Hoe staat het met de energietransitie?
Een nieuwe kapitein aan het roer gaat meestal gepaard met een frisse wind in de zeilen. Toch wil general manager Bram De Wispelaere de werking van EnergyVille niet meteen drastisch veranderen. Wel rondde hij intussen, samen met zijn managementteam, een strategische denkoefening af in het kader van het nieuwe convenant dat de organisatie in 2026 met de overheid wil afsluiten. De rode draad daarin blijft de zoektocht naar manieren om de energietransitie te faciliteren en te optimaliseren. Vraag is natuurlijk hoe Bram De Wispelaere het energielandschap en de innovatie daarin verder ziet evolueren, en welke consequenties en opportuniteiten dit voor de bouwsector zal hebben.
Bouwkroniek: Waarom wilde u general manager van EnergyVille worden?
Bram De Wispelaere: “De strijd tegen de klimaatverandering was lange tijd een topprioriteit van politici, bedrijven en ook de burgers - met het akkoord van Parijs in 2015 om de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen drastisch te verminderen als hoogtepunt. Een noodzakelijkheid, want de impact op ons dagelijks leven is niet verwaarloosbaar. De waterbom die Wallonië in 2021 te verduren kreeg, is een sprekend voorbeeld dat ons met de neus op de feiten heeft gedrukt. Maar ook op andere – misschien minder duidelijke – manieren speelt de klimaatverandering ons parten. Denk maar aan de sterk stijgende prijzen van bepaalde etenswaren door mislukte oogsten, de zware branden die in de zomer het zuiden teisteren, de toenemende immigratie… Het is een bezorgdheid dat de klimaatkwestie door de huidige geopolitieke context enigszins op de achtergrond is verdwenen. De focus ligt nu eerder op ‘hoe blijven we veilig’ en ‘hoe houden we in deze onstabiele tijden onze economie welvarend?’. Logisch, maar we mogen niet uit het oog verliezen dat de reductie van onze CO2-afdruk even belangrijk is en blijft. De energietransitie speelt daarin een cruciale rol én formuleert tegelijkertijd een essentiële oplossing voor de huidige geopolitieke dreigingen. België – en bij uitbreiding heel Europa – moet onafhankelijk van olie en gas worden om haar economie op middellange termijn veilig te stellen. EnergyVille is in dat verhaal een belangrijke speler, precies omdat onze missie erin bestaat deze uitdaging op een innovatieve manier te benaderen en oplossingen aan het beleid, de industrie en de gezinnen te bieden. Dat ik deze maatschappelijk uiterst relevante uitdaging in goede banen mag leiden, is daarom een hele eer.”
Bouwkroniek: Wat wilt u met EnergyVille precies bereiken?
Bram De Wispelaere: “Dat de energiebevoorrading in ons land betrouwbaar en betaalbaar blijft, zelfs onder de dreiging van een oorlog. Maar ook dat we blijven streven naar een duurzamere maatschappij waarin de industrie haar plaats kan behouden. Volgens mij is een betere benutting van de lokale bronnen – inclusief energie – de beste manier om onze levensstandaard op peil te houden zonder dat de planeet daaronder moet lijden. Door binnen EnergyVille de competenties en kennis van KU Leuven, VITO, imec en UHasselt te bundelen, hebben we een sterk instrument om nieuwe oplossingen te zoeken én de maatschappij in haar totaliteit – dus ook de bedrijven – bij te staan in een energietransitie die reële ‘winst’ voor iedereen oplevert. Gezien de vele ecologische rampen én de geopolitieke situatie zullen we op deze vlakken nog een tandje moeten bijsteken, want het is echt vijf voor twaalf.”
Bouwkroniek: Wat moet er dan precies gebeuren?
Bram De Wispelaere: “Als maatschappij moeten we verder inzetten op de isolatie van ons patrimonium en elektrificatie als alternatief voor stookolie, benzine en gas. Hierbij is ‘systeemdenken’ en ‘strategische alignering’ aan de orde zodat de bronnen beter worden ingezet en alle betrokken partijen een team vormen. Vandaag beschikt EnergyVille over een schatkist aan oplossingen die nu op erg korte termijn op brede schaal in de markt moeten worden gezet. In eerste instantie willen we ons op de aannemers focussen: de bedrijven laten kennismaken met de nieuwe oplossingen en ze de nodige mogelijkheden geven om ermee te experimenteren en uit te testen, alsook hun uitvoeringsprocessen en kennis bij te schaven. Daarnaast willen we meehelpen aan de R&D van de spelers in de bouwmarkt door ze testfaciliteiten, analyses en advies te bezorgen.”
