De toekomst van de gevangenissen in België
De criminaliteit in ons land blijft stijgen, maar de gevangenissen zitten overvol. Het is een patstelling waarmee de overheid al vele jaren worstelt. Er wordt volop in nieuwe detentiecentra geïnvesteerd, maar het zijn projecten van lange adem waarvoor ook een flink budget nodig is. Daarom kiest Laurent Vrijdaghs, administrateur-generaal van de Regie der Gebouwen, resoluut voor DBFM – zelfs gekoppeld aan de O van ‘operate’. Intussen heeft de praktijk uitgewezen dat deze aanpak werkt én een win/win voor alle betrokken partijen oplevert. To be continued dus…

“DBFM is de ideale formule om de hoogdringendheid op te vangen”
Bouwkroniek: We horen in de media al jaren alarmerende berichten over de overbevolking in de Belgische gevangenissen. Is er werkelijk zo’n groot probleem?
Laurent Vrijdaghs: “De situatie is inderdaad niet zo rooskleurig. Vandaag beschikt België over 38 gevangenissen met een capaciteit van 10.597 plaatsen. Daarnaast zijn er twee psychiatrische centra met 446 bedden. Vandaag zijn er echter zo’n 12.700 gedetineerden, wat betekent dat we met een overbevolking van ongeveer 13% kampen. De overheid tracht te voorkomen dat dit probleem groter wordt. Enerzijds door de investering in de bouw van nieuwe faciliteiten, anderzijds door ingrepen zoals de enkelband. Toch moet er actie worden ondernomen, want de criminaliteit wordt er niet minder op. Bovendien zijn er enkele gevangenissen die meer dan honderd jaar oud zijn. De oudste detentiecentra – Antwerpen, Bergen, Sint-Gillis en Doornik - dateren zelfs van voor Wereldoorlog I. Hoewel in de loop der jaren heel wat renovatiewerken zijn uitgevoerd, is het comfort er ver te zoeken. En ook gevangenen hebben recht op een menswaardig bestaan, nietwaar? Bovendien is het voor de personeelsleden die in de gevangenissen werken, belangrijk om over een aangepaste en veilige werkomgeving te beschikken. Om beide problemen aan te pakken, investeert de overheid al enkele jaren fors in de bouw van nieuwe gevangenissen. De nieuwe legislatuur wil eveneens een duit in het zakje doen, in eerste instantie met het inrichten van detentiehuizen voor mensen met een straf van minder dan drie jaar die geen veiligheidsrisico vormen. Daarnaast worden nieuwe psychiatrische centra en gevangenissen voorzien. Dit ‘Masterplan 4’ neemt een prominente plaats in de agenda van de Belgische overheid in. We gaan ervan uit dat binnen enkele maanden de budgetten hiervoor zullen worden goedgekeurd.”
Bouwkroniek: Zijn de vorige Masterplannen al afgerond?
Laurent Vrijdaghs: “Het bouwen van een gevangenis neemt meerdere jaren in beslag. Vandaar dat we nog volop bezig zijn met de realisatie van enkele detentiecentra. Daarnaast voorzien de Masterplannen ook in de renovatie van bestaande gevangenissen. In 2008 werd gestart met de uitvoering van Masterplan 1 die de bouw van vier nieuwe gevangenissen – Leuze, Beveren, Marche-en-Famenne en Dendermonde – en twee psychiatrische afdelingen – Gent en Antwerpen – omvatte. Masterplan 2 stond voor de bouw van de gevangenis van Haren ter vervanging van de detentiecentra Vorst en Sint-Gillis, de gevangenis in Antwerpen ter vervanging van het arresthuis in de Begijnenstraat, alsook detentiehuizen in Kortrijk en Brussel (de voormalige vrouwengevangenis in Vorst – nvdr). Al deze projecten zijn intussen afgerond, met uitzondering van de gevangenis in Antwerpen - waarvan de werf volop lopende is - en de renovatie van de gevangenis in Merksplas. Masterplan 3 en 3bis voorzien de bouw van nieuwe detentiecentra in Leopoldsburg, Verviers en Vresse-sur-Semois, alsook psychiatrische instellingen in Paivfe, Wavre en een nog te bepalen locatie in Vlaanderen. Al deze projecten zitten in aanbestedingsfase. Intussen hebben we groen licht gekregen voor de inrichting van meerdere detentiehuizen. Deze zijn voorzien in Zelzate, Oostende, Kortrijk, Ninove, Olen, Antwerpen, Genk, Doornik, Grivegnée (‘Espace Belvaux’ - nvdr) en Jemeppe-sur-Sambre. Samen zouden deze een capaciteit van 720 plaatsen moeten bieden. Enkele van deze projecten zijn in opstartfase, zoals Olen. Voor een paar detentiehuizen zoeken we nog een geschikte locatie. Eenmaal al deze penitentiaire instellingen operationeel zijn, kunnen we in theorie de overbevolking wegwerken. Ik zeg wel ‘in theorie’, want het zal nog meerdere jaren duren vooraleer we zover zijn en we weten natuurlijk niet hoe het aantal gedetineerden in de toekomst zal evolueren. Weliswaar zullen we op het vlak van humane detentie en goede werkomstandigheden voor de personeelsleden in de gevangenissen, wel aanzienlijke stappen hebben gezet.”
