Als abonnee heb je toegang tot alle artikels op BOUWKRONIEK.be

Visie

paywall Wordt architect binnenkort een knelpuntberoep? Ingrijpende veranderingen nodig in evoluerend bouwlandschap

Sinds vorig jaar kan de Orde der Architecten rekenen op een nieuwe voorzitter, waardoor er meteen een totaal nieuwe wind doorheen de organisatie waait. Anton Draye nam deze rol immers niet omwille van prestigeredenen op zich. Hij maakt het zijn persoonlijke missie om de Orde terug op de rails te zetten, zodat de organisatie het beroep van architect verder kan klaarstomen voor de huidige bouwrealiteit met al zijn veranderingen en uitdagingen. “Architecten moeten noodgedwongen mee-evolueren, maar niet ten koste van hun onafhankelijkheid en creativiteit. Het is tijd om het volledige plaatje te evalueren en bij te sturen.”

AntonDraye2025_42A3547
Orde der Architecten

Bouwkroniek: De Orde der Architecten dobberde de laatste tijd in woelige wateren. Naast massaal protest tegen de jaarlijkse bijdrage, was er ook sprake van structurele tekortkomingen, bestuurlijke chaos en toxisch leiderschap. U staat voor een zware taak…

Anton Draye: “Het is inderdaad geen eenvoudige opdracht, maar intussen zeilen we al terug in kalmere zeeën. Mijn missie is vooral rust te brengen en het vertrouwen van zowel mandatarissen, medewerkers als architecten terug te winnen. Om dit te bereiken, zijn we bezig met een grondige herstructurering. Er is een vernieuwde bestuursploeg en we slagen erin om opnieuw geschikte medewerkers aan te trekken. Daarnaast zijn we bezig met een strategische denkoefening over de optimalisatie van de wet van 1963 die de werking van de Orde regelt. We willen onze organisatie een nieuwe adem geven en vooral toekomstgericht maken. Eenmaal dit allemaal in orde is, willen we de overheid warm maken om de wet van 1939 aan te passen – de wet die het beroep van de architect bepaalt. Natuurlijk loopt niet alles over een leien dakje, maar ik hou wel van een uitdaging. Het is het mij waard om hier veel tijd en energie in te steken, want architect is het mooiste beroep dat er is. Naar mijn mening worden we helaas onvoldoende gewaardeerd en gecompenseerd. Dit weegt alsmaar zwaarder op iedereen die voor deze job kiest. Vooral jonge architecten stappen massaal uit het beroep omdat er geen goede toekomstperspectieven zijn, dat bevestigt ook het recente grootschalige EquiLibre-onderzoek van HIVA en KULeuven. Drastische veranderingen dringen zich op of architect wordt nog een knelberoep! En het is aan de Orde, de beroepsverenigingen en alle architecten om deze negatieve trend een halt toe te roepen. De Orde kan zich opstellen als een mediator en onderhandelaar die oplossingen aanreikt die een win/win voor alle betrokkenen opleveren.”

Bouwkroniek: Is het dan zo erg gesteld? 

Anton Draye: “Op het eerste gezicht is er weinig zichtbaar van de algemene malaise en ontevredenheid die vandaag in de sector heerst. Begin vorig jaar waren in België 15.954 architecten ingeschreven, waarvan 1.580 stagiairs. Dat is nog steeds een kleine stijging in vergelijking met het jaar ervoor. Toch wordt de groei steeds kleiner, zeker in vergelijking met de jaren tachtig en negentig van vorige eeuw. Meer dan 6% van de inschrijvingen betreft ook niet-Belgen, afkomstig uit 88 landen. Een ander teken aan de wand is de enorme stijging aan vennootschappen: in 2008 waren dat er 1.052, vorig jaar al 4.620. Dat toont aan dat architecten de krachten bundelen omdat ze het op hun eentje niet meer rooien – noch financieel, noch op het vlak van werklast en vereiste kennis. Niettemin blijft architect een vak dat tot de verbeelding spreekt. Het is dan ook een studierichting die nog aan populariteit wint. In 2023-2024 kozen een kleine 4.000 jongeren voor de opleiding, wat iets meer was dan het jaar ervoor. Helaas haalden amper 1.125 de eindmeet en kozen maar 449 afgestudeerden ervoor om als stagiair aan de slag te gaan – een vereiste om uiteindelijk als architect aan de slag te gaan. ” 

Bouwkroniek: Als we deze cijfers bekijken, lijkt er geen vuiltje aan de lucht?