Bouwkroniek: Is er op dit vlak dan nog zoveel werk aan de winkel? Zijn de nieuwe oplossingen niet algemeen gekend?
Bram De Wispelaere: “We zijn in België heel veel met energetische innovatie bezig – we behoren zelfs tot de koplopers in Europa. Onze sterkte is dat de kenniscentra niet vanuit hun ivoren toren blijven werken, maar het onderzoek in nauwe samenwerking met bedrijven doen. Ook focust de R&D van onze ondernemingen zich sterk op energie en duurzaamheid in het algemeen. Toch merken we nog heel wat weerstand tegen een algemene implementatie van de oplossingen. De relatief lage kostprijs van de fossiele energiebronnen ten opzichte van elektriciteit blijft vandaag stokken in de wielen steken. Het investeringssignaal is er simpelweg nog niet. Zelfs openbare aanbestedingen, waar het zwaartepunt meestal op kostprijs ligt, leiden nog te weinig naar alternatieve energiebevoorrading en innovatieve bouwtechnieken. Veel promotoren en bouwheren blijven dan ook voor de traditionele ‘goedkoopste’ oplossing kiezen. 2030 is over minder dan vier jaar… Als Europa haar klimaatambities en energieonafhankelijkheid wil waarmaken, maar ook haar industriële competitiviteit wil behouden, zullen er nog drastische keuzes moeten worden gemaakt. EnergyVille ondersteunt beleidsmakers in die keuzes om eventueel nog striktere eisen te stellen of financiële ondersteuning te voorzien. Dit door inzicht te geven in de mogelijke technologische oplossingen, hoe die in verschillende scenario’s kunnen worden ingezet en wat het resultaat daarvan kan zijn.”
Bouwkroniek: Kan je een energietransitie forceren?
Bram De Wispelaere: “Dit zijn politieke keuzes, zoals het vraagstuk of je een fietshelm moet verplichten of niet. Ik ben geen voorstander van veel ‘moeten’ en regelgeving. Wel dat de condities om de juiste keuzes te maken voor klimaatneutrale oplossingen vanzelfsprekend zijn. Een ‘show, don’t tell’-aanpak dus. Het is een kwestie van de oplossingen te tonen en de betrokkenen te laten inzien dat deze economisch rendabel zijn. Concreet kan dit volgens mij door een betere communicatie van reële en realistische succesverhalen, zodat bedrijven én burgers beseffen dat de energietransitie wel degelijk een winst op langere termijn oplevert en het dus echt wel nuttig is om in de nieuwe oplossingen te investeren. Vandaag zijn er genoeg positieve voorbeelden en analyses die dat bewijzen. Genoeg materiaal dus voor beleidsmakers om keuzes te maken tussen enerzijds ‘verplichting’ om de energietransitie versneld door te voeren, en anderzijds informatieverstrekking zodat het ‘moeten’ geleidelijk aan plaatsmaakt voor het besef dat de nieuwe energetische realiteit gewoonweg beter is: voor de planeet, voor de industrie en voor onze levensstandaard.”
Bouwkroniek: Zijn striktere regels en subsidies de enige tools voor de overheid om de energietransitie te versnellen?
Bram De Wispelaere: “Helemaal niet! Zoals al eerder aangegeven, is er momenteel nog een hiaat in de openbare aanbestedingen. Als daar meer op duurzaamheid wordt ingezet, zetten we al een flinke stap in de juiste richting. Daarnaast kunnen de overheden op lokaal niveau innovatieve concepten voor energietransitie steunen. Zo is EnergyVille-partner VITO momenteel bezig met een project in Genk waarbij sociale en erfgoedwoningen worden gerenoveerd. Dit oPEN Lab-project laat zien dat het mogelijk is om bestaande gebouwen en buurten aan te passen en tegelijk een positieve impact op de samenleving te creëren. Wat we uit dit project leren, kan bovendien worden gebruikt om op grote schaal soortgelijke renovaties uit te voeren. Dergelijke initiatieven vallen in theorie vrij eenvoudig in heel Vlaanderen uit te rollen. Alleen vormt de wetgeving soms nog een obstakel. Eigenlijk gaat het voornamelijk over het delen van data: wie kan/mag dat beheren? Wie zal wat factureren? Alhoewel ik denk dat we op dit vlak niet zover meer van een doorbraak staan nu de installatie van slimme meters bijna klaar is. Want dat is natuurlijk het startpunt om de energietransitie concreet te realiseren. Vandaag worden de overmatige productie van zonne-energie en administratieve kosten voor het uitwisselen van energie aangerekend door de energieleveranciers. Dat zijn problemen die uit de regelgeving voortkomen. Ook daar kunnen we vanuit EnergyVille de beleidsmakers en reguleringsinstanties ondersteunen in hun innovatie en invoering van nieuwe marktmodellen.”
