarheid voor reiniging beïnvloeden niet alleen het uitzicht, maar ook de prestaties op langere termijn.

Voor aannemers en ontwerpers verschuift de aandacht daarmee van het individuele product naar de volledige constructie. Een klinker kan waterdoorlatend zijn, een voeg kan water passeren en een ondergrondse laag kan water bufferen. Pas wanneer die onderdelen technisch op elkaar zijn afgestemd, ontstaat een verharding die regenwater daadwerkelijk lokaal kan verwerken.

Nieuwsbrief

Wens je op de hoogte te blijven van inzichten, projecten, trends en evoluties in de bouwsector? Schrijf je nu in blijf up-to-date!

Bouwprojecten