Als abonnee heb je toegang tot alle artikels op BOUWKRONIEK.be

Visie

Interview | Architect Piet Kerckhof over de toekomst in de bouw

Piet Kerckhof staat erom bekend geen blad voor de mond te nemen. Als vurige pleitbezorger van houtskelet- en CLT-bouw maakte hij vele vrienden, maar ook tal van vijanden. Dat stopt hem niet om te blijven vechten voor een duurzame sector. Hierbij gaat hij vandaag zelfs nog een stapje verder door te stellen dat we met zijn allen op biobased materialen moeten overschakelen.

296A7171
@Fotopia

Biobased materialen zullen de sector redden!

Bouwkroniek: “Waar komt de overstap naar biobased materialen vandaan?”

Piet Kerckhof: “Uiteindelijk is hout het beste voorbeeld van de biobased mogelijkheden. Waar het mij over gaat, is de intrinsieke circulariteit van dergelijke bouwmaterialen. De cirkel is al rond vanaf het moment dat je de grondstoffen oogst en heraanplant. Je hebt een gegarandeerde circulariteit, wat in schril contrast staat met andere materialen, zelfs wanneer er sterk op herbruikbaarheid wordt ingezet. Wie kan met zekerheid zeggen dat alle onderdelen van een circulaire woning over zestig jaar opnieuw zullen worden gebruikt? Of hoe vaak een tegel of plaat kan/zal worden gerecycleerd? Wie zal garant staan voor de kwaliteit van het gerecycleerde materiaal? Circulariteit is in mijn ogen een loos begrip zolang de cirkel niet is gesloten. Om de klimaatproblematiek op te lossen, moeten we deze NU sluiten en niet over zestig jaar. Vanuit die filosofie is biobased bouwen de enige juiste aanpak.”

Bouwkroniek: Wat bedoelt u precies met de cirkel sluiten?

Piet Kerckhof: “Bij het oogsten van gewassen of het kappen van bomen moeten er nieuwe exemplaren worden ingezaaid of geplant. Op die manier is er meteen de garantie dat deze grondstoffen over x aantal tijd terug voorradig zullen zijn. Daarenboven zullen de gewassen en bomen tijdens de groeicyclus CO2 opnemen en zuurstof afgeven. Stel nu dat een boom twintig jaar nodig heeft om kapklaar te zijn. Wanneer je met dat hout een woning bouwt die tachtig jaar meegaat, dan zullen er gedurende deze levenscyclus al drie extra bomen zijn aangeplant. Natuurlijk vereist dit wel enige controle, zoals het PEFC en FSC-label bij hout. Een extra voorwaarde is dat we lokale bomen en gewassen gebruiken. Het milieu wint er niks bij als we dergelijke materialen uit pakweg China gaan importeren. Een extra voordeel is dat de materialen met een minimum aan energie bouwklaar worden gemaakt. ‘Van boom tot plank’ is een proces dat bitter weinig energie vereist, wat in schril contrast staat met ‘van kleiput tot gevelsteen’. Bovendien wordt tijdens de productie geen afval gegenereerd: schors, houtsnippers, overschotten bij verzagen kunnen als grondstof voor andere biobased materialen dienen. Of als biomassa om het productieproces te verwarmen. Het zogenaamde productie-afval wordt verder verwerkt in plaatmateriaal.” 

Bouwkroniek: Is er in Europa wel genoeg hout beschikbaar?

Piet Kerckhof: “Wanneer we alle hout van alle Europese lidstaten samentellen, komen we aan een staande houtvoorraad van om en bij de 22,5 miljard m³, met een jaarlijkse toename van 760 miljoen m³. In de houtsector wordt trouwens op lange termijn gedacht omdat iedereen weet dat een boom gemiddeld twintig jaar nodig heeft om kapklaar te zijn. Vandaar dat er nog steeds gronden worden bijgekocht om bossen aan te planten. Bovendien wordt momenteel nog maar 60% van de jaarlijkse aangroei gebruikt, dus is er nog wat marge.”

Bouwkroniek: Die marge lijkt relatief als de sector massaal naar houtskelet- of CLT-bouw overschakelt?

