Gebouwautomatisering: nieuwe Europese eisen op komst
Het energielandschap verandert heel snel: warmtepompen, elektrische voertuigen, hernieuwbare energieproductie … Om optimaal met deze situatie om te gaan, werken technische gebouwsystemen best zoveel mogelijk samen. Een slim en centraal systeem kan dan hun energieverbruik in kaart brengen, verliezen opsporen en hun werking optimaliseren. Ook de wetgeving, in Europa en in België, zet hierop in.
Europese regelgeving en focus op gebouwmodernisering
De Europese Richtlijn voor de energieprestatie van gebouwen 2024/1275 (Energy Performance of Buildings Directive of kortweg EPBD) behandelt heel wat eisen voor de energetische maatregelen in gebouwen. Sinds 2018 focust de richtlijn ook op de modernisering van gebouwen en de integratie van slimme technieken, zoals:
- het opsporen van technische problemen of energieverliezen
- het informeren en sensibiliseren van de gebouwgebruiker over zijn energieverbruik
- het detecteren en verhelpen van gebreken die een impact hebben op de levensduur van componenten.
Naast energiebesparingen ziet Europa ook economische voordelen die gebouwautomatisering kan opleveren door de verlenging van de levensduur van installaties en een efficiënter beheer van het elektriciteitsnetwerk en de opgewekte hernieuwbare energie. De vaststellingen gelden zowel voor nieuwe als voor bestaande gebouwen.
Eisen voor gebouwautomatisering: welke gebouwen, wat, wanneer?
De EPBD introduceert een aantal eisen voor gebouwautomatisering die stapsgewijs ingevoerd worden. Sinds 2025 zijn deze van toepassing op niet-residentiële gebouwen met grote technische installaties (vermogens groter dan 290 kW); vanaf 2030 gelden ze ook voor niet-residentiële gebouwen met kleinere installaties (vermogens vanaf 70 kW). In de gebouwen in kwestie moet in een gebouwautomatiseringssysteem (Building Automation & Control System of BACS) voorzien worden dat een aantal acties kan vervullen:
- energiemonitoring en controle: het energieverbruik permanent controleren, bijhouden, analyseren en bijsturen
- benchmarking en informatie: de energie-efficiëntie van installaties toetsen, efficiëntieverliezen opsporen en de installatieverantwoordelijke informeren
- compatibiliteit en interoperabiliteit: communicatie en interactie met verbonden systemen en andere apparaten in het gebouw mogelijk maken.
Daarnaast zullen er voor de gebouwen met grote installaties nog twee bijkomende eisen ingevoerd worden: ten laatste eind mei 2026 moet de binnenmilieukwaliteit (Indoor Environmental Quality of IEQ) gemonitord worden en ten laatste eind 2027 moet er een automatische lichtregeling (Lighting Control) geïnstalleerd zijn die reageert op basis van aanwezigheidsdetectie. Vanaf 2030 zullen beide eisen ook gelden voor niet-residentiële gebouwen met kleinere installaties.
Wat residentiële gebouwen betreft, zijn de eisen voor automatisering alleen van toepassing op nieuwe gebouwen of op gebouwen die een grondige renovatie ondergaan. Hierbij hoeft er geen specifiek systeem geplaatst te worden, maar moeten er in het gebouw wel in een aantal functies voorzien worden om in te spelen op het veranderende energielandschap. Deze kunnen doorgaans door een EMS (Energy Management System) vervuld worden:
- monitoring en informatie: een permanente elektronische opvolging van de efficiëntie en informatie aan de gebruiker in geval van afwijkingen en/of nood aan onderhoud
- controle: doeltreffende mogelijkheden om opwekking, distributie, opslag en gebruik van energie te optimaliseren
- interactie met het elektriciteitsnet: de mogelijkheid om het energieverbruik aan te passen op basis van externe signalen.
Wat betekent dit voor de Belgische gebouwen en installaties?
De Europese lidstaten zetten een Europese Richtlijn om in regelgeving. In België is dit een regionale bevoegdheid. De basiseis voor niet-residentiële gebouwen met installaties met hoge vermogens, namelijk de installatie van een gebouwautomatiseringssysteem, is de enige die al formeel omgezet is in elk van de gewesten.
De implementatie verschilt op dit moment licht van gewest tot gewest, voor verschillende aspecten:
- de geviseerde gebouwen: in Vlaanderen moeten alleen niet-residentiële gebouwen met installaties met een nominaal vermogen van meer dan 290 kW aan de eis voldoen. In Wallonië en Brussel is de eis ook van toepassing op gemengde gebouwen die zowel residentiële als niet-residentiële eenheden bevatten. Als meer dan 50 % van de vloeroppervlakte een niet-residentiële bestemming heeft, dan moet het gebouw aan de eis beantwoorden
- timing: in Vlaanderen en Wallonië moeten de gebouwen uiterlijk op 31 december 2025 in orde zijn met de eis; in Brussel werd de deadline van 1 januari 2025 vooropgesteld
- beschrijving van de eisen: in Vlaanderen zijn de verplichte eigenschappen letterlijk overgenomen uit de EPBD. In Brussel en Wallonië wordt verwezen naar de norm NBN EN ISO 52120-1:2021 (*) en moet de gebouwautomatisering voldoen aan klasse B van deze norm.
De norm NBN EN ISO 52120-1:2021 bevat een gestructureerde lijst van verschillende mogelijke slimme diensten in een gebouw en de mate waarin deze meer geavanceerde functies kunnen leveren (functionaliteitsniveaus). Via een classificatiesysteem wordt vastgelegd aan welke functies minimaal beantwoord moet worden om een bepaalde klasse te halen.
Opportuniteiten en noden
De Europese eisen rond gebouwautomatisering zullen eigenaars ertoe aanzetten om dergelijke systemen te ontdekken. Installateurs kunnen hen daarbij adviseren of oriënteren naar de meest zinvolle oplossingen. Tegelijk opent de aanwezigheid van de verplichte hard- en software ook een aantal opportuniteiten voor installateurs om aan hun klanten bijkomende betalende diensten rond opvolging, energieadvies en optimalisatie aan te bieden.
Verdere toelichting en bijstand, in de vorm van informatie, praktijkondersteuning, inspectierichtlijnen en eventueel training, is echter noodzakelijk. Zowel bij de gewesten zelf als bij Buildwise zijn er initiatieven aan de gang om de praktische implementatie van de eis te ondersteunen en de opportuniteiten maximaal te benutten – door de gebouwgebruikers én de bouwprofessionals.
(*) De regelgeving verwijst voor beide gewesten nog naar de norm NBN EN 15232. Deze norm werd ingetrokken en vervangen door de norm NBN EN ISO 52120-1. Inhoudelijk zijn beide normen quasi identiek.
Samenvatting van een artikel, verschenen op de pagina’s 24-25 van het Buildwise Magazine juli-
augustus 2025. Enkel het
originele Buildwise-artikel, opgesteld in het kader van de Technologische Dienstverlening C-Tech, gesubsidieerd door Innoviris, geldt als referentie.