Ondergrondse buffering van hemelwater: technieken, realisaties en beperkingen
Door de toenemende intensiteit van hevige regenbuien en de verdere verharding van de bodem zoeken bouwprofessionals naar innovatieve oplossingen om de steeds grotere hoeveelheden hemelwater op te vangen en te beheren.
Het aantal regenbuien neemt niet noodzakelijk toe, maar sommige buien zijn wel aanzienlijk intenser geworden. Waar vroeger vooral de geleidelijke overstroming van waterlopen de aandacht trok, vormen vandaag vooral overstromingen door oppervlakkige afstroming een groeiende bekommernis. Die zijn bovendien veel moeilijker te voorspellen. Zoals de bevoegde overheidsdiensten in de drie gewesten benadrukken, kunnen dergelijke overstromingen zich binnen enkele minuten ontwikkelen. Daardoor blijft het bijzonder moeilijk om precies te voorspellen waar en wanneer ze zullen optreden.
Een grote economische uitdaging
Overstromingen door oppervlakkige afstroming hebben een aanzienlijke economische impact. De uitgekeerde schadevergoedingen geven slechts een gedeeltelijk beeld van de problematiek. Vooral de sterke stijging van het aantal geopende schadedossiers maakt de omvang van het probleem duidelijk. In 2022 werden 3.511 dossiers geopend, in 2023 waren dat er al 5.745 en in 2024 liep het aantal op tot 12.473.
Hoewel deze cijfers betrekking hebben op verschillende soorten overstromingen, blijkt uit de toenemende aandacht voor afstromingsproblemen in gemeente- en provincieraden dat ze een steeds belangrijkere plaats innemen in het overstromingsbeleid. Provincieraden bestaan overigens nog in Wallonië, terwijl Vlaanderen dit bestuursniveau heeft hervormd.
Het geniale aan het Flageyproject? Het gebruik van een bufferzone die normaal voor een heel ander doel bestemd is.
Van enkele honderden tot duizenden kubieke meters buffercapaciteit
Door deze evolutie houden grootschalige ontwikkelingsprojecten steeds vaker rekening met het risico op wateroverlast. Dat geldt zowel voor verkavelingen als voor bedrijventerreinen.
Een voorbeeld is het Business Park Awans, waar Deschacht en Eloy vanaf 2024 samenwerkten aan een project voor vastgoedontwikkelaar Zabra Real Estate. Onder de wegen van de nieuwe bedrijvenzone werd een ondergronds bufferbekken met een capaciteit van 1.600 m³ aangelegd.
Het hemelwater wordt er opgevangen in een tiental grote reservoirs van gegalvaniseerd gegolfd staal, met diameters tussen 1,7 en 3 meter. Debietregelaars zorgen ervoor dat het opgeslagen water geleidelijk wordt afgevoerd.
Aanvankelijk was een uitvoering in beton voorzien, maar uiteindelijk viel de keuze op staal. Dat vereenvoudigde de uitvoering, verkortte de bouwtijd en drukte de kosten.
Bedrijventerreinen en verkavelingen als belangrijk toepassingsgebied
Ook kleinere buffervolumes bieden mogelijkheden. In Theux realiseerde AB Tech een hemelwaterbuffer voor een verkaveling met iets meer dan zestig percelen. De opslagcapaciteit bedraagt minder dan 200 m³. Het gaat om een waterdicht bufferbekken met een gereguleerde afvoer.
Naast AB Tech, onderdeel van de groep Joly, werkten ook Deschacht en het landmeterskantoor Maréchal en Baudinet aan het project mee. Het bedrijf Collinet uit Herstal stond in voor de productie van de filter- en regelputten in hogedichtheidspolyethyleen (HDPE).
Vergelijkbare buffercapaciteiten vinden we bij projecten van Wavin, onder meer op de industriële site van BLE in Willebroek. Dat bedrijf is gespecialiseerd in de herstelling van vaste en mobiele kranen.
In opdracht van industriebouwer Cuylaerts werd er een systeem voor hemelwaterbeheer aangelegd met modulaire AquaCell-kratten van Wavin. De fabrikant uit Temse combineerde infiltratie over een oppervlakte van 215 m² met een buffercapaciteit van 140 m³.
Rekening houden met de terreinomstandigheden
De werf in Willebroek bracht specifieke technische uitdagingen met zich mee. Het grondwater bevindt zich er op geringe diepte en het terrein moet zware voertuigen kunnen dragen.
Wavin kon aan die randvoorwaarden voldoen dankzij de beperkte hoogte van de infiltratiekratten, die slechts 40 centimeter bedraagt. Opvallend is ook de korte uitvoeringstijd: drie medewerkers van het grondwerkbedrijf hadden amper twee dagen nodig om de installatie te plaatsen, inclusief alle aansluitingen.
Ook DYKA biedt oplossingen voor hemelwaterbuffering op bedrijventerreinen. In Meerhout werd het Rainbox Cube Channel-systeem toegepast voor een opslagvolume van 215 m³. De installatie werd gecombineerd met bovengrondse wadi's en het Vacurain Flex-systeem, dat het hemelwater van de daken naar de buffervoorzieningen afvoert.