Bouwkroniek: Welke uitdagingen gaan er nog met de energietransitie gepaard?
Bram De Wispelaere: “Een grote aanpassing die eraan komt, is dat mensen en bedrijven energie zullen moeten consumeren of opslaan op het moment dat deze beschikbaar is. Vandaag laten we op dit vlak nog heel veel centen liggen… Zo worden bijvoorbeeld windmolens op herfst- en lentedagen, wanneer de temperatuur zakt, stilgelegd omdat ze te veel elektriciteit in het systeem steken. Dit terwijl huishoudens precies dan hun aardgasverwarming terug aanzetten en de elektriciteit op dat moment aan 0 euro per MWh wordt verkocht. Om hierop te kunnen inspelen, moeten we veel slimmer van het aanbod aan goedkope elektriciteit gebruik maken. De verandering omvat trouwens veel meer dan de huishoudtoestellen gebruiken wanneer jouw app dit aangeeft. Er is een uitgebreider waaier aan oplossingen nodig, zoals het gebruik van de autobatterijen – die overdag door de PV-panelen van het bedrijf werden opgeladen – om ’s avonds pakweg te koken. Of omgekeerd: ze ’s nachts opladen om ze ‘s ochtends te gebruiken voor een zo goedkoop mogelijke energetische opstart van de machines in de fabriek of het kantoor. Ik denk dat ‘Energy Management Systemen’ (EMS) zich daarvoor uitermate goed zullen lenen en zowel in bedrijven als bij gezinnen in belang zullen toenemen. Eenmaal we die stap naar meer data en sturing hebben gezet, kunnen we misschien overstappen op een ander marktmodel waar ‘energy-as-a-service’ als een vaste kost wordt aangerekend - zoals dat vandaag ook voor telecomdiensten gebeurt – in plaats van de complexe en onvoorspelbare energietarieven die we nu hanteren. We moeten er wel voor zorgen dat dit veilig gebeurt, wat betekent er voldoende aandacht naar cybersecurity moet gaan. Hacking kan immers verregaande gevolgen hebben in een maatschappij waar energie digitaal wordt gestuurd. Alle toestellen en energiemanagementsystemen verzamelen data die in de cloud worden opgeslagen en gebruikt om de energiebevoorrading zo goed mogelijk te optimaliseren. Nu we in een transitiefase zitten, mogen we zeker de kans niet laten liggen om deze ‘secure-by-design’ te maken.”
Bouwkroniek: Is het geen tegenstrijdigheid dat we naar een data-gedreven energieconsumptie gaan terwijl het algemeen is geweten dat datacenters zelf een gigantische hoeveelheid energie verbruiken?
Bram De Wispelaere: “Dataopslag en -uitwisselen vereist inderdaad ontzettend veel energie die momenteel nog vaak op traditionele manier wordt opgewekt. Maar datacenters zijn volop bezig met onderzoek naar manieren om zelf energie te produceren en minder te verbruiken. De toekomst zal ook nieuwe technologieën brengen. Een weinig gekende piste die door EnergyVille wordt ontwikkeld, is het opvangen van CO2 om er vervolgens opnieuw basismoleculen voor de chemische industrie van te maken, zoals waterstof, koolstofmonoxide, ethyleen, ammoniak… Deze techniek staat al grotendeels op punt én we willen ze op korte termijn demonstreren. Datacenters stellen nog meer op scherp dat we bij de energietransitie niet enkel aan elektriciteit moeten denken. Zij moeten immers ook worden gekoeld. Daarom dienen we zeker ook te werken aan oplossingen voor het delen van warmte en koude. In eerste instantie vooral tussen industriële bedrijven, maar op termijn ook tussen datacenters, fabrieken en woningen, want dit zal voor enorme energetische winsten zorgen. Wat als een paal boven water staat, is dat elke oplossing data, technologie en artificiële intelligentie nodig heeft. Digitalisatie zal als een rode draad doorheen de energietransitie lopen.”