Anton Draye: “Schijn bedriegt. Als ik de noodkreten uit de sector hoor, staan we aan de vooravond van een serieuze kentering. Zeker de kleinere kantoren hebben het vandaag zwaar te verduren: door de stevige concurrentie, de hoge werklasten en een groeiend takenpakket en verantwoordelijkheden. Grotere kantoren ondervinden zeker gelijkaardige problemen, maar kunnen de lasten beter verdelen. Daarmee bedoel ik niet dat kleine kantoren volledig zullen verdwijnen, wel dat de consolidatie zich in de komende jaren nog verder zal doorzetten. Architecten hebben vandaag bijna geen andere keuze meer dan zich te specialiseren en de krachten te bundelen. En dat heeft dus niet enkel met het financiële aspect te maken. Bouwen en renoveren wordt alsmaar complexer, de wetgeving evolueert snel en er komen gigantisch veel nieuwe materialen en technieken op de markt. Als architect in een eenmansbedrijf of klein bureau wordt het moeilijk om nog voldoende de vinger aan de pols te houden. Bovendien mag u niet vergeten dat ons een gigantisch grote bouw/renovatiegolf te wachten staat. Toch als Europa haar klimaatdoelstellingen wil bereiken.”

Bouwkroniek: U gelooft dus dat de architect van de toekomst een specialist is?

Anton Draye: “Vandaag wordt van ons verwacht dat we een generalist zijn. Daar is ook het stagesysteem op geënt. In deze periode dienen de pas-afgestudeerden elk facet van het vak te leren kennen. Helaas lukt dat niet meer op twee jaar: daarvoor is onze job té complex geworden. Daarom denk ik dat de jongeren zich steeds vaker op één of enkele domeinen zullen toespitsen, wat ertoe zal leiden dat onze sector uiteindelijk voornamelijk uit specialisten zal bestaan. Maar ook de bestaande architecten zullen omwille van dezelfde reden én het financiële aspect steeds meer deze weg moeten inslaan. Op zich vind ik dit trouwens geen slechte evolutie: de ene ontwerpt graag, terwijl de andere liever werfcontroles uitvoert. Nog een ander heeft misschien meer aanleg voor het juridische of administratieve luik. En er zijn ook wel wat architecten die geïntrigeerd zijn door de vele nieuwe materialen en technieken die op de markt verschijnen. Dus het is niet zozeer de noodzaak aan specialisatie die onze job in het gedrang brengt. Wél het feit dat we vandaag in een overgangsfase én een impasse zitten. Momenteel moeten we steeds meer taken uitvoeren en verantwoordelijkheden nemen, maar worden we daarvoor onvoldoende gecompenseerd. En precies dat is wat de sector zal nekken… Uit het EquiLibre-onderzoek blijkt dat bijna één op vijf architecten ermee wil stoppen. Zeker vrouwen beëindigen nu al hun carrière na gemiddeld tien jaar. Het gros van de architecten is trots op hun werk en vindt het ook een inhoudelijk boeiende job, maar velen lijden onder de structurele overbelasting en financiële situatie.”

Bouwkroniek: In de sector worden overal initiatieven genomen om bouwen betaalbaar te houden. Staat dit niet in schril contrast met uw pleidooi om architecten meer te betalen? 

Anton Draye: “In de algemene opinie zijn architecten grootverdieners, maar de realiteit is helemaal niet zo rooskleurig. De cijfers van het EquiLibre-onderzoek spreken boekdelen: het gemiddelde netto-jaarinkomen van een architect bedraagt 25.454 euro. Daarmee bengelen we in de staart van de vrije beroepen. Ter illustratie: advocaten en tandartsen verdienen meer dan het dubbele! Daartegenover staat dat we gedurende tien jaar de totale verantwoordelijkheid dragen van de gerealiseerde gebouwen die wij ontwerpen. Dit is het gevolg van de architectenwet die dus van 1939 dateert en helemaal niet meer met de huidige realiteit strookt. Toen was bouwen nog iets eenvoudigs, terwijl het vandaag een erg complexe aangelegenheid is. Zowel de technieken als de bouwmaterialen zijn revolutionair aan het veranderen, en de wetgeving is een kluwen geworden met regelgevingen die elkaar soms tegenspreken. Een architect moet hierdoor samenwerken met andere partijen: ingenieurs stabiliteit en akoestiek, EBP-verantwoordelijken, energiedeskundigen, veiligheidscoördinatoren, erfgoedspecialisten… Ook zijn we genoodzaakt om technologie te omarmen, zoals tekenen in BIM wat opleiding en heel wat oefening vraagt. Daarnaast is coördinatie een belangrijk en tijdrovend onderdeel van ons takenpakket geworden. Vergunningstrajecten worden alsmaar complexer en langer. En tenslotte moeten we nog alle nieuwe materialen en technieken op de voet volgen. Enerzijds lijkt het ons, architecten, logisch om voor al deze extra taken te worden vergoed. Anderzijds willen we een eerlijkere verdeling of afbakening van de verantwoordelijkheden en een realistischere aansprakelijkheidsregeling.”