DYKA past dergelijke systemen ook toe bij verkavelingsprojecten. In Court-Saint-Etienne werkte het bedrijf mee aan de aanleg van een bufferbekken van ongeveer 1.200 m³ voor een verkaveling met een honderdtal woningen.
De gemeente stelde deze voorziening als voorwaarde voor de ontwikkeling. Het centrum van deze Waals-Brabantse gemeente kampt immers regelmatig met overstromingen door het buiten de oevers treden van de Dijle.
Voorbehandeling vóór infiltratie
Hemelwater voert vaak bladeren, zand en ander natuurlijk materiaal mee, maar kan ook verontreinigende stoffen bevatten. Afhankelijk van de herkomst van het water en het risico op vervuiling kunnen de bevoegde overheden daarom een voorbehandeling opleggen voordat het water in de bodem infiltreert.
Verschillende leveranciers bieden hiervoor specifieke oplossingen aan.
Bij ACO België kan een Sedised-C-bezinktank slib en sedimenten opvangen, terwijl een Oleosmart-C-afscheider koolwaterstoffen uit het water verwijdert.
DYKA voorziet bladvangers, zandvangers en filters vóór de buffervoorzieningen. Wavin werkt dan weer met een lamellenbezinkingssysteem in combinatie met hydrodynamische afscheiding om ook fijnere sedimentdeeltjes op te vangen.
Deze voorbehandeling verwijdert een deel van de ongewenste stoffen en materialen voordat het hemelwater in de bodem terechtkomt. Tegelijk vermindert ze het risico op dichtslibbing van de infiltratie- en buffervoorzieningen. De doeltreffendheid hangt af van de aanwezige verontreinigingen en de toegepaste zuiveringstechniek.
Het schoolvoorbeeld van het Flageyplein in Elsene
Bij grote infrastructuurprojecten, zoals die van CFE, gaat het om een heel andere schaal. De buffercapaciteit wordt er uitgedrukt in tienduizenden kubieke meters.
Een bekend voorbeeld is de ondergrondse waterbuffer onder het Flageyplein, in het hart van Elsene. De installatie heeft een capaciteit van 33.000 m³, verdeeld over twee delen van respectievelijk 15.000 en 18.000 m³. Daarnaast is er een bijkomende capaciteit van 7.000 m³ beschikbaar in een parkeergedeelte dat indien nodig als extra opvangruimte kan dienen.
Naast de uitzonderlijke opslagcapaciteit is ook de ligging bijzonder. De ondergrondse constructies bevinden zich gedeeltelijk op de plaats van de voormalige grote vijver van Elsene, die in de negentiende eeuw werd drooggelegd.
De uitvoering van deze omvangrijke werken nam meerdere jaren in beslag. Voor de werking van de installatie werden drie hoofdpompen met elk een capaciteit van 1 m³ per seconde geplaatst, aangevuld met twee secundaire pompen, twee gemotoriseerde afsluiters, een ventilatiesysteem en een noodstroomaggregaat.
Buffering als aanvulling op infiltratie
Latere evaluaties hebben het nut van dergelijke grootschalige installaties aangetoond. Toch blijven er technische en praktische aandachtspunten.
Vooral het onderhoud van ondergrondse bufferbekkens vormt een uitdaging. Daarnaast kunnen onverwachte obstakels, zoals beverdammen, de instroomopeningen blokkeren en de werking van de installaties verstoren.
Ook een grotere buffercapaciteit biedt op zichzelf geen volledige bescherming tegen overstromingen. De terreinomstandigheden kunnen de aanleg van grote reservoirs beperken en bij uitzonderlijke neerslaghoeveelheden kan alsnog wateroverlast ontstaan.
Dat blijkt onder meer uit een onderzoek in de omgeving van het Flageyplein, uitgevoerd in het kader van het Europese project Fairville. Ondanks de aanwezige infrastructuur werden er nog altijd gevallen vastgesteld waarbij kelders en zelfs gelijkvloerse verdiepingen door resterende wateroverlast werden getroffen.
Inspelen op de gevolgen van de klimaatverandering
Om het overstromingsrisico doeltreffend te beperken, kiezen de drie gewesten steeds nadrukkelijker voor een geïntegreerde aanpak.
Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest combineert binnen zijn Waterbeheerplan 2022-2027 en de strategie voor geïntegreerd hemelwaterbeheer (GiEP) infiltratie met tijdelijke buffering. Daarmee wil het de druk op het rioleringsnet verminderen.
In Wallonië voorzien de overstromingsrisicobeheerplannen 2022-2027 eveneens in een combinatie van maatregelen. De GISER-cel (Gestion intégrée Sol–Érosion–Ruissellement), die zich toelegt op geïntegreerd bodem-, erosie- en afstromingsbeheer, ondersteunt daarbij de aanleg van bufferbekkens, hagen en takkenbundels. Die moeten het afstromende water stroomopwaarts van woongebieden vertragen.
Ook Vlaanderen volgt deze geïntegreerde benadering, onder meer via de Blue Deal 2025-2029 en de Hemelwaterverordening.
De drie gewesten zullen hun aanpak de komende jaren verder moeten bijsturen om rekening te houden met de veranderende neerslagpatronen en de toenemende gevolgen van de klimaatverandering.