Bedrijventerreinen van de toekomst
De Belgische industrie bevindt zich in een paradoxale situatie. Terwijl de industriële productie een dalende trend vertoont, groeit de vraag naar geschikte ruimte voor ondernemingen sneller dan ooit. Nieuwe bedrijventerreinen zijn schaars, en veel bestaande terreinen zijn verouderd of volzet. Deze schijnbare tegenstelling onthult een dieperliggende realiteit: de Belgische industrie verdwijnt niet, maar transformeert. Logischerwijze heeft dit consequenties op uiteenlopende vlakken. Bij POM West-Vlaanderen wordt alvast gezocht naar geschikte antwoorden. Jurgen Bonte, head of unit Bedrijventerreinen van de Toekomst: “Een compleet andere manier van denken is essentieel om de industriële en logistieke activiteit in ons land te verankeren.”
Jurgen Bonte
Samenwerken om ruimte beter te benutten
Bouwkroniek: Hoeveel bedrijventerreinen telt ons land?
Jurgen Bonte: “Het exacte aantal in heel België ken ik niet, maar in de provincie West-Vlaanderen zijn er 398 regionale bedrijventerreinen met perceelgroottes vanaf 5.000 m². Deze richten zich voornamelijk op activiteiten die niet in het stedelijke weefsel thuishoren: milieubelastende productiefaciliteiten, logistieke clusters en organisaties wier werking storend kan zijn, bijvoorbeeld omdat ze veel mobiliteit met zich meebrengt.”
Bouwkroniek: Zijn er genoeg bedrijventerreinen om de vraag in te vullen?
Jurgen Bonte: “In heel België overstijgt de vraag het aanbod: er is duidelijk nood aan extra bedrijventerreinen. Zeker in West-Vlaanderen is dat een uitdaging om u tegen te zeggen. Er is nagenoeg geen ruimte meer voor extra industrie, terwijl er eigenlijk minstens 420 hectare aan bedrijventerreinen zou moeten bijkomen. Daarom trekken wij met POM West-Vlaanderen de kaart van efficiëntie en verduurzaming van de bestaande locaties. Concreet is er het concept ’Bedrijventerreinen van de Toekomst’ waarmee we een tweeledige doelstelling beogen. Enerzijds willen we de verduurzaming van de bedrijven versnellen zodat ze op toekomstige stringente milieutechnische kaders zijn voorbereid. Anderzijds willen we ook op bedrijventerreinniveau een doorgedreven en structurele verduurzaming doorvoeren. Hiervoor hebben we samen met de West-Vlaamse intercommunales twintig locaties geselecteerd waarvoor we transitieplannen gaan opmaken.”
Bouwkroniek: Hoe willen jullie de zaken concreet aanpakken?
Jurgen Bonte: “Veel van onze bedrijvenparken dateren van de jaren zeventig. Ze zijn dus niet voorzien op een collectieve benadering, zeker niet op het vlak van verwarming, koeling en elektrificatie, maar ook niet qua ruimtegebruik. Daarenboven is de riolering er dringend aan hernieuwing toe. Verder is de problematiek van ‘vergroening’ en mobiliteit er een uitdaging. Daarom werken we met het concept ‘Bedrijventerreinen van de Toekomst’ op collectief niveau aan zes locatiespecifieke thema’s: zuinig ruimtegebruik, energie, water, materialen, ecologische kwaliteit en mobiliteit/veiligheid. Verder richten we ons op sociale dienstverlening en parkmanagement/bedrijventerreinverenigingen. We doen dit samen met partners: de provincie West-Vlaanderen, VLAIO en de West-Vlaamse intercommunales, maar eveneens met steden, gemeenten en andere stakeholders. We zoeken naar een gemeenschappelijk forum om een toekomstvisie en de beeldkwaliteit van de bedrijventerreinen in kwestie op te maken richting 2050 waarbij we een klimaat-neutrale economie nastreven. Vanuit POM West-Vlaanderen coördineren we de samenwerking tussen deze partners en sturen we studiebureaus aan die samen met ons de toekomstplannen opmaken middels workshops. Het is juist door samen over al deze thema’s heen na te denken, dat we echt het verschil kunnen maken.”
Avelgem
Bouwkroniek: Kunt u deze aanpak toelichten aan de hand van een voorbeeld?
Jurgen Bonte: “We hebben zopas ons eerste transitieplan afgerond voor het regionaal bedrijventerrein in Avelgem. Dit beslaat zo’n vijftig hectare waarop een twintigtal bedrijven zijn gelokaliseerd. De locatie is gevoelig voor water, maar ook gelegen aan de Schelde waardoor er heel wat opportuniteiten zijn. Daarom hebben we een plan opgemaakt met oplossingen voor bijkomende waterinfiltratie en -buffering - een koppeling tussen openbaar domein en privatief als antwoord op de hemelwaterverordening. Een logische mobiliteit met plaats voor bijkomend groen, blauw, fietsers en voetgangers, een collectieve parking met bijkomende waterbuffering, het beter gebruik van de waterweg en een betere invulling van de percelen door rug aan rug en/of hoger te bouwen, zijn eveneens in dat plan vervat.”