Bouwkroniek: Hoe ziet u dat concreet?

Anton Draye: “Volgens mij is het tijd dat we afstappen van de totale aansprakelijkheid van architecten. In de bouwsector manifesteren zich tal van nieuwe samenwerkingsvormen, zoals Design & Build. Daar heb ik niks op tegen. Integendeel, want ze kunnen positief bijdragen aan de snelheid van bouwen én de kwaliteit/efficiëntie van de realisatie op lange termijn. Ook voor kleinere projecten kan het wenselijk zijn om met nieuwe samenwerkingsvormen te werken. Daarbij is het vooral belangrijk dat het wetgevend kader daarbinnen een correcte verdeling van de aansprakelijkheid voorziet. Zodat bijvoorbeeld de aannemers verantwoordelijk worden voor de uitvoeringstechnieken en processen. Dat is billijker omdat precies deze partijen over de meeste expertise ter zake beschikken en ook continu op de werf staan, wat toelaat om de nodige controles uit te voeren. Weliswaar betekent dat geenszins dat we onze onafhankelijk willen opgeven, want die moet blijven bestaan om een kwalitatieve realisatie te garanderen. Iemand dient de kapitein van het schip te blijven, het aanspreekpunt van de bouwheer, de coördinator, de bruggenbouwer tussen de verschillende expertises. Ook is het een noodzakelijkheid om de architecturale kwaliteit te behouden. Anders bestaat het risico dat creatieve finesses worden geschrapt om prijstechnische redenen of om het bouwproces te versnellen. Maar ik denk dat niemand zit te wachten op een gebouwenpatrimonium zonder ziel of uitstraling.”

Bouwkroniek: Gebeurt dat schrappen al niet vaker bij een Design & Build? Vindt u dat deze formules de architecten in hun creatieve vrijheid beknotten?

Anton Draye: “Het mooie aan D&B is dat er al in de voorbereidingsfase een evenwicht wordt gezocht tussen wat esthetisch, technisch en financieel mogelijk is. Sommige architecten zullen dat misschien als een remming op hun creativiteit ervaren, maar ik denk persoonlijk dat deze manier van werken voor bepaalde projecten veel voordelen oplevert. Zo zijn er veel minder discussies – en dus ook vertragingen – tijdens de uitvoering, wat rust voor alle partijen met zich meebrengt. Trouwens, bij problemen in de bouwfase moeten er snel knopen worden doorgehakt, wat niet altijd voor het beste resultaat zorgt. Is het dan niet beter om in de beginfase al wat in te boeten, maar toch nog het onderste uit de architecturale kan te halen? Een goede communicatie tussen de leden van het bouwteam zorgt er bovendien voor dat we veel van elkaar leren en samen op zoek gaan naar de beste oplossing voor diegene waar het uiteindelijk om draait: de opdrachtgever. We moeten als architect ook realistisch zijn: bouwen wordt er niet goedkoper op en budgetten zijn niet onuitputtelijk. Daarom moeten we durven aanvaarden dat bepaalde dure details misschien wel een toegevoegde waarde voor de architecturale uitstraling hebben, maar niet altijd noodzakelijk zijn. De uitdaging is dergelijke projecten is zoeken naar het goede evenwicht. Maak het compromis om bepaalde delen van het gebouw met weinig franje uit te voeren, maar dat u zich als architect wel mag uitleven op plaatsen waar het ontwerp echt een verschil in uitstraling kan maken. Graag wil ik opmerken dat nieuwe samenwerkingsvormen niet wegnemen dat de klassieke aanbestedingsprocedure nog steeds een erg waardevolle en wenselijke aanpak is, zeker bij projecten waarbij een uitgesproken architecturale kwaliteit wordt nagestreefd. Uit ervaring weet ik dat ‘Design & Build’-formules niet altijd goedkoper zijn dan klassieke aanbestedingen. Een goed doordacht ontwerp, een helder aanbestedingsdossier en een strakke opvolging binnen een klassieke procedure kunnen de architect vaak meer ruimte geven om de gewenste uitstraling en verfijning te realiseren. Misschien zal de toekomst nieuwe samenwerkingsvormen brengen die het beste van beide werelden combineren.”