Bouwkroniek: Wat zijn de belangrijkste struikelblokken om een gevangenis of detentiehuis te bouwen?
Laurent Vrijdaghs: “Het is niet zo evident om een geschikte locatie te vinden. Eerst en vooral moet de site groot genoeg zijn en op zo’n manier bebouwbaar zijn dat er voldoende beveiliging kan worden gegarandeerd. Een bijkomend probleem hier is dat veel burgers niet in de buurt van een detentiecentrum willen wonen, het zogenaamde NIMBY-principe (‘not in my back yard’ - nvdr) en het aantal bezwaarschriften en procedures tegen de komst van een detentiecentrum sterk is gestegen. Hierdoor wordt het traject om een bouwvergunning te verkrijgen, alsmaar complexer en langer. Daar tegenover staat dan weer de hoogdringendheid van deze projecten: we kunnen geen jaren meer wachten om actie te ondernemen. Vandaar dat we voor de detentiehuizen – dat zijn kleinschaligere projecten dan gevangenissen - kijken naar gebouwen die een gemakkelijke ‘ombouw’ en duurzame renovatie toelaten. Denk maar aan een voormalig zorgcentrum of school, maar ook een detentievleugel van een bestaande gevangenis behoort tot de mogelijkheden. Daarnaast testen we de piste van ‘containerbouw’ of prefab-units uit. Vorig jaar hebben we in dit kader een raamovereenkomst toegewezen. Dergelijke unit-bouw leidt immers sneller tot een resultaat, zonder dat het comfort of de beveiliging in het gedrang komt. Vandaag zijn al vier projecten met modulaire units voorzien: op de voormalige site van de Federale Politie aan de Vennestraat in Genk, op de parking van Digipolis in Antwerpen, op de voormalige site van de Federale Politie aan de Aalstersesteenweg in Ninove en op de voormalige site van de Rijkswacht in Rue de la Gendarmerie in Jemappe-Sur-Sambre. Wij hopen deze zo snel mogelijk te kunnen realiseren.”
Bouwkroniek: Houdt u ook voor de gevangenissen een dergelijke oplossing achter de hand?
Laurent Vrijdaghs: “Logischerwijze is containerbouw daar uitgesloten. Wel hebben we sinds Masterplan 1 veel ervaring met de DBFM-formule opgedaan. Niet alleen voor gevangenissen trouwens, maar voor alle bouwprojecten die een budget van meer dan vijftig miljoen euro vereisen. Het is een manier van werken die – zeker voor gevangenissen – heel wat voordelen met zich meebrengt. Denk maar aan de financiële component in combinatie met de hoogdringendheid van de projecten. Aangezien deze projecten door de consortia worden gefinancierd – wij betalen een bezettingsfee gedurende 25 jaar en nemen dan pas alles over – kunnen we de kosten spreiden en dus meerdere gevangenissen tegelijkertijd bouwen. Datzelfde geldt trouwens op praktisch vlak: met een kleiner team kunnen we meer projecten aan. Daarnaast moeten we de bezettingsfee pas betalen op het moment dat de gevangenis is opgeleverd en volledig conform aan onze vereisten is.”
Bouwkroniek: Wat zijn de andere voordelen?
Laurent Vrijdaghs: “We streven ernaar om de nieuwe detentiecentra maximaal duurzaam te maken. Enerzijds om de energie/waterrekening te reduceren, anderzijds omdat deze gebouwen een lange levensduur hebben en ze over 25 jaar – wanneer we ze overnemen – nog voldoende modern dienen te zijn. Hernieuwbare energie is een absolute vereiste: de nieuwe gevangenissen beschikken over geothermie en/of WKK’s, PV-panelen en oplossingen om regenwater op te vangen/te hergebruiken. Het voorzien van dergelijke systemen spelen intussen een belangrijke rol in het toekennen van de opdracht, én omdat ze door de consortia worden gefinancierd, is deze investering financieel haalbaar. Een ander voordeel van de DBFM-formule is de hogere kwaliteit van zowel bouwmaterialen als technieken. Omdat de consortia 25 jaar voor het onderhoud en reparaties van het geheel verantwoordelijk zijn, hebben ze er alle belang bij om voor de beste oplossingen te kiezen. Ook wij halen hier voordeel uit. De gebouwen zullen niet snel degraderen en dus langer hun waarde behouden, wat interessant is wanneer we ze nadien overnemen.”