Bouwkroniek: Is dit een voorbeeld dat ook voor andere bedrijventerreinen kan worden gebruikt?
Jurgen Bonte: “Op basis van de transitieplannen in opmaak zien we dat veel bedrijventerreinen met dezelfde problematieken kampen. Een gebrek aan collectieve waterinfiltratie en -buffering, een onveilige mobiliteit voor de zwakke weggebruikers, te weinig groen, veel verharding, weinig samenwerking tussen bedrijven, een niet-optimaal gebruik van de ruimte door te veel functies die zich op het maaiveld bevinden, bedrijven die zich niet op de juiste plaats bevinden… Ook wordt water en energie nog maar in mondjesmaat gedeeld, terwijl dit heel wat opportuniteiten met zich meebrengt. Binnen een bedrijventerrein van de toekomst is over al deze zaken nagedacht en wordt een collectieve aanpak uitgerold.”
Bouwkroniek: Hoe ziet het bedrijventerrein van de toekomst er volgens u uit?
Jurgen Bonte: “We geloven dat het interessant kan zijn om bepaalde activiteiten te ‘clusteren’: gelijksoortige industrieën, maar bijvoorbeeld ook bedrijven die met scheepvaart zijn gebaat, samenbrengen op een bedrijventerrein aan een waterweg. Vandaag maken de ondernemingen met een vestiging aan kanalen of rivieren immers veel te weinig gebruik van deze transportmodus. Maar ook een mix van verschillende types bedrijven kan voordelen opleveren, bijvoorbeeld om warmte, koude of elektriciteit met elkaar uit te wisselen. Of je kan ervoor kiezen om productiefaciliteiten te groeperen waarbij fabriek B het afval van fabriek A tot hoogwaardige grondstoffen omzet, die dan door fabriek C worden gebruikt om nieuwe producten te fabriceren. Op een bedrijventerrein van de toekomst wordt meer samengewerkt en worden collectieve oplossingen aangeboden op het gebied van ruimte, energie, water, materialen, ecologie en mobiliteit. Natuurlijk is dat iets dat organisch en over een langere termijn moet groeien.”
Bouwkroniek: Zijn er nog andere zaken die wél op kortere termijn kunnen worden gerealiseerd?
Jurgen Bonte: Het delen van infrastructuur is een belangrijke stap in de juiste richting. Dat kan starten met een gemeenschappelijke parking of oplaadplaats voor elektrische (vracht)wagens – een trend die nu toch wel begint op te komen en waarmee heel wat fysieke plaats en investeringsbudget kan worden bespaard. Maar je kan dit nog veel verder doortrekken, bijvoorbeeld door één gezamenlijk restaurant op het bedrijventerrein te voorzien. Of gebouwen waarin pakweg de ICT-, boekhoudkundige- of marketingdiensten van elk bedrijf hun intrek nemen. Op die manier kunnen de ‘administratieve’ volumes worden gereduceerd en komt er ruimte vrij voor uitbreiding van de productie en logistiek. In de visie van het ‘delen van infrastructuur’ kunnen we ook de warmtenetten of geothermie plaatsen, waarmee de bedrijven eveneens op een ander heet hangijzer scoren: duurzamer opereren. Of energie delen: logistieke bedrijven hebben meestal enorme oppervlaktes om PV-panelen te installeren, maar kunnen al die energie niet zelf consumeren. Terwijl productiefaciliteiten daar vaak minder plaats voor hebben en deze energie wél goed kunnen gebruiken. Om de Europese klimaatdoelstellingen te bereiken, zal de industrie sowieso voor collectieve oplossingen moeten gaan. En het is bovendien een ideale manier om de grote pieken en dalen van groene energie beter in balans te brengen. Een andere interessante topic is het samenwerken op het vlak van logistiek zodat vrachtwagens altijd volledig gevuld kunnen rijden. Daarnaast kunnen we denken aan het uitwisselen van opslagcapaciteit, materialen, personeel, services… Weliswaar is dat allemaal gemakkelijker gezegd dan gedaan: het vereist een complete mindshift van de betrokken partijen, een grondige aanpassing van hun processen en flows, en wellicht eveneens een verandering van bepaalde regelgevingen. Het is echter geen onmogelijke denkpiste. Integendeel, volgens mij is samenwerken essentieel om de toekomst van de Belgische industrie/logistiek veilig te stellen.”
Toekomstbeeld
Bouwkroniek: Zijn er veranderingen nodig aan de manier waarop wordt gebouwd?