Piet Kerckhof: “De realiteit is dat het meeste hout naar de papier/kartonsector gaat. Het is de logica zelve dat daar meer recyclaat zou worden aangewend. En dan spreek ik niet alleen over gebruikt product, maar ook over restanten van hout of hout dat al eerder een andere toepassing kreeg. De ‘edele’ toepassingen – waaronder houtbouw – zouden op die manier qua bevoorrading prioriteit moeten krijgen. En dit zou ertoe leiden dat het potentieel om met Europees hout te bouwen, exponentieel toeneemt.”

Bouwkroniek: Maar wat met gewassen? Vormt het telen van grondstoffen voor biobased bouwmaterialen geen gevaar voor de voedselproductie?

Piet Kerckhof: “Met deze vraag komen we op een groot struikelblok in dit verhaal: enkel een sectoroverschrijdende aanpak kan tot resultaat leiden. En daar botsen we – zeker in België – op machtige instanties zoals de Boerenbond. Om de planeet te redden, zullen we sowieso met zijn allen minder vlees moeten gaan eten. Dit betekent dat er meer land ter beschikking zal komen én dat boeren naar landbouwers zullen evolueren, liefst niet in de traditionele zin van het woord. Op de vrijgekomen weides kunnen ze aan ‘agroforestery’ doen: het zaaien van gewassen zoals hennep, vlas en graangewassen voor stro in combinatie met het aanplanten van bomen. In het buitenland zien we al voorbeelden die de voordelen demonstreren: er ontstaat een microklimaat waardoor de gewassen minder wind vangen en niet verbranden onder de zon. En een optimale combinatie van gewassen kan leiden tot minder gebruik van pesticiden. In deze context kunnen we zelfs in de tijd terugkeren. Doorheen de jaren werden tarwesoorten met korte stengels ontwikkeld, dit om de hoeveelheid stro in te dijken én het risico op schade door wind en vrieskou te beperken. Maar als bouwmateriaal zijn die langere stengels eigenlijk veel beter omdat de productie op die manier toeneemt.”

296A7255
© Fotopia

Bouwkroniek: We worden met extreme veranderingen in het klimaat geconfronteerd, waardoor oogsten steeds vaker mislukken of toch minder opbrengen. Hoe rijmt u dit aan uw verhaal van biobased materialen?

Piet Kerckhof: “Eerst en vooral zijn deze grondstoffen minder gevoelig aan extreme weersomstandigheden dan gewassen voor menselijke voeding. Daarnaast speelt het voordeel van inherente circulariteit: bij een mislukte oogst in gebied A zullen grondstoffen uit gebied B beschikbaar zijn. Deze zullen misschien iets duurder zijn omwille van de tijdelijke schaarste, maar dat zal niet te vergelijken zijn met de prijsstijgingen die we nu  meemaken door Covid-19 en de oorlog in Oekraïne. Bovendien is het mogelijk om de gewassen meteen – of toch na de winter – terug te zaaien. Dat is een totaal andere situatie dan bij de traditionele materialen. Wanneer de kleiputten leeg zijn, dan blijven ze leeg. Hetzelfde geldt zand- en cementwinning: dit worden schaarse materialen. Last but not least: biobased materialen zijn onderling inwisselbaar. Als de vlasoogst mislukt, dan kan pakweg houtvezel als isolatie worden gebruikt. Het aanbod is dermate uitgebreid dat prijsstijgingen door tegenvallende oogsten heel erg beheersbaar zullen blijven.”

Bouwkroniek: Vraagt de toepassing van biobased materialen geen andere vaardigheden en kennis van de aannemers en hun arbeiders?

Piet Kerckhof: “Natuurlijk heeft het gebruik van deze materialen een impact op de stabiliteit, verbindingen, technieken… van een pand. Dit is de grootste bottleneck om van biobased bouwen eerder regel dan uitzondering te maken. Of moet ik zeggen: het feit dat het onderwijs hopeloos achterop hinkt? Zowel architectuur- als technische opleidingen zijn nog steeds op de traditionele bouw gefocust en besteden quasi geen aandacht aan biobased materialen. Zelfs opleidingscentra voor bouwvakkers blijven zweren bij de gekende bouwtechnieken. Het hele onderwijssysteem zit vast in de greep van de lobbymachines die de mainstream producenten jaren geleden hebben opgezet. Helaas strekt de invloed van deze grote jongens erg ver: zij zorgen ervoor dat heel wat onderzoek en initiatieven om alternatief te bouwen, in de kiem worden gesmoord. Ik ben er echter van overtuigd dat deze ‘gijzeling’ als een boemerang in hun gezicht zal terechtkomen. Binnen onafzienbare tijd zullen bouwbedrijven die traditionele materialen produceren of gebruiken, het erg moeilijk krijgen om te overleven. We zien nu al dat de recente prijsstijgingen zich handhaven, terwijl de tarieven van hout al bijna terug op het peil van 2020 zijn en de andere biobased materialen opeens concurrentieel zijn geworden.”

