De ketting wordt strakker: strengere regels bij illegale tewerkstelling in de bouw
Sinds 1 januari 2026 zijn de regels inzake ketenaansprakelijkheid bij illegale tewerkstelling van zogenaamde derdelanders in de bouwsector in het Vlaams Gewest verstrengd. Voortaan is rekening te houden met een strikter aansprakelijkheidsregime en een uitgebreide zorgvuldigheidsplicht.
Ketenaansprakelijkheid houdt in dat elke schakel in de keten aansprakelijk kan worden gesteld bij illegale tewerkstelling. Die aansprakelijkheid gaat vrij ver. Ze geldt niet alleen voor de rechtstreekse werkgever, maar ook voor de opdrachtgever, voor de (hoofd)aannemer en voor de intermediaire aannemer.
Nieuw is dat een loutere schriftelijke verklaring van de rechtstreekse onderaannemer, waarin deze bevestigt geen illegale werknemers tewerk te stellen en geen zelfstandige activiteiten te laten verrichten door personen zonder geldige verblijfsvergunning, voortaan niet langer volstaat om aan aansprakelijkheid te ontsnappen. Zo geldt een zorgvuldigheidsplicht. Dit betekent dat men een aantal gegevens (actief) zal moeten opvragen.
Afhankelijk van de concrete tewerkstellingssituatie dienen telkens andere documenten te worden opgevraagd. Bij tewerkstelling door een Belgische onderneming dienen bijvoorbeeld een geldig paspoort of een gelijkgestelde reistitel, een bewijs van wettig verblijf in België, een geldige toelating tot arbeid of een beroepskaart, evenals een Dimona-aangifte te worden voorgelegd. Het volstaat evenwel niet om deze documenten louter op te vragen. Er moet ook met de vereiste zorgvuldigheid worden gehandeld, wat onder meer inhoudt dat wordt nagegaan of de documenten echt zijn en geen duidelijke tekenen van vervalsing vertonen en of de documenten nog binnen hun geldigheidsduur vallen. Deze documenten dienen vervolgens te worden bewaard tot vijf jaar na het einde van de samenwerking, voor eventuele controles door de Sociale Inspectie. Nu deze documenten persoonsgegevens bevatten, dient tevens rekening te worden gehouden met de bepalingen van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG).
De sancties op de tewerkstelling van onderdanen van derde landen buiten de Europese Unie die illegaal in het land verblijven, zijn bijzonder zwaar. Deze inbreuken worden bestraft met een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en/of een strafrechtelijke geldboete van 4.800 tot 48.000 euro, dan wel met een administratieve geldboete van 2.400 tot 24.000 euro. De geldboetes worden vermenigvuldigd met het aantal buitenlandse onderdanen waarop de inbreuk betrekking heeft. Het totaalbedrag mag evenwel niet hoger zijn dan honderd maal de maximale geldboete.
De Vlaamse Regering voorziet wel in een gedoogperiode van zes maanden na de inwerkingtreding van de nieuwe regeling op 1 januari 2026. Bedrijven worden niettemin geadviseerd om, voor zover nog niet in orde, hun interne processen versneld af te stemmen op de bijkomende zorgvuldigheidsplicht.
[1] De zorgvuldigheidsplicht is niet van toepassing wanneer de werken in de bouw minder dan 30.000 euro (excl. btw) bedragen én worden uitgevoerd door een aannemer zonder onderaannemer of de werken in de bouw- of schoonmaaksector minder dan 5.000 euro (excl. btw) bedragen én er slechts één onderaannemer is.
Prof dr. Steven Van Garsse, senior partner, hoogleraar UHasselt en UAntwerpen
Mr. Bahar Kemali, Associate bij EQTR Advocaten, 03 336 46 69