Bouwkroniek: U breidt de DBFM-formule ook uit met de O van operate?
Laurent Vrijdaghs: “Het is niet de bedoeling dat de consortia voor de beveiliging gaan instaan. Weliswaar staat bij onze DBFM-projecten de private partner ook al in voor de catering, wasserij en afvalverwerking. Bij de DBFMO-projecten voor de forensisch psychiatrische centra wordt dit met een volwaardige ‘Operate’ uitgebreid voor het zorgaspect.”
Bouwkroniek: U vertelde al dat duurzaamheid een belangrijk aandachtspunt is. Mogen we in de toekomst ook circulaire gevangenissen verwachten?
Laurent Vrijdaghs: “Vanwege de benodigde beveiliging verwacht ik niet direct gevangenissen die met houtskeletbouw of CLT worden opgetrokken. Beton zal volgens mij altijd het belangrijkste bouwmateriaal blijven. Misschien dat er op termijn wel meer gerecupereerde materialen en systemen zullen worden gebruikt, maar dat zal volledig van de uitvoerende consortia afhangen. Sowieso is het onmogelijk om zaken uit oude gevangenissen te recupereren: daar is alles té gedateerd en/of versleten. Maar niks belet om pakweg airco’s of tegels uit kantoorcomplexen te gebruiken. Een voorwaarde die we in de context van circulariteit en duurzaamheid wel stellen, is een maximale flexibiliteit. Vooral dan vanuit het perspectief dat ruimtes vrij snel en gemakkelijk moeten kunnen worden omgebouwd om op nieuwe behoeften of noden in te spelen. In kantoorgebouwen is dit vrij eenvoudig te realiseren, maar in gevangenissen is dat een uitdaging.”
Bouwkroniek: Staan jullie open voor innovatieve architecturale ontwerpen?
Laurent Vrijdaghs: “Omwille van het plaatsgebrek willen we in eerste instantie gevangenissen bouwen waar de beschikbare ruimte optimaal wordt benut. Het principe van een centrale kern met vier vleugels is in heel Europa gangbaar en heeft zijn deugdelijkheid bewezen, vooral dan op het vlak van controle- en beveiligingsmogelijkheden. Vanaf de aanbesteding van Haren heeft FOD Justitie ervoor gekozen om bij de komende projecten innovatie op het vlak van visie op humane detentie te stimuleren. Zo bestaat het gevangenisdorp in Haren uit een reeks van paviljoenen die elk een bepaald type van gedetineerden onderdak bieden. Dit creëert tegelijkertijd een vorm van kleinschaligheid. In Haren krijgen de gedetineerden ook meer autonomie en kunnen ze zich verplaatsen met badges. De nieuwe gevangenis in Antwerpen is gelijkaardig opgevat. Het is een interessante opbouw die meer comfort en vrijheid biedt, maar daar tegenover staat een grote aanpassing van het controlemodel. In alle gevangenissen voorzien we - naast een betere verwarming en koeling - ook veel meer eenpersoonscellen met eigen sanitair en televisie. Soms hebben de leefeenheden zelfs een gedeelde keuken. Daarnaast zorgen we voor meer ontspanningsruimtes, opleidingslokalen en werkateliers. Verder willen we inzetten op teleconferentieruimtes en zittingszalen, zodat de gedetineerden voor hun proces niet meer naar de gerechtsgebouwen en een online-gesprek met hun advocaten kunnen voeren.”
Bouwkroniek: Is het gemakkelijk om een consortium te vinden dat de bouw van een nieuwe gevangenis via de DBFM-formule wil realiseren?
Laurent Vrijdaghs: “De investeringskost van een gevangenis bedraagt 340 à 360 miljoen euro die de consortia zelf moeten financieren. Het is evident dat enkel de grote spelers dergelijke projecten aankunnen. Niettemin zijn er voor elke opdracht telkens wel vijf à zes kandidaten. Er is dus wel degelijk voldoende interesse. Wel is de toekenning enigszins gewijzigd. Vandaag geeft de laagste prijs niet meer de doorslag: die is goed voor 50% van de punten. De overige 50% wordt toegekend aan de architecturale uitwerking, de inpassing in de omgeving, het functioneren van de penitentiaire instelling en de toepassing van duurzame technieken. Dit kan uiteraard variëren van project tot project. Tot slot wil ik er nog op wijzen dat de realisatie van gevangenissen, detentiehuizen en forensisch psychiatrische centra steeds het resultaat is van een samenwerking tussen de klant - FOD Justitie, eventueel FOD Volksgezondheid en RIZIV -, de Regie der Gebouwen en de private partners.”
