Als abonnee heb je toegang tot alle artikels op BOUWKRONIEK.be

Regelgeving

Nieuwe Europese aanbestedingsregels op komst: wat zijn de vooruitzichten voor de bouwsector?

Er lekte deze zomer een conceptvoorstel uit van de Europese Commissie dat de hele aanbestedingswereld door elkaar dreigt te schudden.

AdobeStock_138960972
©AdobeStock

Geen kleine update van een richtlijn, maar een complete hervorming: de drie bestaande aanbestedingsrichtlijnen (2014/24/EU, 2014/25/EU en 2014/23/EU) zouden worden vervangen door één rechtstreeks werkende Verordening Overheidsopdrachten. Voor de bouwsector is dit geen detail. Ruim 30% van de omzet in de sector wordt gegenereerd via overheidsopdrachten, waardoor de overheid een van de belangrijkste opdrachtgevers van de bouwsector is. Wij analyseerden het gelekte voorstel en lichten in deze bijdrage de meest opvallende hervormingen toe. 

Belangrijke kanttekening vooraf: het gaat om een gelekt ontwerpvoorstel, geen definitieve wetgeving. Het moet nog door het Europees Parlement en de Raad, en zal onderweg ongetwijfeld nog wijzigen. Maar de richting die de Europese Commissie uit wil, is duidelijk - en die richting is voor professionals in de bouwsector de moeite waard om nu al te volgen.

Volgens de Europese Commissie volstaat een beperkte herziening van de huidige aanbestedingsrichtlijnen niet langer. De bestaande regelgeving is versnipperd over drie afzonderlijke richtlijnen, wat heeft geleid tot uiteenlopende nationale omzettingen, meer complexiteit, rechtsonzekerheid en hogere administratieve lasten voor zowel aanbestedende overheden als ondernemingen. Om de regels te vereenvoudigen en de toepassing ervan binnen de Europese Unie te harmoniseren, stelt de Europese Commissie daarom voor om de drie richtlijnen – inclusief de concessierichtlijn – te vervangen door één rechtstreeks toepasselijke Europese verordening*(1). Op die manier wil zij één uniform regelgevend kader creëren, nationale verschillen ("gold-plating") vermijden, de rechtszekerheid vergroten en zorgen voor een gelijker speelveld voor ondernemingen in alle lidstaten.

Voor de bouwsector springen alvast de volgende mogelijk interessante wijzigingen in het oog.

Meer onderhandelingen, minder starre procedures

Het ontwerpvoorstel schaft de vertrouwde indeling van de plaatsingsprocedures af en vervangt deze door drie nieuwe plaatsingsprocedures. Een van de meest ingrijpende wijzigingen is dat de klassieke openbare procedure haar status als standaardprocedure verliest. In de plaats daarvan wil de Europese Commissie de open onderhandelingsprocedure als uitgangspunt invoeren. Daarnaast voorziet het ontwerpvoorstel in een vereenvoudigde dynamische procedure voor terugkerende aankopen van standaardproducten en een innovatieprocedure voor de ontwikkeling en verwerving van innovatieve oplossingen die nog niet op de markt beschikbaar zijn.

De laagste prijs is niet langer koning

De Europese Commissie wil af van de reflex om overheidsopdrachten hoofdzakelijk op prijs te gunnen. Het begrip economisch meest voordelige inschrijving zou plaats moeten maken voor de beste prijs-kwaliteitverhouding, waarbij kwalitatieve criteria voortaan het uitgangspunt zouden vormen. In principe moeten zij volgens het gelekt wetsvoorstel minstens 30% van de totale beoordeling uitmaken, en zelfs 50% voor arbeidsintensieve diensten. Een gunning uitsluitend op basis van de laagste prijs blijft wel mogelijk, maar enkel wanneer dit uitdrukkelijk wordt gemotiveerd* (2). Daarmee zet het voorstel duidelijk in op een grotere waardering van kwaliteit naast prijs.

"Buy European" doet zijn intrede

Een opvallende nieuwigheid is de introductie van een vorm van Europese voorkeur bij overheidsopdrachten. Aanbestedende overheden zouden in bepaalde gevallen Europese producten of ondernemingen mogen bevoordelen of de deelname van ondernemingen uit derde landen beperken. De Europese Commissie motiveert dit met de toenemende geopolitieke spanningen, de kwetsbaarheid van internationale toeleveringsketens en de noodzaak om de strategische autonomie van Europa te versterken. Voor Belgische ondernemingen kan dit positief uitvallen wanneer zij concurreren met ondernemingen van buiten de Europese Unie. Tegelijk zal nog moeten blijken hoe ver deze Europese voorkeur uiteindelijk zal reiken en hoe zij zich verhoudt tot de internationale handelsverdragen.

Wat nu? 

Het voorstel is nog lang geen definitieve wet. De onderhandelingen in het Europees Parlement en de Raad zullen ongetwijfeld nog tot wijzigingen leiden. Toch laat het gelekte document weinig twijfel over de richting die de Europese Commissie wil inslaan: minder nadruk op de laagste prijs, meer ruimte voor onderhandelingen en een sterkere Europese voorkeur. Voor de bouwsector zou dit wel eens de grootste hervorming van het Europese aanbestedingsrecht sinds 2014 kunnen betekenen. Wie vandaag regelmatig inschrijft op overheidsopdrachten, doet er goed aan de verdere evolutie van het wetgevingsproces van nabij op te volgen. Wij kunnen alvast meegeven dat de publicatie van het wetsvoorstel van de Europese Commissie wordt verwacht op 9 september 2026.  


*(1) Een richtlijn bepaalt enkel het te bereiken resultaat, terwijl de lidstaten zelf kunnen bepalen op welke wijze zij dat resultaat in hun nationale wetgeving omzetten. Een verordening daarentegen is rechtstreeks toepasselijk en bindend in alle lidstaten, zonder dat nationale omzettingswetgeving vereist is, waardoor de regels in elke lidstaat op dezelfde wijze worden toegepast.

*(2)  Enkel wanneer de kwaliteit van de uit te voeren werken, te leveren goederen of diensten voldoende kan worden gewaarborgd via de technische specificaties, de uitvoeringsvoorwaarden van de opdracht of een combinatie daarvan met gunningscriteria, mag de opdracht uitsluitend op basis van prijs worden gegund.


Nieuwsbrief

Wens je op de hoogte te blijven van inzichten, projecten, trends en evoluties in de bouwsector? Schrijf je nu in blijf up-to-date!

Bouwprojecten