Bouwkroniek: Maar het gebrek aan opleidingen blijft toch een probleem?

Piet Kerckhof: “Op zich valt dit relatief gemakkelijk op te vangen, toch wat de arbeiders betreft. Natuurlijk zal een metser zonder bijscholing niet in staat zijn om een huis in CLT op te trekken. Maar dergelijke opleidingen bestaan wel al. Daarnaast is er op het vlak van afwerking weinig tot geen verschil tussen het aanbrengen van een isolatiepaneel op basis van houtvezels of een exemplaar met rotswol. Het knooppunt zit vooral in de ontwerp- en voorbereidingsfase die een totaal andere aanpak vereist. Vooral de uitvoeringsdossiers moeten veel en veel nauwkeuriger worden opgemaakt. En dan spreken we niet alleen over zaken als stabiliteit, akoestiek en brandveiligheid, maar ook - en vooral - over een gedetailleerde berekening van alle openingen voor technieken. Het komt erop neer dat het gebouw volledig en in detail virtueel moet worden gebouwd. En zelfs dat is niet zo’n groot probleem, aangezien dit intussen in tal van – ook traditionele – projecten gebeurt. Alleen spreken we dan over de grotere jongens… Voor de kleinere aannemers – nog steeds 90% van het aantal bedrijven in de sector – is dat digitale gebeuren nog steeds een ver van hun bed show. Terwijl precies deze spelers een grote rol zullen spelen in het behalen van de 2030-doelstellingen met nieuwbouw woningen en totaalrenovaties van bestaande panden.”  

Bouwkroniek: Welke oplossing ziet u? 

Piet Kerckhof: “We moeten naar een situatie waarbij het project wordt uitgetekend als een soort van Ikea-pakket, zodat de aannemer enkel maar de onderdelen moet uitpakken en volgens het bijgeleverde plan monteren. Volgens mij liggen daar enorme opportuniteiten voor de architecten- en studiebureaus. Daarnaast moesten we in elk project – zelfs van gewone woningen -  inzetten op het werken in bouwteam. Aannemers zien ons, architecten, wel eens al een noodzakelijk kwaad die ze er dankzij de Belgische wetgeving maar moeten bijnemen. Aannemers doen er alles aan om de taak van de architect zo vroeg als mogelijk in het bouwproces overbodig te maken, of met andere woorden de architect aan de kant te schuiven. Toegegeven, ook veel architectenbureaus zijn nog niet met de materie van biobased bouwen vertrouwd. Precies daarom is een krachtenbundeling binnen een bouwteam zo belangrijk: het is gemakkelijker om de puzzel met meerdere partijen te leggen. Daarbij moeten architecten weliswaar meer oplossingsgericht denken, want veel partijen zijn nog vastgeroest in de traditionele manier van werken. Natuurlijk komen we hier ook weer bij BIM en digital twins uit. Dit moet sowieso de basis zijn om biobased te bouwen, zonder zal het niet lukken. En last not least: schakel experts in! Vraag niet aan de dakwerker welke PV-panelen het best geschikt zijn, maar aan een deskundige van alternatieve energie. De opdrachtgever dient te beseffen dat er slechts één onafhankelijke partner in het bouwproces is, en dit is de architect. Hij/zij verdient het respect van vroeger terug te krijgen.”

Bouwkroniek: U stelt dat bouwen met biobased materialen de bouwsector zal redden. Wat bedoelt u daar precies mee? 