Bouwkroniek: Zijn er – buiten het financiële aspect - nog andere problemen waarmee de architecten kampen? 

Anton Draye: “We vragen zeker ook een vereenvoudiging van de administratieve belasting. Zeker wat stedenbouwkundige zaken betreft, want daar worden vaak zaken gevraagd die niet in het normenboek staan. Lokale overheden leggen bovenop bestaande regels soms strenge voorwaarden op. Dit maakt het voor architecten verwarrend, zeker omdat zij vaak projecten in verschillende gemeenten uitvoeren en per aanvraag moeten nagaan welke regels gelden. Bovendien zijn er regelmatig tegenstrijdigheden tussen verschillende normen, wat leidt tot vertragingen en onzekerheid. Deze complexe regelgeving vormt een groot struikelblok voor onze sector. Een duidelijker en eenvoudiger systeem zou architecten helpen efficiënter te werken en zich te concentreren op hun kerntaak: het realiseren van kwaliteitsvolle gebouwen. Ook de wedstrijden voor grotere projecten en zelfs de openbare aanbestedingen vormen een probleem. We moeten daar immers heel veel werk insteken, terwijl we totaal niet weten of we de opdracht zullen binnenhalen. Enige compensatie via een ‘bid’-vergoeding zou een mooie stap in de juiste richting zijn. Een andere frustratie is het onduidelijke sociale statuut in combinatie met de lage verloning van architecten in het algemeen. Vooral de jonge architecten zijn daar het grootste slachtoffer van, dat toont de studie ook aan. Ze moeten het statuut van zelfstandige nemen, maar werken dan voltijds bij een enkel kantoor waar ze opnieuw te weinig verdienen.”

Bouwkroniek: U gaf eerder aan dat veel architecten na de stage stoppen. Wat zijn de gevolgen daarvan? 

Anton Draye: “Ik denk dat veel jonge architecten de stage vooral doorlopen om de erkenning als volwaardig architect te behalen. Wanneer een aanzienlijk deel nadien het beroep verlaat, is dat een nadelige situatie voor alle betrokken partijen. Het architectenkantoor of de stagemeester heeft in hun begeleiding geïnvesteerd, terwijl ook de Orde veel tijd en middelen aan de opvolging van de stage heeft besteed. Tegelijk hebben de stagiairs zelf gedurende die periode met een lage verloning te maken, zonder meteen uitzicht te hebben op een substantiële verbetering nadien. Intussen hebben we met de Orde voor de stagiairs al een verbetering kunnen bewerkstelligen. De Vlaamse Raad heeft eind 2025 immers beslist dat deze groep nu een gelijkaardig minimumloon als een jonge bediende krijgt, namelijk 23,65 euro per uur in zelfstandig statuut. Op die manier kan op een gelijkwaardige manier worden bekeken welk statuut het meest geschikt is voor duurzame en meer gewaardeerde samenwerkingen.”

Bouwkroniek: Hoe staan de architecten eigenlijk tegenover de evolutie naar circulair bouwen?

Anton Draye: “De focus van de duurzaamheidswetgeving ligt nog steeds te veel op de energieprestaties. Circulariteit is niet vereist, alhoewel dat wellicht niet lang meer op zich zal laten wachten door de komende uitbreiding van de EPB-reglementering met de berekeningen van levenscyclus-emissies van materialen. Op zich vind ik dat een mooie evolutie, maar circulair betekent volgens mij evenzeer werken op bestaande structuren en dus minder afbreken. Dat vraagt natuurlijk wel een andere mindset van de architect, de opdrachtgever en onze overheid. In dit kader ben ik ook een fervent aanhanger van herbestemming en hergebruik, maar dat vraagt eveneens een ander soort van creativiteit van de architect. Verder dienen we logischerwijze met andere verwachtingen naar onze gebouwen te kijken. Niet alles moet perfect vlak zijn bepleisterd, met een dikke laag isolatie om louter onze isolatiewaarden te houden. Want dat leidt volgens mij enkel tot een verschraling van ons straatbeeld. Ook belangrijk: hoewel opdrachtgevers steeds vaker naar duurzame en circulaire materialen vragen, wordt die intentie vaak herzien zodra de kosten zichtbaar worden. Het behalen van specifieke isolatiewaarden, ingegeven door fiscale voordelen - zoals verlaagde registratierechten -, krijgt dan de bovenhand in het renovatieverhaal. Dat is betreurenswaardig, omdat dit vaak ten koste gaat van kwalitatieve architectuur, die nochtans in een bredere betekenis duurzamer kan zijn.” 

