VDL De Meeuw: "Tijdelijk wonen moet uit de noodhoek"
België staat voor een bouw- en renovatieopgave die nauwelijks te overschatten valt. Dat stellen Hans Vonck, CEO van VDL De Meeuw, en Koen Lismont, Sales Manager bij VDL De Meeuw. Volgens hen maakt de analyse van Embuild en Rebuild Belgium scherp duidelijk hoe groot de uitdaging is. Tegen 2050 zijn minstens 900.000 extra woonunits nodig. Tegelijk voldoet een groot deel van het bestaande patrimonium niet aan de energienormen van morgen en ligt het renovatietempo veel te laag.
Meer bouwen en sneller renoveren blijft noodzakelijk, menen Vonck en Lismont. Alleen raakt dat niet aan de volledige complexiteit van de wooncrisis. Die crisis is tegelijk een capaciteitsprobleem, een renovatieprobleem en een mismatch tussen het bestaande aanbod en de manier waarop mensen vandaag wonen. Ze raakt aan verouderde gebouwen, kleinere huishoudens, kernverdichting, vergunningsdruk en beperkte uitvoeringscapaciteit in de bouw.
Daarom moet het debat volgens hen worden verbreed. België heeft meer permanente wooninfrastructuur nodig, én wooncapaciteit die sneller, beheersbaarder en flexibeler kan worden georganiseerd. Modulair bouwen kan volgens Vonck en Lismont beide realiseren: volwaardige woningen voor langdurig gebruik én oplossingen die later kunnen worden aangepast, uitgebreid, verplaatst of opnieuw ingezet.
De wooncrisis is geen enkelvoudig tekort
Wie de wooncrisis uitsluitend bekijkt als een tekort aan woningen, mist volgens Vonck en Lismont een deel van het probleem. De demografie verandert. Het aantal ouderen neemt toe, meer mensen blijven langer zelfstandig wonen en er komen steeds meer singles en eenoudergezinnen bij. Daardoor stijgt de vraag naar kleinere, compactere en betaalbare woonvormen.
Tegelijk zit een groot deel van de bestaande woningen vast in een energetisch probleem. Slecht geïsoleerde woningen zorgen voor hoge energiekosten, renovatiedruk en waardeverlies. Voor kwetsbare huishoudens wordt dat eerder een betaalbaarheidsprobleem dan een technische kwestie.
Ook de renovatieopgave botst op praktische grenzen. Grootschalige renovaties van wijken, appartementsgebouwen of sociale woningen vragen tijd, afstemming en organisatie. Bewoners kunnen niet altijd blijven wonen tijdens ingrijpende werken. Zonder tijdelijke uitwijkcapaciteit dreigt renovatiebeleid vast te lopen op timing en uitvoerbaarheid.
Daar komt een ruimtelijke uitdaging bij. Als bijkomende woningen gerealiseerd moeten worden zonder open ruimte verder aan te snijden, wordt kernverdichting onvermijdelijk. Dat vraagt compacte woonvormen, slim ruimtegebruik en bouwmethodes die zowel op permanente als tijdelijke locaties maatschappelijke waarde kunnen creëren.
De bouwopgave vraagt meer dan één bouwmethode
Klassieke nieuwbouw, renovatie en modulaire woningbouw hebben elk een plaats in de bouwopgave. Modulaire bouw is daarbij, zo stellen Vonck en Lismont, geen tijdelijke variant van volwaardige bouw. Het is een bouwmethode waarmee zowel permanente als flexibele woonoplossingen kunnen worden gerealiseerd.
De bestaande bouwcapaciteit zal volgens hen niet volstaan om alle permanente, acute en verschuivende woonnoden op te vangen. Daarvoor zijn de doorlooptijden vaak te lang, de vergunningstrajecten onzeker en de noden te divers.
Bovendien kampt ook de bouwsector zelf met personeelstekorten. Wie sneller wil bouwen en renoveren, moet dus niet alleen méér doen, maar ook anders organiseren. Modulaire bouw kan daarin volgens Vonck en Lismont een belangrijke rol opnemen door een groter deel van het bouwproces gecontroleerd voor te bereiden, de uitvoering voorspelbaarder te maken en beschikbare vakkennis efficiënter in te zetten.
Modulair is volwaardig bouwen
Modulair bouwen wordt nog te vaak gelijkgesteld met tijdelijk, eenvoudig of minderwaardig. Die voorstelling klopt volgens Vonck en Lismont niet. Een modulair gebouw kan ontworpen worden voor langdurig permanent gebruik en moet beantwoorden aan dezelfde eisen rond comfort, energieprestatie, veiligheid, architectuur en technische kwaliteit als elk ander gebouw.