Piet Kerckhof: “Mensen die vandaag willen (ver)bouwen, kiezen steeds vaker voor alternatieve materialen. Je mag de modale burger niet onderschatten: vooral jongeren weten heel goed wat er vandaag op de markt beschikbaar is. Helaas hebben zij meestal niet de centen om in een nieuwbouw of totaalrenovatie te investeren. De vijftigplussers delen deze interesse en hebben wel het geld. Omdat de kinderen het huis uit zijn, willen ze downsizen en voor de volgende 20 à 30 jaar ‘gerust’ zijn als het over hun thuis gaat. Daarom kiezen ze alsmaar vaker voor een kleinere en duurzame nieuwbouw die ze als ‘erfenis’ aan hun kinderen willen schenken. Het is deze categorie kopers die de bouw doorheen de volgende jaren zal helpen. Daarna zullen de 35-50 jarigen met hun grote villa wel volgen. Deze winter was al een mooie oogopener: dergelijke kasten vallen niet meer te verwarmen, zelfs niet voor mensen met een goed inkomen. Hopelijk beseffen de banken snel dat biobased bouwen essentieel is om de 2030-doelstellingen te halen zodat ze hun kredieten afstemmen op het behoud van vastgoedwaarde eerder dan op de huidige bouwkost. Want dit is nodig opdat ook de jongeren voor de bouw of totaalrenovatie van een woning zouden  kunnen lenen.”

Bouwkroniek: Staat er niet nog een hindernis in de weg? Het geitenwollensokkenimago van biobased bouwen?

Piet Kerckhof: “Dat imago bestaat inderdaad, maar is volkomen onterecht. Woningen in biobased materialen kunnen perfect een hedendaagse en strakke afwerking krijgen. Je  merkt gewoonweg niet het verschil met een traditionele bouw! Graag maak ik meteen komaf met nog enkele andere misvattingen. Houten structuren zijn brandveiliger dan constructies in baksteen, beton of staal. Massief hout is immers brandvertragend en sterk voorspelbaar, wat niet het geval is bij staal of beton. Ook is de levensduur van een biobased gebouw even lang of zelfs langer dan een traditionele woning. Ter illustratie: de oudste houten tempel vind je in Japen. Die is minstens 700 jaar oud en ziet er nog steeds als nieuw uit.” 

Bouwkroniek: Wat moet er volgens u nog veranderen?

Piet Kerckhof: “De attitude van de aannemers: zij moeten stoppen met zich aan de traditionele materialen en processen vast te klampen. Biobased materialen zijn ontegensprekelijk de toekomst. Wie nu niet op deze trein springt, riskeert zijn business binnen enkele jaren teloor te zien gaan. Alle aannemers – groot en klein - moeten op zoek naar manieren om hun personeel bij te scholen, BIM te integreren en hun business model geleidelijk aan te passen. Eenvoudig is dat zeker niet, dat begrijp ik ook wel. Een Willy Naessens die morgen opeens zegt: ‘nu gaan we in hout bouwen’. Dat zou mooi zijn, maar het zal jaren duren vooraleer hij eenzelfde niveau haalt als met zijn beton. Toch ben ik hoopvol, want enkele grote aannemersbedrijven zijn intussen wel bezig met het opzetten van een CLT-poot. Klein beginnen en expertise opbouwen naast de activiteit waarin ze groot zijn geworden: het is volgens mij de perfecte manier om de overschakeling te maken.”

Bouwkroniek: Ik veronderstel dat ook de overheid een duit in het zakje zal moeten doen?

Piet Kerckhof: “Inderdaad… daar is nog heel wat werk aan de winkel. Een eerste belangrijke stap die kan worden genomen, is de aanpassing van de reglementering inzake de   emissierechten. Sinds 2019 krijgt de chemiesector van de Vlaamse overheid twintig miljoen euro subsidies per jaar om hun productieprocessen om te bouwen zodat deze CO2 uit de lucht zouden halen. Dit terwijl een boom dat gratis doet! Als we voor dat budget nu gewoon eens bossen zouden aanplanten op land dat niet wordt benut, zoals de stroken langs de autosnelwegen? Of de landbouwers subsidiëren om aan agroforesterie te doen? Of burgers die biobased bouwen het recht geven om emissierechten te verkopen? Er zijn zoveel mogelijkheden…. Het probleem is echter dat daarvoor veel partijen tot een akkoord moeten komen, wat in België helaas geen evidentie is. Niettemin blijven we hoopvol dat ons land vroeg of laat de juiste weg in slaat. Het zal wel moeten als we aan de vereisten van 2030 zullen willen voldoen!”

Nieuwsbrief

Wens je op de hoogte te blijven van inzichten, projecten, trends en evoluties in de bouwsector? Schrijf je nu in blijf up-to-date!

Bouwprojecten