Bouwkroniek: Is er een kans dat artificiële intelligentie de architect ooit zal vervangen?

Anton Draye: “Dat betwijfel ik – precies omdat een architect veel meer doet dan enkel maar ontwerpen. En zelfs voor het uitdenken van concepten zal het menselijke creatieve brein altijd onontbeerlijk zijn. Wel denk ik dat AI en andere technologie nog meer dan nu als ‘tool’ zullen worden ingezet. Om sneller te werken, ideeën in renders te vertalen, controles uit te voeren, nota’s te maken, en de regelgeving af te toetsen. Het spijtige aan digitale evoluties is dat we verwachten dat ons werk eenvoudiger zal worden. Helaas verrichten we in werkelijkheid steeds meer werk binnen dezelfde tijd, wat ons als mens meer belast. Digitale tools en AI verhogen de productiesnelheid, maar ook de verwachtingen en de druk. Waar de architecten vroeger aan de tekentafel meer rust en focus kenden, werken ze nu in een context van een continue stroom van data, communicatie, software en deadlines. Ik denk dat het tempo toen menselijker was en meer ruimte liet voor reflectie, iets wat vandaag steeds schaarser wordt.”

Bouwkroniek: Architecten en aannemers waren niet altijd de beste vrienden. Is dat aan het veranderen? 

Anton Draye: “De formules zoals D&B hebben ons leren samenwerken, en dus ook meer begrip voor elkaar op te brengen. Ik vind de evolutie naar nieuwe samenwerkingsvormen een bijzonder positieve evolutie voor beide partijen. We merken bovendien dat de aannemers op kleinere schaal zich ook sterk aan het professionaliseren zijn, wat tot efficiënter overleg en communicatiedeling leidt. Kortom, we zijn naar elkaar aan het toegroeien, wat in het kader van gedeelde aansprakelijkheid alleen maar een pluspunt kan zijn - maar waar in de praktijk nog te weinig kadering rond is. Wij willen immers niks liever dan werken met bouwpartners waarop we volop kunnen vertrouwen, die durven input te geven en proactief alternatieven voor te stellen. Op die manier kunnen – zeker de complexe – projecten op een kostenefficiënte en duurzame manier worden gerealiseerd mét respect voor de deadline en het vooropgestelde budget. Bij kleinere projecten werk ik binnen mijn eigen praktijk bij voorkeur met totaalaannemingen, omdat op die manier de kennis van planning, coördinatie en afstemming bij één partij wordt geconcentreerd. Dit zorgt voor meer duidelijkheid in het bouwproces, kortere communicatielijnen en een efficiëntere organisatie op de werf. De rol van de architect ligt voornamelijk in het geven van technisch en ontwerpmatig advies, zodat het beoogde resultaat effectief kan worden gerealiseerd. Door op de juiste momenten inhoudelijk bij te sturen, bewaken we de kwaliteit en de intentie van het ontwerp. Daarom is het essentieel dat we de verantwoordelijkheid voor planning, uitvoering en coördinatie, en de bijhorende aansprakelijkheid, bij de aannemers durven leggen. Als architect kunnen we immers niet permanent op de werf aanwezig zijn. Een duidelijke taakverdeling, gebaseerd op vertrouwen en expertise, komt zowel de efficiëntie van het bouwproces als de kwaliteit van het eindresultaat ten goede. Daarom wil ik de sector oproepen om zich verder te professionaliseren, hun werven goed voor te bereiden en vooral… tijdig en in open dialoog met elkaar te communiceren.” 

Nieuwsbrief

Wens je op de hoogte te blijven van inzichten, projecten, trends en evoluties in de bouwsector? Schrijf je nu in blijf up-to-date!

Bouwprojecten