Bouwkroniek: U vertelde daarnet al dat EnergyVille aannemers wil helpen met de adoptie en toepassing van nieuwe technieken. Kan u dat verduidelijken?
Bram De Wispelaere: “Thor Park is één grote proeftuin waar we de energietransitie in echte omstandigheden kunnen testen. Dit jaar openen we een modulair onderzoeksgebouw met woonunits, rijhuizen, driegevelwoningen en flats. Daar kunnen onderzoekers en bedrijven technieken op het vlak van circulariteit, hernieuwbare energie, slimme sturing en waterbeheer in realistische omstandigheden testen. Daarnaast hebben we twee identieke lab-woningen die een levensechte testomgeving vormen. Ze laten toe om oplossingen voor de gebouwschil, HVAC, binnenluchtkwaliteit, energiesystemen/management te testen en te demonstreren, zelfs met robotica. Nog een ander voorbeeld: er zijn vandaag bakstenen op de markt die met een meer energiezuinig proces worden geproduceerd. Maar deze zijn wat kleiner dan de traditionele bakstenen, wat aannemers misschien afschrikt om ze te gebruiken. Wel, deze partijen kunnen hier een huis komen bouwen met die ‘low carbon’ bakstenen om er voeling mee te krijgen. Op korte termijn willen we ons met EnergyVille sterk focussen op de verdere ontwikkeling van energiemanagementsystemen waarmee de stap naar klimaat-neutrale wijken, districten en steden kan worden gezet. Een ander aandachtspunt is het uitdenken van nieuwe commerciële modellen en ‘slimme’ systemen die ervoor zorgen dat het distributienetwerk maar in beperkte mate moet worden uitgebreid om met de elektrificatie van transport en warmte te kunnen omgaan. Want ook dat is momenteel een grote barrière in de energietransitie: vandaag hebben we in België onvoldoende infrastructuur om alle wind- en zonne-energie te transporteren en/of op te slaan.”
Bouwkroniek: Nieuwe bazen betekenen meestal andere wetten. Bent u van plan veel veranderingen binnen EnergyVille door te voeren?
Bram De Wispelaere: “Ik ben opgegroeid met het tv-programma ‘Alles kan beter’ en dat is altijd mijn levensmotto gebleven. Mijn missie is vooral de opgebouwde kennis en expertise nog beter te benutten en naar buiten te brengen. Ik vind het persoonlijk een mooi verhaal dat we bij EnergyVille studenten niet alleen tot onderzoekers opleiden, maar ook tot ceo’s die met hun innovatieve oplossingen in hun eigen bedrijf aan de slag gaan. Daarnaast hoop ik initiatieven te kunnen ontwikkelen die onze industrie motiveren om in België te blijven. Last but not least wil ik werken aan een betere communicatie zodat bedrijven, overheden en burgers begrijpen dat het energielandschap van de toekomst betrouwbaarder, goedkoper en duurzamer is voor iedereen. Voor mensen, bedrijven en de planeet.”
Bouwkroniek: Hebt u nog een boodschap voor onze lezers?
Bram De Wispelaere: “Ik wil bouwbedrijven aanmoedigen om nog meer de kaart van innovatie te trekken. Kom naar EnergyVille om uw ontwikkelingen en producten te testen! Verder ben ik een grote voorstander van bouwteams. Architecten, aannemers en techniekers moeten hun krachten bundelen en al in de voorbereidende fase zorgvuldig over het energetische aspect nadenken. In veel gevallen overstijgt dat zelfs het project op zich. In een toekomst waar we energie delen, moet met het hele bedrijventerrein of de hele wijk rekening worden gehouden. Eigenlijk moeten we meer vanuit het perspectief van ruimtelijke ontwikkeling opereren. Een voorbeeld: voor warmtenetten is het noodzakelijk om te zien welke actoren warmte- of koude-overschotten hebben. Als die er niet zijn, heeft het weinig zin om voor deze oplossing te kiezen. Kortom, niet alleen architecten en aannemers moeten de handen in elkaar slaan. De energieshift vraagt ook dat ontwikkelaars, eigenaars van omliggende gebouwen, en zelfs energieleveranciers en overheden mee aan tafel schuiven om de beste oplossingen uit te dokteren om energie op de meest efficiënte manier aan te wenden. De oplossingen zijn er, die liggen in de schatkist van EnergyVille. We moeten evolueren naar een geïntegreerde aanpak met die oplossingen waarin conceptueel denken prioritair is.”