Jurgen Bonte: “Ik zie veel potentieel in hoogbouw: zowel industriële productie als logistiek zal op meerdere verdiepingen moeten worden georganiseerd. Dit lijkt ons een erg efficiënte manier om de vraag naar extra ruimte op eigen terrein op te vangen zonder dat we hiervoor ‘groene zones’ moeten opofferen. Hetzelfde geldt trouwens voor parkeerplaatsen: het is logischer om alles in één enkele boven- of ondergrondse garage met meerdere niveaus te centraliseren of de dakoppervlakte van bepaalde gebouwen hiervoor te gebruiken. Daarnaast moet het principe van circulariteit nog meer doorgang vinden. Enerzijds door de toepassing van circulaire materialen, anderzijds door meer flexibiliteit in de structuren te voorzien. Industriële en logistieke gebouwen zouden veel gemakkelijker moeten kunnen worden uitgebreid en/of snel en zonder veel kosten op een nieuwe activiteit afgestemd. In dit kader pleiten we trouwens voor een uniforme maatvoering: industriële gebouwen zouden eigenlijk op zo’n manier dienen te worden ontworpen dat ze voor elk type activiteit bruikbaar zijn.”
Bouwkroniek: Moeten bedrijventerreinen ook groener worden?
Jurgen Bonte: “Dat is de bedoeling, en dit vanuit het perspectief van zowel duurzaamheid als comfort van de werknemers. Toch is het een hekel punt omdat er standaard wordt uitgegaan dat een maximale verharding noodzakelijk is om de industriële en logistieke bedrijvigheid te maximaliseren. Vergroening van een bedrijventerrein kan het hitte-effect tegengaan, maar heeft ook een maatschappelijk nut: vandaag is er niet alleen schaarste aan ruimte, maar ook aan talent. Een aangename werkplaats kan een trigger zijn om het juiste talent aan te trekken en te houden. “
Bouwkroniek: Er wordt soms geopperd dat bedrijventerreinen buiten de werkuren voor andere doeleinden moeten kunnen worden gebruikt.
Jurgen Bonte: “Ook dat is moeilijker dan algemeen wordt aangenomen, zeker op terreinen waar zware industriële of logistieke activiteiten zijn gehuisvest. Deze organisaties opereren immers vaak 24/7, waardoor er veiligheidsissues ontstaan als je zomaar eender wie op de sites toelaat. Maar we zien zeker opportuniteiten om meer wisselwerking tussen bedrijventerreinen en de omgeving te genereren. Deze zaken worden opgenomen in onze thema’s sociale dienstverlening en parkmanagement/ bedrijventerreinverenigingen. Hierin worden vormen van samenwerking gezocht. Op bedrijventerreinen waar ook kantoorfaciliteiten aanwezig zijn, zouden na de uren en in het weekend hun deuren kunnen openen voor opleidingscentra, evenementen… of sportinfrastructuur voor zover dat ruimtelijk mogelijk is. Op dat vlak hebben deze terreinen het grote voordeel dat ze over voldoende parkeergelegenheid beschikken en meestal ver genoeg van woon-units zijn verwijderd. Bovendien kunnen deze sportfaciliteiten ook door de werknemers worden gebruikt tijdens hun pauze. Twee vliegen in één klap! Verder zijn mobiliteitsdoorsteken voor zachte mobiliteit, groenaanleg richting aanpalende woonomgevingen, warmte/water-buffering die eveneens door de aanpalende omgeving kan worden gebruikt… eveneens vormen van medegebruik.”
Bouwkroniek: Wat zijn de uitdagingen om dergelijke veranderingen te initiëren?
Jurgen Bonte: “Het is niet zo eenvoudig om alle partijen bijeen te brengen en ze aan hetzelfde zeel te laten trekken. De meeste bedrijven zijn immers gewoon om op hun eilandje te werken. De basis waarop we nu met zijn allen moeten inzetten, is dataverzameling. Maar dat is op zich al een erg moeilijke uitdaging die een hele aanpassing van mindset vereist. De angst dat de gegevens door concullega’s wordt misbruikt, blijft vooralsnog erg groot. Toch is data het nieuwe goud en kunnen alle bedrijven winnen bij het juist aanwenden ervan – zeker als dat op collectief niveau gebeurt. Zo kunnen ze op die manier bijvoorbeeld zwart op wit zien welk voordeel energie delen oplevert. Of de bundeling van parkings, bepaalde diensten en zelfs resources. Er is nog een lange weg te gaan, maar we merken dat de jongere generatie hier veel meer voor openstaat. Belangrijk is dat ondernemers op bedrijventerreinen leren om met elkaar te praten. Op bepaalde locaties gebeurt dit al, en we zien daar veel meer beweging… in positieve richting.”