Als abonnee heb je toegang tot alle artikels op BOUWKRONIEK.be

Regelgeving

Cassatie verduidelijkt buitengerechtelijke vervanging en matiging van vertragingsboetes

In een recent arrest (18 juni 2020, C.18.0357.N) verduidelijkt het Hof van Cassatie enkele belangrijke principes bij de buitengerechtelijke vervanging van de aannemer en de matiging van strafbedingen (in casu vertragingsboetes). Hoewel dit arrest is geveld in het kader van een private aannemingszaak, zijn de overwegingen van het Hof wellicht ook relevant voor overheidsopdrachten voor werken.

cassatie_100773188
Andrey Popov
Als een aannemer in gebreke blijft, heeft de bouwheer het recht zich door de rechter te laten machtigen om de aannemer te vervangen door een derde aannemer die de werken verder uitvoert. Dit noemt men de ‘gerechtelijke vervanging’. De meerkosten zijn dan voor rekening van de in gebreke gebleven aannemer. Geruime tijd wordt door de rechtspraak en literatuur ook aangenomen dat in bepaalde omstandigheden de bouwheer ook zonder voorafgaande machtiging kan overgaan tot vervanging van de aannemer. Dit noemt men de ‘buitengerechtelijke vervanging’.
 
Het Hof van Cassatie bevestigt met het recente arrest uitdrukkelijk de mogelijkheid om een aannemer eenzijdig en buitengerechtelijk te vervangen. Dit is volgens het Hof mogelijk in “in uitzonderlijke omstandigheden, zoals bij hoogdringendheid”. Dit gebeurt dan wel op eigen kosten en risico. De rechter heeft steeds de mogelijkheid om de buitengerechtelijke vervanging te toetsen. 
 
Het Hof van Cassatie oordeelde in het besproken arrest dat in geval van een onrechtmatige buitengerechtelijke vervanging de bouwheer de meerkosten ingevolge de vervanging niet kan verhalen op de aannemer. Interessant is dat het Hof van Cassatie hieraan toevoegt dat de aannemer wel gehouden is de bouwheer te vergoeden voor de schade die deze laatste heeft geleden door het in gebreke blijven van de aannemer. Dus ook al kan de aannemer de rechter overtuigen dat de buitengerechtelijke vervanging onrechtmatig is, wil dit niet zeggen dat de aannemer geen enkele rekening gepresenteerd zal krijgen.
 
De overheidsopdrachtenregelgeving kent de buitengerechtelijke vervanging evenzeer. Bij overheidsopdrachten heet dit de ‘opdracht voor rekening’, één van de drie verschillende ambtshalve maatregelen die een aanbestedende overheid kan nemen in geval van een in gebreke blijven van de aannemer. De meerkosten ingevolge de opdracht voor rekening zijn eveneens ten laste van de in gebreke gebleven aannemer. Verschil met private aanneming is dat de buitengerechtelijke vervanging bij overheidsopdrachten uitdrukkelijk in de regelgeving is ingeschreven.
 
Daarnaast verduidelijkt het Hof van Cassatie in zijn recente rechtspraak dat boetes die worden opgelegd naar aanleiding van de vertraging in de uitvoering van de werken verminderd kunnen worden wanneer de hoofdverbintenis (het tijdig uitvoeren van bepaalde werken) gedeeltelijk is uitgevoerd. Dit biedt bij overheidsopdrachten mogelijks in sommige gevallen een bijkomende grondslag voor aannemers om de teruggave van vertragingsboetes te vorderen, naast diegene reeds voorzien in de algemene uitvoeringsregels overheidsopdrachten.
 
Prof dr.  Mr. Steven Van Garsse, UHasselt/UAntwerpen en Mr. Simon Verhoeven,
Equator Advocaten Antwerpen/Brussel

 

Nieuwsbrief

Wens je op de hoogte te blijven van inzichten, projecten, trends en evoluties in de bouwsector? Schrijf je nu in blijf up-to-date!

Bouwprojecten