De gebruiksduur zegt dus niets over de kwaliteit. Een permanent modulair woongebouw en een woonoplossing voor een tijdelijke locatie kunnen beide technisch volwaardig, energiezuinig en comfortabel zijn.
De kracht van modulair bouwen zit bovendien niet alleen in snelheid, maar vooral in beheersbaarheid. Een groter deel van het bouwproces gebeurt onder gecontroleerde omstandigheden. De werftijd op locatie blijft beperkt, de timing wordt voorspelbaarder en de hinder voor de omgeving daalt.
Dat geldt zowel voor permanente woonwijken en appartementsgebouwen als voor oplossingen die later kunnen worden aangepast, uitgebreid, verplaatst of opnieuw ingezet. Die flexibiliteit is volgens Vonck en Lismont geen teken van een beperktere levensduur, maar een bijkomende eigenschap van de bouwmethode.
Permanent waar nodig, flexibel waar mogelijk
Niet elke woonoplossing hoeft voor altijd op dezelfde plaats, in dezelfde vorm en voor dezelfde doelgroep te blijven staan. In een woonmarkt waar noden veranderen, gronden tijdelijk beschikbaar zijn en renovaties moeten versnellen, kan flexibele wooncapaciteit volgens Vonck en Lismont een structureel beleidsinstrument worden.
Een terrein dat pas over tien of vijftien jaar definitief ontwikkeld wordt, hoeft intussen niet ongebruikt te blijven. Het kan tijdelijk woonruimte bieden aan studenten, starters, alleenstaanden, werknemers, sociale huurders of bewoners die tijdens renovatiewerken tijdelijk moeten verhuizen.
Wanneer de site later een andere bestemming krijgt, kan de wooninfrastructuur worden aangepast, verplaatst of elders opnieuw ingezet. Bij een doordacht ontwerp kan hetzelfde gebouw meerdere gebruiksfasen of functies doorlopen.
Circulariteit wordt dan geen abstract duurzaamheidsbegrip, maar een praktische logica. Een gebouw verliest zijn waarde niet wanneer één gebruiksfase eindigt. Het kan worden aangepast, herbestemd of opnieuw ingezet waar de maatschappelijke nood op dat moment groter is.
Van bouwmethode naar beleidsinstrument
Prefab bouwen creëert zowel permanente wooncapaciteit als oplossingen die kunnen inspelen op veranderende noden. Toch blijft die brede rol volgens Vonck en Lismont vandaag onderbelicht in het beleid. De bouwmethode komt vaak pas in beeld bij tijdelijke of acute vragen, terwijl ze zich ook leent voor permanente woningbouw, wijkontwikkeling en langdurig gebruik.
Voor steden en gemeenten opent dat een belangrijk perspectief. Zij staan onder druk door sociale wachtlijsten, verouderd patrimonium, beperkte budgetten en complexe vergunningstrajecten.
Modulaire woonoplossingen kunnen binnen die beperkingen vooruitgang mogelijk maken: door permanente wooninfrastructuur sneller en gecontroleerder te realiseren, tijdelijk capaciteit te creëren terwijl structurele projecten worden voorbereid, of gebouwen zo te ontwerpen dat ze later van functie of locatie kunnen veranderen.
Meer dan alleen de vraag hoeveel we bouwen
De analyse van Embuild legt terecht de urgentie bloot, stellen Vonck en Lismont. België moet bouwen en renoveren op een schaal die het land decennialang niet meer heeft gezien. Naast de vraag hoeveel woningen er gebouwd worden, wordt vooral belangrijk hoe wooncapaciteit wordt georganiseerd in een samenleving die sneller verandert dan het patrimonium kan volgen.
Tijdelijk wonen moet daarom volgens hen uit de noodhoek. Ook systeembouw zelf moet uit de tijdelijke hoek. Het is een volwaardige bouwmethode voor permanente wooninfrastructuur, met als bijkomende sterkte dat gebouwen aanpasbaar, uitbreidbaar, verplaatsbaar of herbruikbaar kunnen worden ontworpen.
België heeft meer wooncapaciteit nodig: permanent waar dat de juiste keuze is, aanpasbaar waar omstandigheden en noden veranderen. Modulair bouwen kan volgens Hans Vonck en Koen Lismont beide realiseren.
Hans Vonck
Koen Lismont